Onderzoek

In 2011 zijn we in samenwerking met het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gestart met onderzoek naar dispersie en habitatgebruik van Bruine Kiekendieven. Voor het onderzoek naar dispersie wordt gebruik gemaakt van vleugelmerken en voor het habitatgebruik van GPS-loggers.

Vleugelmerken met code VnB XnP. Foto: Johnny du Burck.Vleugelmerken met code VnB XnP. Foto: Johnny du Burck.Dispersie met kleurmerken

Over de voortgang van het onderzoek met behulp van vleugelmerken kunt u hier de laatste stand van zaken lezen. Het onderzoek duurt nog 3-5 jaren. Voor actuele informatie kunt u op de Facebook pagina van het project terecht. Let op, het is op Facebook en daardoor lastig als je net als ondergetekende geen account hebt. Hoe u de vleugmerken kunt aflezen en melden vindt u op deze pagina met instructies. Meldt vleugelmerken bij Anny Anselin.

Bruine Kiekendief voorzien van Vleugelmerken met code PnF HnF (let op geen Rouge maar Fuschia). Foto: Johnny du Burck.Bruine Kiekendief voorzien van Vleugelmerken met code PnF HnF (let op geen Rouge maar Fuschia). Foto: Johnny du Burck.

Habitatgebruik met GPS-loggers

Het onderzoek met GPS-loggers (van het type UVA-bits) vindt plaats in Vlaanderen pal over de grens bij Watervliet en Doel. Het onderzoek gaat buiten de Werkgroep Roofvogels Zeeland om. Het voordeel van de gebruikte loggers is dat ze een enorme hoeveelheid posities kunnen opslaan en ze steeds opnieuw programmeerbaar zijn. Het nadeel is dat ze alleen kunnen worden uitgelezen via een lokale antenne. Dit is geen probleem voor onderzoek naar habitatgebruik in het broedgebied (de vogels keren steeds terug naar de omgeving van het nest), maar minder geschikt voor het bepalen van trekroutes. Het is namelijk maar afwachten of de vogel na de winter terugkeert naar het gebied waar zich de antennes bevinden. Hier ziet u een kaartje van de trekroutes en kaartjes tijdens het broedseizoen vindt u hier. Wel even naar beneden scrollen.

Bescherming

Steeds meer Bruine Kiekendieven gaan broeden in landbouwgewas. Voor wat betreft de situatie in Zeeland zie hier en voor wat betreft de situatie in Vlaanderen zie hier. Zonder tussenkomst van nestbeschermers gaat het op akkers vaak mis, zie onder andere hier en hier. Voor bescherming van een broedgeval in Zeeland kunt u contact opnemen met een van de contactpersonen van de Werkgroep Roofvogels Zeeland. Als een contactpersoon niet snel reageert, probeer dan gewoon een ander.

Zeearend jong op zijn nest. foto: Pepijn CalleZeearend jong op zijn nest. foto: Pepijn Calle

Deze week is het eerste jong van het zeearendenpaar in natuurgebied Slikken van de Heen geringd. Dit ringen gebeurt om de vogel te kunnen herkennen en zijn levenswandel te kunnen volgen. Het is het eerste jong dat in Zeeland is geboren. Het Zeeuwse Landschap is erg blij met het broedsucces en keek hier al jaren naar uit.

Jong mannetje
Het jong, dat voor het ringen voorzichtig uit het nest is gehaald, is ook opgemeten. Zo kon ook het geslacht bepaald worden: het is een mannetje met -nu al!- een gewicht van 4,1 kg: weldoorvoed en kerngezond. In het nest werden prooiresten van o.a. brand-, grauwe- en Canadese gans gevonden. De zeearend heeft de kleurring met de code WN01 gekregen. Het kuiken is weer teruggezet in het nest, waarna de ouders al snel de zorg weer op zich namen.

De jong Zeearend wordt geringd. Foto: Chiel Jacobusse De jong Zeearend wordt geringd. Foto: Chiel Jacobusse Ouders
De vader van het jong is te herkennen aan de kleurring AV01 en is in 2014 geboren in de Biesbosch.
In 2016 werd hij stervend door vergiftiging aangetroffen in de Slikken van de Heen. Dankzij de goede zorgen van het vogelrevalidatiecentrum in Zundert is de vogel gered, en weer vrijgelaten. De moeder heeft ook een ring, echter is het nog niet gelukt om deze te lezen; hopelijk lukt dit binnenkort zodat we ook meer over haar te weten komen.

Kunstnest
Het Zeeuwse Landschap plaatste in 2013 een speciaal kunstnest in een boom, om de jonge arenden te verleiden om zich hier te vestigen. Dit was nodig aangezien de bomen in het gebied nog te jong waren om een nest van meer dan 100 kg. Al snel toonden arenden interesse in het nest maar het duurde tot dit jaar voor het eerste broedgeval. Niet eerder broedden er in Nederland zeearenden in een kunstnest.

Ouder van de jonger Zeeaarend. foto: Chiel JacobusseOuder van de jonger Zeeaarend. foto: Chiel Jacobusse

Vliegende deur
Een volwassen zeearend kan tot wel 92 cm groot worden, en weegt tussen 3,1 en 7,5 kg. De vleugelspanwijdte is 2 tot 2,5 meter: daarom wordt de zeearend ook wel “vliegende deur” genoemd. Een zeearend kan tot 20 jaar oud worden. Verder zijn de grote gele snavel, de diep gevingerde vleugels en de witte staart kenmerkend. Jonge vogels hebben nog geen witte staart.

Ontwikkelingen zeearenden in Nederland
Sinds het eerste broedgeval in Nederland in 2006 (Oostvaardersplassen) groeit de populatie gestaag. In 2017 waren er 11 paren aanwezig. In Zeeland is volop geschikt leefgebied te vinden op termijn zijn er dan ook meer broedgevallen te verwachten. In de Grevelingen en het Markiezaat zitten momenteel al onvolwassen paren.

Het nest is niet van dichtbij te bezoeken, maar nu er een jong is, is de kans heel groot dat je de grote vogels ziet overvliegen: er moet immers (veel) voedsel worden gebracht. Vanaf de Philipsdam is het nest met verrekijker of telescoop goed te zien. Zeearenden zijn erg gevoelig voor verstoring, én het nest ligt in een niet-toegankelijk gebied, waardoor het nest niet van dichtbij te bekijken is. Er wordt veel toezicht gehouden om de rust voor de arenden te kunnen garanderen.

Meer foto's van het ringen kunt u bekijken bij het beeldverslag.