Sperwerman. [i]Foto: Ludo Goossens.[/i]Sperwerman. Foto: Ludo Goossens.Wetenschappelijke naam
Accipiter nisus

Lengte
mannetje 29-34 cm, vrouwtje 35-41 cm.

Vleugelspanwijdte
mannetje 58-65 cm, vrouwtje 67-80 cm.

Gewicht
mannetje circa 150 gram, vrouwtje circa 290 gram.

Aantallen
In Europa (exclusief Rusland) broeden  150.000-200.000 Sperwerparen waarvan 3.500-4.500 in Nederland. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 190-270 paren.

In de periode 1975-1995 verviervoudigde de stand in Nederland, sindsdien is sprake van een lichte afname. In Zeeland broedt de soort sinds het begin van de jaren tachtig. Tot de eeuwwisseling nam de stand pijlsnel toe tot 190-290 paren en is sindsdien stabiel gebleven. Hoeveel Sperwers in Zeeland overwinteren is moeilijk vast te stellen. Door de verborgen levenswijze zijn Sperwers buiten het broedseizoen niet te tellen. Op basis van de broedpopulatie en rekening houdend met een influx van noordelijke en oostelijke vogels, zal de winterpopulatie in de ordegrootte van 750-1500 liggen

Een zeslegsel van een sperwer met veel dons op het nest. [i]Foto: Jeroen Castelijns.[/i]Een zeslegsel van een sperwer met veel dons op het nest. Foto: Jeroen Castelijns.Leefgebied
Sperwers zijn echte boombroeders. Dat wil niet zeggen dat ze op alle plaatsen waar bomen staan tot broeden komen. Ze hebben een sterke voorkeur voor bosjes en broeden bij uitzondering in een windsingel. In bomenrijen zonder ondergroei wordt niet gebroed. De Sperwer heeft een sterke voorkeur voor jong bos, vooral naaldhout trekt ze aan. Ze nestelen bij voorkeur tussen 5 en 12 meter hoog en bouwen het nest meestal net boven de scheiding van dode en levende takken.De Sperwer is de enige roofvogel in Zeeland die tussen de bebouwing jaagt. Dus als mees of mus van de voedertafel worden gegrist, is dat Sperwerwerk. Andere roofvogels komen niet in besloten tuinen, ook de Torenvalk niet. De Torenvalk is een vogel van open terrein, die hooguit de randen van dorpen en steden opzoekt!

Sperwers bemachtigen prooien door ze vanuit dekking te verrassen. Op plaatsen zonder dekking lukt dat niet. Sperwers hebben daar dan ook weinig te zoeken. Let er maar eens op: een Sperwer die over kaal terrein vliegt, doet dat bijna altijd op weg naar een bosje of een woonerf.

Sperwerjongen op het nest met een juv Pimpelmees als prooi. [i]Foto: Jeroen Castelijns.[/i]Sperwerjongen op het nest met een juv Pimpelmees als prooi. Foto: Jeroen Castelijns.Voedsel
Sperwers eten uitsluitend vogels. Het verschil in grootte en gewicht tussen man en vrouw is uitzonderlijk groot. Je zou bijna van twee verschillende soorten kunnen spreken. Qua voedsel lijkt dat ook zo. Een man Sperwer jaagt op vogels tot de grootte van een Merel of Spreeuw en een vrouw tot de grootte van een duif. Een belangrijk voordeel van het jagen op totaal verschillende prooien is dat je in het broedterritorium niet elkaars voedselconcurrent bent.Sperwers zijn gebouwd voor de verrassingsaanval: korte ronde vleugels waarmee je snel kunt optrekken en een lange staart om snel te remmen en van richting te veranderen. Zeeuwse Sperwers eten vooral duiven, Spreeuwen, Merels, Zanglijsters, Kool- en Pimpelmezen, Huis- en Ringmussen en diverse soorten vinkachtigen. Kieskeurig zijn ze niet. Omdat Sperwers vanuit dekking jagen, vangen ze vooral vogels die gebonden zijn aan bomen en struiken. Maar alle vogels die ze voor de klauwen krijgen worden gegrepen, soms zelfs eens steltlopers zoals de Kievit.

Voortplanting
De balts van Sperwers begint eind maart, begin april. Beide partners bouwen aan het nest. Het mannetje vooral in het begin en het vrouwtje op het eind. Ze gebruiken dode takjes die ze zelf afbreken. Nieuwe Sperwernesten zijn te herkennen aan takjes met een vers breukvlak.

Nadat het nest gereed is, duurt het nog een paar dagen voor er eieren worden gelegd. Vanaf de laatste fase van de nestbouw jaagt het alleen het mannetje. Dat blijft zo tot de jongen bijna twee weken oud zijn. Vanaf dan gaat ook het vrouwtje weer jagen. Door ruim voor de start van de eileg te stoppen met jagen, neemt het risico op beschadiging van de eieren af. De jachtmethode van de Sperwer is nogal ruig en de kans op het breken van een ei tijdens de jacht daardoor groot.De eieren worden gelegd vanaf de tweede helft van april tot in eerste helft van mei. Om de andere dag wordt een ei gelegd. In tegenstelling tot andere roofvogels beginnen Sperwers pas te broeden zodra het legsel (bijna) compleet is. Een compleet legsel bestaat uit 3-7 eieren. Alleen het vrouwtje broedt. Voor zo’n kleine vogel is de broedduur lang: circa 40 dagen. De jongen groeien echter snel. Al na 26 dagen verlaten de jonge mannetjes het nest en de vrouwtjes doen dat na 30 dagen. Ze kunnen dan nog niet zo goed vliegen en al helemaal niet jagen. Ze worden nog drie tot vier weken door de ouders verzorgd.Van de Zeeuwse Sperwers die eieren hebben gelegd, brengt 60% een of meerdere jongen groot. In Zeeland vliegen gemiddeld iets meer dan drie jongen per nest uit. Het aantal varieert tussen één en zeven. De meeste mislukkingen zijn een gevolg van predatie door kraaiachtigen, vooral door Gaaien. Ook worden nogal eens verlaten legsels aangetroffen. In die gevallen zal wel een van de beide ouders omgekomen zijn. Al die verliezen hebben geen doorslaggevende invloed op de stand.

Plukresten achtergelaten door een sperwer. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Plukresten achtergelaten door een sperwer. Foto: Henk Castelijns.Verplaatsingen
Nederlandse Sperwers blijven de gehele winter in het eigen broedgebied. Nadat ze voor zich zelf moeten zorgen, verlaten jonge Sperwers het territorium waarin ze geboren zijn. In hun eerste najaar vestigen ze zich in een eigen territorium, waar ze verder hun hele leven blijven. Verder dan circa 50 km van de geboorteplaats gaan ze zelden. De mannetjes vestigen zich gemiddeld een stuk dichter bij de geboorteplaats dan de vrouwtjes.

Overleving
Over het algemeen geldt hoe groter een soort hoe ouder de individuen worden. Daarom worden de grotere Sperwervrouwtjes een stuk ouder dan de mannetjes. Het leeftijdsrecord voor Nederland staat voor een vrouwtje staat op 12,5 jaar en voor een mannetje op bijna 8 jaar. Voor een vrouwtje is dat tevens het Europese leeftijdsrecord.

Het eerste jaar gaat 53% van de Sperwers dood, vaak al kort na het uitvliegen. Ook daarna blijft de kans op sterven hoog. Een Sperwermannetje heeft 43% kans om in zijn tweede levensjaar te sterven en een vrouwtjes 31%.

De gewoonte van Sperwers om tussen de bebouwing te jagen, wordt ze vaak noodlottig. Van 13 van de 16 in Zeeland geringde Sperwers is de doodsoorzaak bekend: tien keer had een Sperwer zich dood gevlogen tegen glas en drie was er een verongelukt in het verkeer. In de overige drie gevallen werd geen doodsoorzaak opgegeven. Genoemde doodsoorzaken worden natuurlijk wel overschat. De kans dat een in een bosje op natuurlijke wijze omgekomen Sperwer wordt gevonden, is veel kleiner dan die ene Sperwer die zich dood vliegt tegen het raam op je terras.

Sperwerman (+2kj) op een slaapplaats in de Braakmanpolder begin jaren tachtig van de vorige eeuw. [i]Foto: Cees Riemslag.[/i]Sperwerman (+2kj) op een slaapplaats in de Braakmanpolder begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto: Cees Riemslag.Kansen en bedreigingen
De Sperwer komt wijd verspreid in Zeeland voor en vind al gauw ergens een bosje dat groot genoeg is om in te broeden. Door zijn verborgen levenswijze hebben Sperwers nauwelijks te lijden van vervolging. Er zijn geen speciale beschermingsmaatregelen nodig.

In de toekomst krijgen de Zeeuwse Sperwers te maken met Haviken. Elders in Nederland is hierdoor de Sperwerpopulatie onder druk gekomen.

Bijzonderheden
Bij vondst van plukresten in een tuin wijst dat vaak op de aanwezigheid van een Sperwer, maar een huiskat kan natuurlijk ook. Het verschil is goed te zien. Als de punt van de veren er nog aanzit, is de dader een roofvogel en als de veren zijn afgebeten een zoogdier. In je tuin is de kans dan groot dat het een Sperwer respectievelijk huiskat gaat.

In de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen werd vastgesteld dat ook Sperwers bij voorkeur in de buurt van elkaar gaan slapen. Ze doen dat dicht tegen de stam op dezelfde hoogte waarop ze een nest zouden bouwen. Telkens zat er een vogel per boom en meestal stonden de bomen waarin een Sperwer zat 5-20 meter uit elkaar.

Tijdens het broeden verliest het vrouwtje donsjes. De donsjes blijven op het nest liggen. Zonder bij het nest te klimmen kan je er uit afleiden of er een broedend vrouwtje op heeft gezeten.