Volwassen vrouw Slechtvalk. Slechtvalken zijn sterke vogels, met naar verhouding grote klauwen. Slikken van Flakkee 11 maart 2009. [i]Foto: René van Loo.[/i]Volwassen vrouw Slechtvalk. Slechtvalken zijn sterke vogels, met naar verhouding grote klauwen. Slikken van Flakkee 11 maart 2009. Foto: René van Loo.

Wetenschappelijke naam
Falco peregrinus

Lengte
mannetjes

38-45 cm en vrouwtjes 46-51 cm

Vleugelspanwijdte
mannetjes 87-100 cm en vrouwtjes 110-114 cm

Gewicht
mannetjes 600-750 gram en vrouwtjes 900-1200 gram

Aantallen
In Europa (exclusief Rusland) broeden 9.000-10.000 paren. In 2009 vonden in Nederland zeker 60 broedgevallen plaats, waarvan 4-5 in Zeeland. In totaal waren dat jaar in Zeeland tijdens het broedseizoen 6-8 paren aanwezig.

In de vorige eeuw was de Slechtvalk in NW-Europa een zeldzame broedvogel. Door het uithalen van nesten voor en door de valkerij, afschot en vooral vanaf het midden van de jaren vijftig het gebruik van gechloreerde pesticiden, was het aantal broedparen in de jaren zeventig sterk gedaald. In Fenno-Scandinavië en Duitsland broedden toen maar enkele tientallen paren. Nog geen 25 jaar later was het aantal broedparen daar al weer toegenomen tot 1400-1600, waarvan de helft in Duitsland. De toename in Duitsland is deels een gevolg van het uitzetten van in gevangenschap gekweekte vogels. De sterke toename van het aantal overwinterende vogels in Zeeland is een gevolg van de toename in NW-Europa. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de soort in Zeeland amper waargenomen, twee decennia later ging het al om 40-45 overwinteraars. Sindsdien is het aantal waarschijnlijk nog verdubbeld.

Volwassen vrouw Slechtvalk met postduif. Slechtvalken grijpen nogal eens (verwilderde) postduiven. Uit de ringen die de duiven dragen blijkt dat het vaak gaat om buitenlandse duiven of om jonge niet onervaren exemplaren. Yerseke Moer 7 maart 2003. [i]Foto: Mario Aspeslagh.[/i]Volwassen vrouw Slechtvalk met postduif. Slechtvalken grijpen nogal eens (verwilderde) postduiven. Uit de ringen die de duiven dragen blijkt dat het vaak gaat om buitenlandse duiven of om jonge niet onervaren exemplaren. Yerseke Moer 7 maart 2003. Foto: Mario Aspeslagh.Leefgebied
Slechtvalken grijpen hun prooien door deze te achtervolgen in de lucht en jagen daarom in open gebieden. De ruimte boven een stad of bos wordt door hen ook als zodanig beschouwd. Ze zijn vooral aan te treffen op plaatsen met grote vogelconcentraties; slikken, schorren en moerassen met watervogels en steltlopers; cultuurland met steltlopers, duiven en spreeuwen en bos met slaapplaatsen van duiven en kraaiachtigen. Slechtvalken slapen graag op hoge gebouwen, op hoogspanningsmasten en soms in bomen.

Evenals andere valken, bouwen Slechtvalken geen nest. Ze broeden in natuurlijke holtes (rotswanden), kunstmatige holtes (nestkasten, gebouwen), op de grond of in een boom in een oud kraaien- of roofvogelnest. De Zeeuwse Slechtvalken broeden vooral bij hoge gebouwen, meestal in een nestkast, en soms in een nis of in een hoogspanningsmast met een oud kraaiennest. In 2006 en 2007 heeft een paar met succes op de grond gebroed op een plaat in de Westerschelde. Het broeden op de grond was sinds 1926 en 1930 niet meer in Nederland voorgekomen. Het dichtstbij gelegen gebied met grondbroeders is het Duitse waddengebied.

Onvolwassen (eerste winterkleed) Slechtvalk op een kluit op een bevroren akker. Ouddorp 31 december 2008. [i]Foto: Hugo van de Slot.[/i]Onvolwassen (eerste winterkleed) Slechtvalk op een kluit op een bevroren akker. Ouddorp 31 december 2008. Foto: Hugo van de Slot.Voedsel
Slechtvalken grijpen vrijwel alleen vliegende prooien en eten daarom uitsluitend vogels. Zodra ze vanaf een uitkijkpost, een boom, paaltje, gebouw of verhoging in het terrein een geschikte prooi zien, gaan ze er op af en proberen de prooi in een duikvlucht te grijpen. Als dat mislukt, volgt niet meteen weer een duikvlucht maar wordt de prooi achtervolgd. Naar de grond gevluchte prooien worden geregeld opgejaagd. Slechtvalken kunnen ook het terrein afzoeken door op grote hoogte te cirkelen of traag te vliegen. In de winter jagen Slechtvalken vaak paarsgewijs, niet noodzakelijk met de eigen partner.

Slechtvalken hebben een bijzonder gevarieerd menu. De kleinste in Zeeland vastgestelde prooi is de Koolmees en de grootste de Kolgans. De meeste prooien variëren echter in grootte tussen lijster Spreeuw en Smient. Sommige exemplaren leggen zich toe op het bejagen van steltlopers, andere op eenden en weer andere op duiven. Volwassen vrouw Slechtvalk op de Slikken van Flakkee op 8 oktober 2009. [i]Foto: Pim Wolf.[/i]Volwassen vrouw Slechtvalk op de Slikken van Flakkee op 8 oktober 2009. Foto: Pim Wolf.De Slechtvalken die overwinteren op de Dikke Toren van Zierikzee zijn verzot op Goudplevieren, maar eten ook andere steltlopers zoals Kluut, Kanoetstrandloper, Rosse Grutto, Houtsnip en Kievit. Ze vullen het menu aan met (post)duiven, spreeuwen, lijsters en kraaiachtigen. Het gaat om soorten die in de omgeving van Zierikzee veel voorkomen. Het is opvallend dat vanaf het moment dat de toren ’s avonds wordt verlicht, het aandeel aan nachtactieve vogels onder de prooien, vooral dat van de Houtsnip, sterk toenam. De Slechtvalken die overwinteren op de Watertoren van Axel eten vooral (verwilderde) postduiven en in mindere mate spreeuwen en kraaiachtigen. De broedvogels van Sas van Gent eten vooral (verwilderde) postduiven. Ter plaatse bevindt zich een graanoverslag. De broedvogels bij DOW, aan de oever van de Westerschelde, leven vooral van steltlopers maar eten ook nachttrekkers zoals Kwartel, Waterral en Dodaars. Ze kunnen die bemachtigen omdat het ’s nachts in de omgeving van hun nest nogal licht is. In het Verdronken Land van Saeftinghe, een vermaard watervogelgebied, worden ’s winters vooral eenden gegeten. Maar de ene Slechtvalk die zich ophoudt op de radartoren grijpt dan weer vooral langsvliegende (verwilderde) postduiven. Opmerkelijk was dat de op de grond broedende Slechtvalken, waarvan het nest zich dichtbij een sternenkolonie bevond, nauwelijks sterns grepen, maar vooral (verwilderde) postduiven. Het verdedigingsmechanisme van de sterns, met zijn allen opvliegen en het de valk lastig maken, is dus effectief.

Tweelegsel van een Slechvalk in een nestkast aan een silo op een industrieterrein bij Sas van Gent op 27 april 2005. De eieren zijn niet uitgekomen. De inhoud van beide eieren is onderzocht. In beide gevallen bleek de vrucht in een vroeg stadium afgestorven. [i]Foto: Jeroen Castelijns.[/i]Tweelegsel van een Slechvalk in een nestkast aan een silo op een industrieterrein bij Sas van Gent op 27 april 2005. De eieren zijn niet uitgekomen. De inhoud van beide eieren is onderzocht. In beide gevallen bleek de vrucht in een vroeg stadium afgestorven. Foto: Jeroen Castelijns.Voortplanting
Slechtvalken kunnen al broeden vanaf een leeftijd van één jaar, maar doen dat meestal pas als ze twee tot drie jaar oud zijn. Zeeuwse Slechtvalken blijven het hele jaar in de omgeving van de broedplaats aanwezig. Vanaf eind januari neemt de belangstelling voor de nestplaats toe. In februari wordt veel gebaltst. Eieren worden vooral gelegd in maart. Bij de broedgevallen op de grond werd het eerste ei pas gelegd op 30 april en 3 mei. Waarschijnlijk is de late start een gevolg van de extremere omstandigheden waarin wordt gebroed: een zandplaat in de Westerschelde. De legselgrootte in Zeeland bedraagt 2-4 eieren. Er wordt gebroed vanaf het tweede of derde ei. De broedduur bedraagt 28-33 dagen. De jongen vliegen uit als ze 5-6 weken oud zijn. Na het uitvliegen, blijven ze nog 4-8 weken in de buurt van het nest en krijgen vooral in het begin nog regelmatig prooi toegestopt.

Verplaatsingen
In Nederland overwinteren vooral Slechtvalken uit Noorwegen, de landen rondom de Oostzee en West Rusland. In Nederland geboren jongen vestigen zich meestal in Nederland, België en het aangrenzende deel van Duitsland, maar er zijn ook vestigingen bekend uit Frankrijk en zelfs Polen op 1000 km van de geboorteplaats! Het omgekeerde is overigens ook het geval.

De eerste overwinteraars komen in Zeeland aan in juli, maar pas in de loop van september/oktober raken de vaste overwinteringsplaatsen bezet. De terugtrek begint eind februari en duurt tot in mei.

Juveniele man Slechvalk op een plaat in de Westerschelde op 7 juli 2006. Het betreft het eerste grondnest van de Slechvalk in Nederland sinds 1930. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Juveniele man Slechvalk op een plaat in de Westerschelde op 7 juli 2006. Het betreft het eerste grondnest van de Slechvalk in Nederland sinds 1930. Foto: Henk Castelijns.Overleving
Evenals bij de ander roofvogelsoorten halen de meeste jonge Slechtvalken het tweede levensjaar niet. In het eerste levensjaar komt 60-70% om. De daarop volgende levensjaren zowat een kwart per jaar. De oudste Europese Slechtvalk is 17 jaar en 4 maanden geworden.

Kansen en bedreigingen
De Slechtvalkpopulatie heeft zich vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw in een verassend snel tempo hersteld. Door het ophangen van nestkasten zou ook in Zeeland de populatie verder opgekrikt kunnen worden. Toch hebben Zeeuwse roofvogelaars besloten terughoudend te zijn met het plaatsen van nestkasten. Bij elke te plaatsen kast wordt vooraf een afweging gemaakt. Op die manier willen we voorkomen dat er conflicten ontstaan met bijvoorbeeld in kolonies broedende meeuwen en sterns. Daarom is het plaatsen van nieuwe nestkasten in de nabijheid van de (voormalige) getijdengebieden zelfs helemaal taboe. De twee al meer dan tien jaar aanwezige kasten, die bij DOW Terneuzen en de Centrale Borssele, blijven echter wel gehandhaafd.

Vooral in het oosten van Duitsland neemt het aantal boombroedende Slechtvalkparen toe. Wie weet bereiken nakomelingen hiervan Zeeland. Zodra dat het geval is, zijn er ongekende mogelijkheden. Er zijn namelijk genoeg oude kraaie- en roofvogelnesten voorhanden en de dichtheid aan prooien, in het broedseizoen, vooral duiven maar ook kraaiachtigen, is in Zeeland erg hoog. Op de grond broeden is alleen mogelijk in grote (natuur)gebieden die nauwelijks door mensen worden betreden. Die zijn er bijna niet. Dergelijke broedgevallen zullen daardoor altijd een uitzondering blijven. Naar verwachting zal de populatie echter wel nog uitbreiden. Er zijn namelijk nog veel hoge gebouwen, zoals kerktorens, silo’s en fabrieken, die daar voor in aanmerking komen.

Volwassen vrouwtje Slechtvalk op de Maasvlakte op 13 juni 2006. Er wordt ter plaatse gebroed bij de EON centrale op een hoogte van 125 m. [i]Foto: Martin Mollet.[/i]Volwassen vrouwtje Slechtvalk op de Maasvlakte op 13 juni 2006. Er wordt ter plaatse gebroed bij de EON centrale op een hoogte van 125 m. Foto: Martin Mollet.Slechtvalken zijn gewilde vogels om mee te jagen en te pronken. Dat mag alleen met vogels met een vaste voetring. Alleen als de jongen nog klein zijn is het mogelijk ze van een vaste voetring te voorzien. Het uithalen van kleine jongen en eieren kan hierdoor een bedreiging zijn. Nu is dat, voor zover bekend, nog niet het geval omdat de aanwezige Slechtvalkparen op niet toegankelijke plaatsen broeden. Echter alertheid is geboden! Een andere bedreiging is het voorkomen van allerlei ontsnapte exotische valken. Zoals kruisingen tussen Saker-, Gier- en Slechtvalk. Bij Borssele heeft één zo’n valk de ‘Hybride van Borssele’ drie jaar op rij gezorgd voor mislukte broedgevallen. Hybride valken worden gekweekt en gebruikt voor jacht en show. Een verbod op het kweken van hybriden is gewenst.

Bijzonderheden
Slechtvalken hebben ’s winters een sterke voorkeur voor een bepaalde locatie om er te rusten en te slapen. De Dikke Toren bij Zierikzee is zo’n locatie. Zowel in de jaren vijftig, bijvoorbeeld 1957, als tegenwoordig wordt er door een Slechtvalk op deze toren overwinterd. Ook andere locaties zijn al jaren in trek: Lange Jan in Middelburg en Radartoren Saeftinghe.