Mannetje Bruine Kiekendief strekt zijn vleugel. Foto: Ludo Goossens.Mannetje Bruine Kiekendief strekt zijn vleugel. Foto: Ludo Goossens.Wetenschappelijke naam
Circus aeruginosus

Lengte
42-53cm

Vleugelspanwijdte
mannetjes 115-128 cm en vrouwtjes 123-139 cm

Gewicht
mannetjes 500-650 gram en vrouwtjes 700-850 gram

Aantallen
In Europa (exclusief Rusland) broeden 26.000-35.000 paren. In Nederland gaat het om 1.000-1.250 paren waarvan 180-260 paren in Zeeland. Op het eind van de jaren zestig broedden in Nederland nog maar zo’n 100 paren, waarvan hooguit een tiental in Zeeland. Door minder menselijke vervolging en een verbod op het gebruik van gechloreerde pesticiden, nam de stand in tien jaar toe tot 725-850 paren waarvan circa 40 paar in Zeeland. Omstreeks 2000 bereikte de Nederlandse populatie met 1.300-1.450 paren haar top. Sindsdien is sprake van een afname, die zich nadrukkelijk ook in Zeeland manifesteert: in 2000 ging het nog om 300-350 en in 2008 nog maar om 170-210 paren! IN Zeeland is de afname vooral een gevolg van uitbreiding van de Vos (predatie van eieren en jongen) en de Zwarte Kraai (predatie van eieren). De toenemende concurrentie met de Buizerd speelt ook een rol. De Vos heeft nogal gemakkelijk toegang tot rietvelden omdat ze vaak sterk zijn verdroogd en veelvuldig worden betreden. Dat betreden gebeurt vooral in maart. Er worden dan ganzennesten opgespoord om de eieren door ze te prikken of schudden onklaar te maken. Juist in die periode zijn veel Bruine Kiekendieven op zoek zijn naar een veilige broedplaats.

De Bruine Kiekendief overwintert in Zeeland in toenemende mate. Begin jaren tachtig ging het nog om hooguit 10 ex en tegenwoordig om 70-180 ex.

Leefgebied
Bruine kiekendieven broeden in kreken en op schorren en jagen daar ook. In de broedtijd vinden ze echter het meeste voedsel op akkers en in weilanden en in de winter in moerasgebieden. Het zijn vogels van open land die bossen mijden. Het nest bevindt zich op de grond meestal in riet en soms in andere 0,5-2 meter hoge begroeiing: buitendijks in zeebies en een enkele keer binnendijks in landbouwgewas, bijvoorbeeld luzerne of graan.

Voedsel
Bruine kiekendieven komen aan hun voedsel door laag vliegend de vegetatie af te speuren. Zodra op het zicht of op het gehoor een prooi wordt gelokaliseerd, wordt een zwenking gemaakt en duikt de kiekendief op de prooi. De lange poten komen van pas om de prooi tussen de vegetatie te grijpen.
Zeeuwse Bruine Kiekendieven leven in het broedseizoen vooral van jonge Konijnen, woelmuizen en jonge Fazanten. Andere belangrijke prooien zijn duiven, jonge Spreeuwen, jonge Meerkoeten en jonge Waterhoenten. Het voedsel wordt bemachtigd in een straal van enkele kilometers rondom het nest. In de winter vormen verzwakte eenden een belangrijke voedselbron. Het menu wordt dan aangevuld met prooien zoals Waterhoen, duif, Konijn, woelmuis en rat.

Uitzonderlijk groot legsel van de Bruine Kiekendief, Hulsternieuwlandpolder 15 mei 2005. Foto: Henk Castelijns.Uitzonderlijk groot legsel van de Bruine Kiekendief, Hulsternieuwlandpolder 15 mei 2005. Foto: Henk Castelijns.
Vier jongen van de Bruine kiekendief en één ei, het oudste jong is circa acht dagen oud. Foto: Henk Castelijns.Vier jongen van de Bruine kiekendief en één ei, het oudste jong is circa acht dagen oud. Foto: Henk Castelijns.
Voortplanting
De meeste Zeeuwse Bruine Kiekendieven komen half maart begin april in de broedgebieden aan. Soms is het mannetje eerst en soms het vrouwtje. Zodra beide partners aanwezig zijn begint de balts, enkele dagen later gevolgd door de bouw van het nest. Het nest is 20-90 cm hoog, vaak staat er 5-10 cm water onder. Op plaatsen met een wisselend waterpeil zijn de nesten hoger dan op droge of nagenoeg droge plaatsen.
De eerste Bruine Kiekendieven die in het voorjaar aankomen zijn ten minste twee en vaak drie jaar of ouder. Ze nemen de beste broedplaatsen in. Vanaf eind april tot half mei komen niet-uitgekleurde en dus jongere vogels aan. Deze moeten het doen met de minder goede plaatsen.
De periode waarin in Zeeland met de eileg wordt gestart, loopt vanaf begin april tot half mei. Legsels van oudere vogels bestaan meestal uit 4-6 eieren en de legsels van jongere vogels uit 3-4 eieren. Om de andere dag wordt een ei gelegd. De broedduur bedraagt 30-32 dagen. Omdat vanaf het eerste ei wordt gebroed, komen de eieren na elkaar uit en verschillen de jongen in grootte. In goede voedseljaren maken de laatstgeboren jongen meer kans om uit te vliegen dan in slechte voedseljaren. Uit ‘vroege’ nesten vliegen vaak 3-5 jongen uit en ‘late’ nesten zijn, als ze al slagen, goed voor 1-3 jongen. De jongen verlaten het nest als ze ruim vier weken oud zijn, maar vliegen pas op een leeftijd van 35-40 dagen. In slechte voedseljaren zoals 2003 zijn er heel wat broedparen die er tijdens de nestbouw of tijdens het broeden mee kappen.

Bruine Kiekendieven kunnen dicht bijeen broeden. Soms liggen de nesten maar een paar honderd meter uit elkaar. Geschikt broedgebied in de vorm van moerasvegetatie is schaars, terwijl er volop foerageergebied is. Het dicht opeen broeden is daaraan een aanpassing.

Verplaatsingen
Na het uitvliegen blijven de jongen meestal nog 15-25 dagen in de nabijheid van het nest. De ouders sjouwen dan nog voedsel aan. Als de jongen zelfstandig zijn, vertrekken veel vogels in zuidwestelijke richting: eerst de volwassenen, later gevolgd door de onvolwassen. De meeste Bruine Kiekendieven overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara. Er wordt in toenemende mate in Zuidwest en het West-Europa overwinterd. De meest noordelijke concentratie overwinteraars bevindt zich tegenwoordig in het Verdronken Land van Saeftinghe, waar de laatste jaren 50-162 ex. overwinteren. Meer dan 90% van de overwinteraars zijn het voorafgaande broedseizoen geboren. Waar ze vandaan komen is niet duidelijk, en waarom ze het daaropvolgende jaar niet opnieuw overwinteren al evenmin. Ook elders in Zeeland overwinteren Bruine Kiekendieven. In totaal gaat het om 20-30 ex. Ze zijn 's winters vooral te vinden in gebieden met veel watervogels, zoals het Schenge-gebied op Zuid Beveland, de omgeving van het Rammegors en de Slikken van de Heen bij Tholen en St Philipsland en de kreken rondom Axel en het Groot Eiland in Oost Zeeuws-Vlaanderen.

Overleving
Het Europees en tevens Nederlands leeftijdsrecord staat op 20 jaar en 1 maand. De meeste Bruine Kiekendieven worden echter veel minder oud. Alleen al het eerste levensjaar komt zowat de helft om. Het daarop volgende jaar is de sterfte nagenoeg even hoog. Met de opgedane ervaring hebben oudere vogels een wat grotere kans om te overleven. Vogels die het eerste jaar hebben overleeft, hebben een levensverwachting van circa 5 jaar.

Jongen van de Bruine Kiekendief, het oudste jong is circa drie weken oud. [i]Foto: Henk Castelijns[/i].Jongen van de Bruine Kiekendief, het oudste jong is circa drie weken oud. Foto: Henk Castelijns.Kansen en bedreigingen
Bruine Kiekendieven broeden in Zeeland vooral in rietvelden. Door verdroging en betreding daarvan, en de aanplant of opslag van bomen daarbij, staat de Zeeuwse populatie onder druk. Ook menselijke vervolging, vergiftiging van de ouders en het uithalen van nesten spelen plaatselijk een rol. In droge rietvelden met looppaadjes heeft de Vos gemakkelijk toegang. Bomen dienen als uitvalsbasis voor Zwarte Kraaien, die nogal eens de eieren en soms de kleine jongen van de Bruine Kiekendief grijpen. Bij afwezigheid van bomen, in bijvoorbeeld een straal van 300-500 meter rondom het nest, kan een Zwarte Kraai een broedplaats van de Bruine Kiekendief alleen vanuit de lucht benaderen. Bruine Kiekendieven zijn dan in staat de Kraai te verjagen. Als Kraaien vanuit bomen opereren, lukt dat vaak niet. Het verwijderen van opgaande beplanting nabij de broedplaatsen maakt het leven voor de Bruine Kiekendief gemakkelijker. Overigens zijn struiken zoals meidoorn en vlier geen probleem. Bruine Kiekendieven gaan graag in de top zitten om over het broedgebied te waken. Vernatting van rietvelden en het terugdringen van betreding ervan, zorgen er voor dat de Vos minder gemakkelijk toegang heeft tot de broedplaatsen.

Bijzonderheden
Tijdens de trek en in de winter maken Bruine Kiekendieven gebruik van sociale slaapplaatsen. Op zo’n plaats verzamelen zich in de schemering enkele tot enige tientallen vogels. Op 13 januari 2002 werden op de slaapplaats in Saeftinghe 162 ex geteld, waarvan 85 ex. in één rietveld!