Gebiedsdekkende broedinventarisatie en slaapplaatstellingen in Zeeland in het voorjaar van 2010 en de winter van 2010/11. Bovendien het op gestandaardiseerde wijze verzamelen en vastleggen van broedbiologische gegevens in Zeeland.

 

 

 

Broedvoorkomen en broedbiologie

Methode
Van Dijk 2004 en Bijlsma 1997. Zie verderop bij “Literatuur”.

Broedbiologie zonder nestbezoek

  • Aankomst man en vrouw op broedplaats.
  • Leeftijd ouders.
  • Start nestbouw en balts.
  • Overgegaan tot broeden?
  • Zijn er jongen geboren?
  • Is het broedgeval geslaagd?
  • Hoeveel jongen zijn er uitgevlogen?
  • Beschrijving broedhabitat.


Broedbiologie met nestbezoek
Idem zoals ‘zonder nestbezoek’.

  • Aantal eieren en jongen.
  • Start eileg (met behulp van vleugellengte).
  • Conditie jongen (gewicht), leeftijd (vleugellengte) en geslacht (klauwgrootte).
  • Voedsel. Maak altijd onderscheid tussen (a) verse en (b) niet verse prooiresten, (c) braakballen en (d) zichtwaarnemingen.
  • Nesthoogte en waterhoogte onder nest.
  • Vergeet de nacontrole niet.

Belangrijk. Bruine Kiekendieven broeden op de grond en zijn daarom gevoeliger voor verstoring dan boombroedende roofvogels. Het bezoeken van een nest is daarom af te raden. ‘Broedbiologie met nestbezoek’ is alleen voor hen die op de hoogte zijn van het “Protocol nestonderzoek Bruine Kiekendief”. In Zeeland zijn dat (meestal) ringers of ringers in opleiding. Uiteraard is voor een nestbezoek toestemming nodig van de grondeigenaar.

 

Slaapplaatstellingen

Methode

  • Bij voorkeur. Slaapplaatstelling ‘s avonds: 1 uur voor tot ½ uur na zonsondergang.
  • Eventueel. Slaapplaatstelling ‘s morgens: ¾ uur voor tot ¾ uur na zonsopkomst.
  • Tel (’s avonds) van of (’s morgens) vanaf de slaapplaats vliegende vogels.
  • Bij onoverzichtelijke gebieden meerdere waarnemers vanuit verschillend standpunt.
  • Dicht bijeen gelegen gebieden op één avond tellen. Er wordt nogal eens van slaapplaats gewisseld.
  • Na afloop meteen overleggen.
  • Maak altijd onderscheid tussen ex. in mankleed en ex. in vrouwkleed. Bepaal zo mogelijk het geslacht en de leeftijd. Zie verderop “Herkenning  in najaar en winter”

Vastleggen resultaten

  • Sterke voorkeur voor nestkaart. Houd alle waarnemingen per paar bij. Gebruik bij voorkeur de digitale netkaart. Papieren kaarten zijn ook prima. Voor iemand die niet vertrouwd is met de digitale nestkaart en/of er geen zin in heeft om zich erin te verdiepen is een papieren nestkaart zelfs aan te bevelen.
  • Gebruik voor losse waarnemingen de website Waarneming.nl. Vergeet niet te vermelden of er sprake is van een broedgeval, nestindicerend gedrag, balts etc. Vermeld zo mogelijk de leeftijd van de ouders. Broedgevallen kunnen desgewenst onder embargo.
  • Alle waarnemingen zijn welkom. Een kaartje met broedparen een brief, een e-mail met de vermelding van een broedgeval het kan allemaal. Vermeld zo mogelijk de Amersfoort-coördinaten op 100 meter nauwkeurig.

Trektellingen

Vermeld de leeftijd van de langstrekkende vogels.

Herkenning

Leeftijd en geslacht in voorjaar

  • Geslacht na eerste winter: ♂ zwarte vleugelpunten (onderzijde!), ♀ niet.
  • Leeftijd: ♀ volwassen ex. hebben een roestkleurige en onvolwassen ex. hebben een bruine staart. Vergelijk kleur van staart met de altijd bruine rug!
  • Leeftijd: ♂ hoeveelheid grijs op onder- en bovenvleugel en bruin op borst. Maak onderscheid tussen vogels van 2kj, 3kj en +3kj.

Leeftijd en geslacht in najaar en winter

  • Volwassen ♀ en ♂ (vanaf tweede winter); herkenning als in voorjaar.
  • Pas uitgevlogen jongen hebben abrikooskleurige kop.
  • Onvolwassen (eerste winter); staart en rug donkerbruin, streepje op bovenvleugel, lichte kommavormige vlek op ondervleugel.
  • Geen onderscheid tussen jongen en vrouwen mogelijk, dan ‘vrouwkleed’.
  • Wit op vleugel is geen leeftijdskenmerk!

Handig om te weten

  • Broedvogels komen vanaf tweede decade maart tot en met eerste decade mei aan op de broedplaatsen.
  • Bruine Kieken leggen om de ander dag een ei.
  • Broeden begint voordat legsel compleet is. Jongen verschillen daarom in leeftijd.
  • Broedduur 30-32 dagen.
  • Man op nest met voer, jongen zijn circa 20 dagen oud. Man levert voer af en vliegt meteen weer op.
  • Als de man ergens in het riet of in een landbouwgewas landt en daar enige tijd blijft zitten, is er geen nestindicatie.
  • Jongen vliegvlug na circa 40 dagen, maar jongen lopen vaak al eerder van nest. Zitten daardoor nogal verspreidt.
  • Vliegvlugge jongen vliegen ouders die met voedsel aankomen tegemoet. Het is een goed moment om het aantal jongen te bepalen. Let op mogelijk zijn niet alle jongen al vliegvlug. Ga enkele dagen later nog eens kijken.
  • Pas uitgevlogen jongen zijn zeer donkerbruin en hebben een abrikooskleurige kop.
  • Slaapplaatstellingen ’s morgens zijn lastiger omdat het zicht vaak slecht is en bovendien de vogels zeer snel en onopvallend vertrekken. Een ochtendtelling lukt alleen als je de plaats goed kent en relatief dichtbij staat.

Literatuur

Herkenning

  • Bijlsma RG & Glimmerveen U. Herkenning van roofvogels in het veld. Werkgroep roofvogels Nederland, Wapse.
  • Forsman D. 1993. Roofvogels van Noordwest-Europa. De determinatie van roofvogels: soort, leeftijd en geslacht. GMB Uitgeverij, Haarlem.
  • Forsman D. 1999. The Raptors of Europe and the Middle East: A Handbook of Field Identification. Poyser, London.
  • Gensbøl B. 1996. Roofvogels van Europa, Noord Afrika en het Midden-Oosten. Schuyt & Co., Haarlem.
  • Gensbøl B. 2005. Veldgids Roofvogels. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

Veldonderzoek

  • Bijlsma R.G. 1997. Handleiding veldonderzoek Roofvogels. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
  • Van Dijk A.J. 2004. Handleiding Broedvogel Monitoring Project (Broedvogelinventarisatie in proefvlakken). SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.. Downloaden vanaf http://www.sovon.nl/pdf/Handleiding-BMP.pdf
  • Castelijns H, Van Kerkhoven W. & Poortvliet J. 2010. Trends bij de Bruine Kiekendief Circus aeruginosus als broedvogel in Zeeuws-Vlaanderen. Takkeling 18(1): 63-82. Dit artikel verschijnt binnenkort en is dan ook te lezen op http://www.roofvogelszeeland.nl.

Broedvoorkomen, broedbiologie en voedsel in Zeeland

  • Op deze website bij Jaarverslagen
    Kies een jaarverslag en klik naar het hoofdstuk over de Bruine Kiekendief. De jaarverslagen hebben elk een bijzonder onderwerp. Zo gaat dat van 2004 over het voedsel, dat van 2005 over de aankomst op de broedplaatsen etc. U kunt ook onderstaande links gebruiken.
  • Castelijns H, Van Kerkhoven W. & Poortvliet J. 2010. Trends bij de Bruine Kiekendief Circus aeruginosus als broedvogel in Zeeuws-Vlaanderen. Takkeling 18(1): 63-82. Dit artikel is hier te downloaden

Wintervoorkomen en voedsel in Zeeland

  • Dit artikel over Het overwinteren van Bruine Kiekendieven in Zeeland

Bescherming van in graan broedende vogels

Programma

  • 10 februari 2010. VWG Walcheren. Lezing over broedvoorkomen en overwintering van Bruine Kiekendieven in Zeeland.
  • 25 februari 2010. Zeeuwse Vogelaarsavond. Lezing over broedvoorkomen van Bruine Kieken in Zeeland.
  • 19 april 2010. Natuurbeschermingsvereniging de Steltkluut. Lezing over broedvoorkomen en overwintering van Bruine Kiekendieven in Zeeland.
  • 20 en 27 april 2010. Bruine Kiekendieven-dag Saeftinghe. Omsingeling van het belangrijkste Zeeuwse broedgebied met als doel het in kaart brengen van de broedparen.
  • ? november 2010. Zeeuwse Vogelaarsdag. Eerste resultaten van het broedvogelonderzoek en slaapplaatstelling Saeftinghe.