Controle van een Sperwernest op 30 mei 2003 met behulp van keukentrap, spiegel op stok en kijker nabij Hoek (mzv) door Sanne en Marc Ploegaert. Op 22 juni werden vijf jongen geringd, waarvan er op 7 juli ten minste vier als takkelingen nabij het nest werden waargenomen. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Controle van een Sperwernest op 30 mei 2003 met behulp van keukentrap, spiegel op stok en kijker nabij Hoek (mzv) door Sanne en Marc Ploegaert. Op 22 juni werden vijf jongen geringd, waarvan er op 7 juli ten minste vier als takkelingen nabij het nest werden waargenomen. Foto: Henk Castelijns.In 2002 en 2003 werden achtereenvolgens 71 en 77 broedparen en 54 en 49 nesten opgespoord. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 200-280 paar. Uit gegevens van de deelgebieden zbe, hzb, nbe, vm en ozv blijkt dat de populatie sinds 2000 niet meer in aantal is toegenomen (Rozemeijer en de Schipper 2003, Hen Castelijns). Er is dus een eind gekomen aan de spectaculaire toename van de Sperwer, waarvan het aantal broedparen in 1995 nog maar 50-70 bedroeg (Castelijns 1996).

In 2002 en 2003 werd respectievelijk op 4 en 2 mei met de eileg gestart. Gemiddeld werden in 2002 4,6 (s=0,98 n=11) en in 2003 4,1 (s=1,06 n=14) eieren gelegd. Het aantal uitgevlogen jongen bedroeg respectievelijk 3,7 (s=1,28 n=14) en 3,1 (s=1,27 n=21). Het aantal eieren en jongen in 2002 was bovengemiddeld en in 2003 gemiddeld. In 2002 werden 46 en in 2003 59 jongen geringd.

Sperwers hebben weinig te leiden van menselijke vervolging. Dat komt omdat ze pas laat starten met broeden, de bladeren staan dan al aan de bomen en de nesten vallen daardoor niet op. Bovendien bejagen ze prooien die niet door mensen worden bejaagd. Soms hebben Sperwers te duchten van volièrehouders of duivenhouders. Voor wat betreft Zeeland zijn er geen bewijzen voor