Een hybride grote valk voorkwam in 2001 dat een Slechtvalkenpaar (Falco perigrinus) de nestkast bij de elektriciteitscentrale in Borssele in gebruik kon nemen (Rozmeijer & de Schipper 2001). In 2002 en 2003 was de nestkast wel bezet. Het eerste jaar vlogen 3 en het tweede jaar 4 jongen uit. Afgaand op de grootte betrof het in 2002 twee mannetjes en één vrouwtje en in 2003 twee mannetjes en twee vrouwtjes. De kast hangt aan een schoorsteen bij de elektriciteitscentrale van Borssele op 140 meter hoogte (Rozemeijer en de Schipper 2002). Om veiligheidsredenen zijn nestbezoeken niet toegestaan (Peter van Geneijgen). De start van de eileg was in beide jaren laat. Op basis van het uitvliegmoment in 2002 tussen 5 en 11 april en in 2003 tussen 11 en 18 april. Gemiddeld starten Slechtvalken met de eileg medio maart (Bijlsma 2003 en 2004).

Op 16 maart 2003 was er balts van twee niet adulte vogels nabij een Slechtvalkennestkast aan een van de LPG-silo’s in de Nieuw Neuzenpolder II. Later werden de vogels niet meer waargenomen.

In de winter 2002/03 werd aan een silo in Sas van Gent op initiatief van de eigenaar (Cerestar) een Slechtvalkennestkast opgehangen.

Slechtvalken worden al eeuwenlang vervolgd: of ze werden gevangen om mee te kunnen jagen of ze werden door jagers gedood omdat ze als concurrent werden beschouwd (Rattcliffe 1993). In Nederland broeden Slechtvalken vaak op hoge gebouwen op bewaakt terrein. Het zijn ook favoriete pleisterplaatsen buiten het broedseizoen. Vervolging is daardoor moeilijk.