In 2015 werd één nest gevonden en waren bovendien op vier locaties (voedsel)territoriumhoudende Wespendieven aanwezig[2]. In 2016 werd geen enkel nest gevonden, maar werd wel op twee locaties voedseltransport gezien.

De laatste jaren neemt het aantal waarnemingen van de Wespendief in Zeeland tijdens de broedtijd sterk toe. In de maanden juni-juli ging het in 2011 om 13 waarnemingen en vervolgens in 2012 om 18, in 2013 om 27, in 2014 om 35, in 2015 om 46 en in 2016 om 33 waarnemingen (bron: waarneming.nl, aantallen exclusief gekopieerde en dubbele waarnemingen).

Het vaststellen van een broedgeval van de Wespendief valt niet mee en het vinden van een nest al helemaal niet. Het helpt dat ze trouw zijn aan de broedlocatie. Het zou ook helpen als waarneming.nl`ers beter op het gedrag zouden letten; meestal vermelden ze ‘overvliegend’. Dank je de koekoek, een Wespendief neem je bijna per definitie vliegend waar. Maar waar gaat de vogel naar toe, wordt er voedsel getransporteerd (heel goed kijken!), vliegt de vogel in rechte lijn, duikt hij/zij abrupt het bos in, wordt er hoog of laag gevlinderd? Let daarop in het veld en maak daarover opmerking bij je waarneming.

Hierna een opsomming van alle locaties in Zeeland met in de periode 1995-2016 (voedsel)territoriumhoudende of broedende Wespendieven. Het zou goed zijn om juist aan deze locaties extra aandacht te schenken.

Boswachterij Westenschouwen (Burgh-Haamstede)

  • Tot en met 2014. Geen (voedsel)territorium- of broedaanwijzingen. Het habitat is erg geschikt.
  • 2015. Op 7 augustus één exemplaar. Verder geen waarnemingen, zelfs geen toevallige.
  • 2016. Enkele waarnemingen uit de royale omgeving, maar geen (voedsel)territorium of broedaanwijzing.

Schuddebeurs (Noordgouwe)

  • Tot en met 2014. Voor het eerst een broedgeval in 1997 (minimaal één uitgevlogen jong). In 2014 een toevallige waarneming op 7 juli. Deze waarneming ontbrak in het jaarverslag van 2014. Habitat is geschikt.
  • 2015 en 2016. Geen (voedsel)territorium of broedaanwijzing. Wel een paar waarnemingen uit de ruime omgeving.

Biggekerkse Bos (Biggekerke)

  • Tot en met 2014. Voor het eerst een broedgeval in 2014 (twee uitgevlogen jongen). In eerdere jaren geen (voedsel)territorium- of broedaanwijzingen.
  • 2015 en 2016. Op waarneming.nl nogal wat toevallige waarnemingen uit de (ruime) omgeving, maar geen (voedsel)territorium of broedaanwijzing.

De Ploate Oostburg

  • Tot en met 2014. In 2014 een (voedsel)territorium. Het habitat lijkt marginaal.
  • 2015. Geen waarnemingen.
  • 2016. Geen waarnemingen.

Groene Knoop/Zwartenhoek (Westdorpe)

  • Tot en met 2014. Voor het eerst een broedgeval in 2014 (minimaal één uitgevlogen jong). Het habitat lijkt marginaal.
  • 2015. Op 14 juli een naar een nest vliegende Wespendief. Op het niet afgebouwde nest lagen groene takken. Op 24 en 31 juli werd het nest opnieuw vanop afstand gecontroleerd. Er lagen geen verse groene takken op en er werd geen ouder meer waargenomen.
  • 2016. Geen waarnemingen.

Plasschaertbos (Koewacht)

  • Tot en met 2014. Broedgeval in 2013 en 2014. Beide keren twee uitgevlogen jongen.
  • 2015. Wel waarnemingen van Wespendieven, maar geen broedaanwijzing. Er werd in totaal negen uren gewaakt, soms vanaf twee zijden tegelijk.
  • 2016. Idem 2015. Er werd tien uren gewaakt, soms vanaf twee zijden tegelijk.

Kloosterbos/Peereboomsgat (Koewacht)

  • Tot en met 2014. Voor het eerst een (voedsel)territorium in 2014. Op 22 juli een vlinderende vogel (Winant Halfwerk). Deze waarneming ontbrak in het jaarverslag van 2014. Het habitat is erg geschikt.
  • 2015. Op 17 juni werd een vlinderende vogel gezien. Tussen 17 juli en 16 augustus werd in totaal 16 uur gewaakt. Telkens (zeven keer) werd een Wespendief gezien maar er was geen verdere broedaanwijzing.
  • 2016. Op 7 juli werd voedseltransport gezien. De vogel dook op een goed herkenbare plaats het bos in (nestpeiling). Op 16 juli werd het bos uitgekamd, maar er werd geen nest gevonden. In totaal leverde 12,5 uur waken tussen 29 juni en 19 augustus (soms vanaf twee zijden) nog een paar waarnemingen op, maar geen nieuwe broedaanwijzing.

Wildelanden (Heikant)

  • Tot en met 2014. Geen territorium of andere broedaanwijzing. Het habitat is erg geschikt.
  • 2015. Op 24 mei  twee cirkelende en op 27 juni twee vlinderende en cirkelende vogels. Voorts nog drie keer één vogel in juni. Op 2 augustus en 14 augustus leverde in totaal 4,5 uur waken geen enkele waarneming van een Wespendief op.
  • 2016. Vijf waarnemingen tussen 16 juli, en 14 augustus van twee keer één en drie keer twee adulte vogels. Geen (voedsel)territorium- of broedaanwijzingen. Op 14 augustus werd 3,5 uur gewaakt. Behalve zes overtrekkende ex. werd dezelfde adulte vrouw vier keer gezien. Van een tweede vogel kon het geslacht niet worden bepaald.

’t Jagertje (Hulst)

  • Tot en met 2014. In 1995 een (voedsel)territorium en in 2007 een broedgeval (minimaal één uitgevlogen jong).
  • 2015. Geen (voedsel)territorium of broedaanwijzing.
  • 2016. Op 22 juni voedseltransport. Voorts toevallige waarnemingen van telkens één ex. op 30 mei en 18 juli. Op deze locatie werd nier gewaakt

Clingse Bos (Clinge)

  • Tot en met 2014. Een vlinderende man op 18 juli 2012. Deze waarneming ontbrak in het jaarverslag van 2012. Deze locatie is een van de meest geschikte, maar is zonder ‘boom te toppen’ lastig te overzien[3].
  • 2015. Eén toevallige waarneming.
  • 2016. Geen waarnemingen.

Voor de Wespendief geschikte gebieden maar tot nu toe zonder enige vorm van broedaanwijzing zijn; de duinen van Schouwen en Walcheren (vooral de omgeving van Oranjezon), het Bos van Erasmus (Cadzand), de Braakmanbossen (Hoek en Philippine) en het Groot Eiland (Hulst)

Door een Wespendief uitgegraven wespennest. Koewacht Kloosterbos, 6 juni 2015. Foto Luud Persijn.Door een Wespendief uitgegraven wespennest. Koewacht Kloosterbos, 6 juni 2015. Foto Luud Persijn.


[2]Vlinderen is een karakteristieke manier van vleugelwapperen waarmee Wespendieven zowel het voedsel- als het broedterritorium markeren. Een vlinderende Wespendief wijst dus niet per se op een broedterritorium.

[3]Wespendieven die zich verplaatsen doen dat vaak laag over bomen. In bosrijke gebieden lukt het opsporen van Wespendieven daarom het best vanaf een hoog uitzichtpunt. In het vlakke Nederland betekent dat naar de top van de hoogste boom klimmen en daar gedurende enige tijd, meestal 2-3 uren, de omgeving afspeuren.