Van de in Zeeland voorkomende roofvogels zijn Havik, Sperwer, Boomvalk en Slechtvalk echte vogeleters. Bruine Kiekendief, Buizerd en Torenvalk eten ook wel vogels, maar hebben voor een goed broedseizoen een goed aanbod aan muizen (alle drie de soorten) jonge Hazen, jonge Konijnen en jonge Fazanten (Bruine Kiekendief en Buizerd) nodig (Jaarverslag 2011).

Sinds 2004 worden Hazen en Konijnen, sinds 2005 Fazanthanen en sinds 2007 Fazant-hennen langs een route in Oost en een route in Midden Zeeuws-Vlaanderen geteld. Zie voor locaties en methode het jaarverslag van 2012.

Het aantal Hazen is sinds de start van de monitoring in beide gebieden sterk gedaald (Figuur 5).

Figuur 5. Index van het aantal Hazen Lepus europaeus in Oost en Midden Zeeuws-Vlaanderen (OZV en MZV) voor 2004-2016. In 2004 ging het om 166 en 84 ex.

  

In het Braakmanbos - de enige locatie met monitoring - is het aantal Konijnen in de periode 2006-2010 spectaculair toegenomen. Sindsdien is het aantal min of meer stabiel (Figuur 6).

Figuur 6. Index van het aantal Konijnen Oryctolagus cuniculus in het Braakmanbos voor 2004-2016. In 2004 ging het om 20 ex.

 

Het aantal Fazanten schommelt sterk. Er is over het algemeen een dalende trend (Figuur 7).

Figuur 7 en 8. Index van het aantal Fazanthanen en -hennen (Phasianus colchicus) in Midden (MZV) en Oost Zeeuws-Vlaanderen (OZV) voor de periode 2005-2013. In 2008 ging het respectievelijk om 29 en 58 hanen en om 42 en 38 hennen. 

 

Aan een oproep in het voorjaar van 2014 om meer van dergelijke tellingen uit te voeren, hebben enkele mensen gevolg gegeven. De resultaten zijn samengevat in (Tabel 1). Het berekenen van een index kan pas na een paar jaar, mits steeds exact dezelfde route en methode wordt gebruikt.

Tabel 1. Overzicht van het aantal Hazen en Fazanten langs twee teltrajecten in Oost Zeeuws-Vlaanderen.Tabel 1. Overzicht van het aantal Hazen en Fazanten langs twee teltrajecten in Oost Zeeuws-Vlaanderen.

Tot op zekere hoogte is het broedsucces van de Torenvalk een maat voor de (Veld)muizentand. 2015 en 2016 waren gemiddelde jaren (Figuur 9).

Deze index heeft zijn beperkingen. Het zou beter zijn de muizenstand rechtstreeks te monitoren door op gestandaardiseerde wijze muizenholletjes te tellen of eventueel door onderzoek naar het voedsel van de Ransuil. Daarom is in 2015 in Zeeuws-Vlaanderen gestart met onderzoek naar het voedsel van deze uil.

Figuur 9. Gemiddeld aantal uitgevlogen jonge Torenvalken voor de periode 1995-2016.

 Konijn op de Gasdam Saeftinghe. De dam loopt door het schor. In het begin van deze eeuw, toen overal in Nederland de Konijnenpopulatie instortte, gebeurde dat met deze populatie niet. Dat was ongetwijfeld een gevolg van de geïsoleerde ligging. Op een zomeravond in juli of augustus is het niet ongewoon om 500-900 Konijnen op de dam te tellen. De dam is 3,6 km lang en 50-70 m breed. Uiteraard zwermen de Konijnen ook uit naar het schor, zeker in de zomer als er minder kans is op extreem hoogwater. Nieuw Namen, 12 mei 2015. Foto Walter Van Kerkhoven.Konijn op de Gasdam Saeftinghe. De dam loopt door het schor. In het begin van deze eeuw, toen overal in Nederland de Konijnenpopulatie instortte, gebeurde dat met deze populatie niet. Dat was ongetwijfeld een gevolg van de geïsoleerde ligging. Op een zomeravond in juli of augustus is het niet ongewoon om 500-900 Konijnen op de dam te tellen. De dam is 3,6 km lang en 50-70 m breed. Uiteraard zwermen de Konijnen ook uit naar het schor, zeker in de zomer als er minder kans is op extreem hoogwater. Nieuw Namen, 12 mei 2015. Foto Walter Van Kerkhoven.