Tot in de eerste helft na de eeuwwisseling ging het de Sperwer in Zeeland voor de wind, maar sinds 2008 is het aantal broedparen behoorlijk afgenomen. Het lijkt er op dat de afname de laatste jaren tot stilstand is gekomen (Figuur 17). Als oorzaak wordt vaak concurrentie met de Havik genoemd. Dat speelt ongetwijfeld lokaal een rol. Echter, de achteruitgang van de Sperwer in Zeeuws-Vlaanderen was al begonnen voordat de Havik daar zich vestigde. Het eerste territoriumhoudende paar werd daar opgemerkt in 2011 en een jaar later werd pas het eerste nest gevonden. Het aantal Sperwers kachelde al achteruit sinds 2008. Dat niet de Havik de oorzaak is, blijkt ook uit het gegeven dat mislukkingen vaak plaatsvinden in de eifase. Het kan natuurlijk zijn dat een legsel verdwijnt nadat het vrouwtje door een Havik is gepakt, maar het is aannemelijker dat de eieren verdwijnen omdat ze worden opgegeten door kraaiachtigen. De harde bewijzen ontbreken. Maar een aanwijzing is het gegeven dat van de 68 nesten waarvan in de periode 1995-2017 bekend is wanneer ze mislukten, er 60 mislukte in de eifase en maar acht in de jongenfase. Bij de nesten die in de eifase mislukten, werd tien keer het bewijs geleverd dat de predatie plaats vond door een kraaiachtige. Dit is te herkennen aan op karakteristieke wijze gekraakte eieren.

Figuur 17. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Sperwer in Zeeland in de periode 1995-2016.

 

Waarnemers klagen er over dat Sperwernesten de laatste jaren steeds moeilijker te vinden zijn. Dat er minder Sperwers zijn, speelt daarbij een rol. Maar het valt op dat broedende vogels zich in de buurt van het nest meer en meer gedeisd houden. Vaak alarmeren ze niet eens als je in de buurt van het nest komt. Dat was vroeger wel anders. Hebben Sperwers ontdekt dat je maar beter stil kunt zijn met kraaiachtigen in de buurt? Of beter gezegd, zijn het de Sperwers die weinig alarmeren die een grotere kans hebben om hun jongen groot te brengen en aarden de jongen vervolgens naar hun ouders?

Wat betreft het legbegin en de lesgelgrootte is de steekproef te klein om wat zinnigs te zeggen (in beide gevallen N≤5) (Bijlage 3). Het aantal jongen was met gemiddeld 4,2 en 3,6 (2015; SD=1,5; N=6 en 2016; SD=1,1, N=8) wat hoger dan normaal voor de periode 1995-2016; 3,3 (SD=1,2, N=370) (Bijlage 3).

In Tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de in 2015-2016 op en bij Sperwernesten verzamelde prooiresten. Op aantalsbasis waren Merels, mezen en Huismussen de belangrijkste prooien.

Tabel 4. Prooien van de Sperwer in Zeeland in 2015 en 2016.Tabel 4. Prooien van de Sperwer in Zeeland in 2015 en 2016.

Adulte man Sperwer neemt een bad. Clingse Bos Clinge, 10 augustus 2015. Foto Timo Jansen.Adulte man Sperwer neemt een bad. Clingse Bos Clinge, 10 augustus 2015. Foto Timo Jansen.