In 2015 en 2016 werden in Zeeland 728 en 782 broedparen van roofvogels opgespoord en werden respectievelijk 732 en 753 nestkaarten ingevuld. Het aantal ingevulde nestkaarten was fors hoger dan voorgaande jaren. Dit komt omdat sinds 2015 ook van niet bewoonde nestkasten een kaart wordt bijgehouden. Een handigheidje van de in Zeeland gebruikte Nestkaart-app. Hierdoor kan voortaan de bezettingsgraad van nestkasten worden berekend. Een maat die er voor wat betreft de Torenvalk, een notoire nestkastbroeder, toe doet. De onderzoeksinspanning is sinds 2010 redelijk stabiel. Er zijn daarentegen wel wat verschuivingen; meer activiteit op Walcheren en minder op Schouwen-Duiveland zijn de opvallendste.

De winters van 2014/15 en 2015/16 waren uitzonderlijk zacht en zonnig. Die van 2014/15 was nat en die van 2015/16 gaf een normale hoeveelheid neerslag te zien. Het voorjaar van 2015 was vrij koel, droog en zonnig. Ook het voorjaar van 2016 was zonnig, maar met een normale hoeveelheid neerslag en temperatuur. De zomers van 2015 en 2016 waren qua temperatuur, de hoeveelheid neerslag en de hoeveelheid zon gemiddeld, maar de start van de zomer van 2016 was somber en uitzonderlijk nat.

Sinds 2011 is tijdens het broedseizoen het aantal waarnemingen van de in Zeeland behoorlijk toegenomen. In Echter tegenstelling tot 2013 en 2014 werden in 2015 en 2016 geen zekere broedgevallen vastgesteld. In 2015 was er wel een niet afgebouwd nest.

In 2015 en 2016 begonnen Bruine Kiekendieven een paar dagen later dan het gemiddelde voor de periode 1995-2016. Gerekend vanaf 2008 was de start van de eileg min of meer normaal. Het aantal eieren en het aantal uitgevlogen jongen waren gemiddeld. Deze cijfers camoufleren de werkelijkheid, omdat ze wat betreft het aantal jongen alleen betrekking hebben op succesvolle nesten. In 2015 en 2016 lukten in Zeeuws-Vlaanderen maar 52% van de nesten (N=111). Dat verschilt niet met de periode 2008-2014 toen 53% van de nesten succesvol was (N=270). Echter, wat verder terugkijkend is er een groot verschil. In de periode 2001-2007 lukten nog 71% (N=290) van de nesten en de periode 1995-2000 zelfs 86% (N=175).

Het aantal broedparen van de Bruine Kiekendief wordt geschat op 195-250. Dat is een pak minder dan 15 jaar geleden. 

Het aantal broedparen van de Havik neemt in Zeeland nog steeds wat toe. Het gaat inmiddels om 50-70 paren. Het aantal Sperwers daarentegen neemt af. Tien jaren geleden ging het nog om 200-270 broedparen en in 2015-2016 nog maar om 95-165. Er is geen enkele aanwijzing dat er voor wat betreft Zeeland een verband is tussen de toename van de Havik en de afname van de Sperwer. De afname van de Sperwer in Zeeland is een gevolg van het mislukken van legsels in de eifase, waarschijnlijk vanwege predatie door kraaiachtigen (in aantal gevallen aangetoond). Als er een relatie met de Havik was, zouden mislukkingen juist plaats vinden in de jongenfase. Haviken grijpen immers wel jongen van het nest, maar geen eieren. Gemeten aan het aantal jongen per gelukt nest, was het broedsucces in 2015 en 2016 van zowel Havik als Sperwer wat hoger dan normaal. Maar ook voor deze soorten geldt dat zonder het nestsucces je niet goed weet hoe het er in werkelijkheid voor staat.

Gemeten aan het legbegin, het aantal eieren en het aantal jongen per nest waren 2015 en 2016 voor de Buizerd gemiddelde jaren. Wat nauwkeuriger naar de resultaten kijkend, is er wel degelijk verschil tussen beide jaren op. Het gemiddeld aantal eieren was in 2015 met 2,4 wat lager dan de 2,6 in 2016. Maar bij het aantal uitgevlogen jongen was het juist andersom: 2015 was 2,3 jongen per uitgevlogen nest beter dan 2016 met slechts 2,1 jongen. De kletsnatte periode in juni 2016 kostte heel wat jongen de kop. Het aantal broedparen van de Buizerd neemt nog steeds toe. Inmiddels gaat het om 365-490 paren tegenover 60-90 paren in 1995. 

Is tegenwoordig de Buizerd de algemeenste soort, voorheen was dat de Torenvalk. Voor 1995-1996 werd het aantal broedparen geschat op 390-540 en twintig jaren later op 330-460 paren. De start van de eileg bij de Torenvalk week in 2015 en 2016 maar weinig af van gemiddeld. Evenals bij de Buizerd was de legselgrootte in 2015 (een fractie) kleiner dan in 2016 (5,0 versus 5,1) en was toch 2015 het jaar met het betere broedsucces; 3,8 versus 3,6. Ook in dit geval was de kletsnatte periode aan het begin van de zomer de oorzaak.

Het aantal broedparen van de Boomvalk wordt geschat op 35-70. Broedbiologische gegevens ontbreken vrijwel. Deze soort verdient meer aandacht dan ze krijgt. Waar dat toe kan leiden is gebleken in Oost Zeeuws-Vlaanderen waar Marian Sponselee met hulp van enkele anderen zich op deze soort aan het toeleggen is. In 2015 en 2016 leverde dat al een drietal nestcontroles op (de enige in Zeeland!) en een aantal extra broedparen.

Van de Slechtvalk wordt bijna elk jaar wel een nieuwe broedlocatie vastgesteld. In 2015 bij Rilland en in 2016 bij DOW Terneuzen op 1,5 km afstand van een ander paar bij dit bedrijf. Het aantal broedparen wordt geschat op 12-15. Slechtvalken broeden in Zeeland vooral op hoge gebouwen; industriële installaties, kerktorens en soms op hoogspanningsmasten. De Slechtvalk is een echte vogeljager die leeft van prooien die in de buurt van zijn nest rondvliegen. Tijdens het opgroeien van de jongen veelal jonge verdwaalde Postduiven en indien voorhanden steltlopers.

Nieuwe potentiele broedvogels die aan de deur kloppen zijn de Zwarte Wouw en de Zeearend. Van beide soorten was in 2016 een broedpaar aanwezig. Eén paar Zwarte Wouwen hield zich enige tijd op bij Saeftinghe maar bouwden geen nest. Een paar Zeearenden begon daar in het Krammer-Volkerak wel mee maar maakte het niet af.

Wensen voor 2017

  • Bruine Kiekendief. Onderzoek naar het foerageergedrag, het voedsel, oorzaak mislukkingen en letter op graanbroeders en gekleurmerkte vogels.
  • Havik. Onderzoek naar prooien (geheel Zeeland) en meer nestcontroles op Schouwen, Duiveland, de Grevelingen en het Krammer-Volkerak.
  • Sperwer. Oorzaak mislukkingen vaststellen, meer nestcontroles in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek en vaste proefvlakken jaarlijks op nesten uitkammen.
  • Buizerd. Geen speciale wensen.
  • Torenvalk. In een aantal vaste proefvlakken jaarlijks het aantal broedparen karteren.
  • Boomvalk. Opsporen van zo veel mogelijk broedparen en meer nestcontroles uitvoeren in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek.
  • Slechtvalk. Opsporen broedparen. Let vooral op bij hoge gebouwen en hoogspannings-masten.
  • Wespendief. Controle van recente en potentiële broedlocaties (zie soortbeschrijving).
  • Monitoring van potentiële roofvogelprooien. Meer telroutes Haas, Konijn en Fazant en een Veldmuizentrend.

Buizerdjong op een nest bij Sint Annaland Tho-len op 28 mei 2016. Foto Dick Gunst.Buizerdjong op een nest bij Sint Annaland Tholen op 28 mei 2016. Foto Dick Gunst.

Buizerdjong op een nest bij Sint Annaland Tholen op 28 mei 2016. Foto Dick Gunst.