Het aantal broedparen is de laatste jaren vrij stabiel en bedraagt 195-250 (Figuur 12).

Figuur 12. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting (groene lijnen) van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2016.

 

De start van de eileg was met 27 april in 2015 en 29 april in 2016 twee en vier dagen later dan gemiddeld (2015; SD=13, N= 38 en 2016; SD=14, N=24). De legsel- en broedselgrootte waren gemiddeld (Figuur 13, Bijlage 3).

Figuur 13. Gemiddeld aantal eieren en gemiddeld aantal jongen per nest voor de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2016.

 

Deze cijfers doen vermoeden dat het met de Bruine Kiekendief in Zeeland nog niet zo slecht gaat. Mogelijk is dat lokaal (Schouwen-Duiveland?) het geval, maar elders in Zeeland zeer zeker niet. In Zeeuws-Vlaanderen worden zo veel mogelijk nesten vanaf de vestiging gevolgd. Niet per se door nestbezoeken, ook nesten die van afstand worden gecontroleerd, doen mee. Alle resultaten worden bijgehouden op nestkaarten. In 2015 lukten 52% (N=54) en in 2016 53% (N=57) van de nesten. Ter vergelijking in de periode 1995-2000 bedroeg het aandeel gelukte nesten 86% (N=175), in de periode 2001-2007 71% (N=290) en de periode 2008-2014 53% (N=270). Voor oorzaken zie vorige jaarverslagen en Castelijns et al. (2010).

In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de prooien en prooiresten die bij en op de nesten van Bruine Kiekendieven zijn gevonden. Op aantalsbasis zijn Haas/Konijn, (Veld)muizen en in iets mindere mate Fazanten de belangrijkste prooien. Met uitzondering van muizen gaat het vooral om jonge dieren. Het aandeel onbekende vogels in braakballen is groot omdat het bij delen van veren in braakballen meestal om veerschachten van jonge vogels gaat. Die zijn niet op naam te brengen.

Tabel 2. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2015 en 2016.Tabel 2. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2015 en 2016.

In zowel 2015 als 2016 broedden twaalf paren op akkers. Van één paar is niet bekend om welk gewas het ging. Bij drie paren ging het om graszaad, bij vier paren om (winter)gerst en 16 paren om (winter)tarwe. Evenals andere jaren werd weer een aantal nesten beschermd. Het gaat niet altijd goed met op akkers broedende Bruine Kiekendieven. Vooral bij in graszaad broedende vogels gaat het vaak mis. Bij IJzendijke mislukte een nest in de eifase om onbekende reden en bij Tholen werd een nest uitgemaaid. Dat gebeurde ’s nacht, omdat graszaad meestal ’s nachts wordt gemaaid. Het is dan vochtig waardoor het zaad bij het maaien niet uit de aar valt. Bij Sluiskil lukte het, ondanks dat er ’s nachts werd gemaaid, wel het nest te beschermen. En dat terwijl in de maainacht de vier jongen maar twee tot zeven dagen oud waren! De avond voor het maaien werd samen met de boer het nest gemarkeerd. De volgende ochtend zat het mannetje op het gemaaide gras te waken en het vrouwtje op het nest in haar graseilandje van vijf bij vijf meter. Het nest werd later die dag omrasterd. Vijf minuten nadat de nestbeschermers uit het zicht waren verdwenen, zat het vrouwtje weer op het nest. Dat is zeker niet standaard voor een vrouwtje Bruine Kiekendief. Soms pikken ze nestbescherming niet en moet die daarom verwijderd worden. De vier jongen werden op 6 augustus gemeten, gewogen, geringd en gekleurmerkt. Afgaand op de vleugellengte waren ze op die dag 26-36 dagen oud. De kleurmerken leveren interessante informatie op. Zie verderop.

In samenwerking met het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) wordt onderzoek aan Bruine Kiekendieven uitgevoerd. Sinds 2010 wordt door het aanbrengen van vleugelmerken (wing tags) geprobeerd te achterhalen waar jonge vogels zich vestigen om te broeden. Tot nu toe zijn 642 vogels van merken voorzien, waarvan 361 in Zeeland (vooral Zeeuws-Vlaanderen). Tot en met 2016 werden 98 van de 557 vogels in het jaar na hun geboorte of later teruggezien. Daarvan zijn er 63 gerelateerd aan een broedplaats en in 40 gevallen werd aangetoond dat het om een nest ging. Wat dat betreft begint het project zijn vruchten af te werpen, maar daarover in een later stadium meer. Het onderzoek gaat namelijk nog een aantal jaren door.

Adulte man Bruine Kiekendief. Vanwege de donkere borst een van het jongere type. Sint Kruis Sint Kruiskreek 27 april 2015. Foto Johnny du Burck.Adulte man Bruine Kiekendief. Vanwege de donkere borst een van het jongere type. Sint Kruis Sint Kruiskreek 27 april 2015. Foto Johnny du Burck.

Individueel herkenbare vogels leveren ook ‘bijvangsten’ op. Hierna een aantal voorbeelden.

  • Behoren de in onze contreien overwinterende Bruine Kiekendieven tot de lokale populatie? Tot en met de winter van 2014/2015 werden geen gekleurmerkte vogels gezien. In de winter van 2015/2016 overwinterden een gekleurmerkte vogel in de omgeving van Terneuzen en één tussen Oostburg en Sint Laureins (B). Dezelfde vogel werd in op dezelfde locatie ook in november 2016 gezien, maar sindsdien niet meer. In het Verdronken Land van Saeftinghe, het voor de Bruine Kiekendief binnen Nederland en België met afstand belangrijkste overwinteringsgebied[4] (Castelijns & Castelijns 2009) werd pas op 17 feburari 2017 voor het eerste een gekleurmerkte vogel in de winter waargenomen. Het is tevens de enige waarneming voor de winter 2016/17.
  • Behalve hierboven genoemde vogels werden tot nu toe vijf verschillende vogels in West Afrika gezien; Sierra Leone (1x) en Senegal (4x). Vijf lijkt niet veel, maar sinds 1995 werden er in Zeeland 1944 Bruine Kiekendieven van een metalen ring voorzien en werd geen enkele vogel uit het Afrikaanse overwinteringsgebied gemeld.
  • Door het volgen van individueel herkenbare pas uitgevlogen jongen weten we inmiddels dat jongen van dicht bij elkaar broedende paren prooien van andere ouders overnemen (zie bijvoorbeeld het Jaarverslag 2013). Ook in 2016 werd dat weer vastgesteld. Bij IJzendijke ging het kleinste jong uit een nest van vier op het nest van de buren zitten en liet zich daar door hen verzorgen.
  • De vier de jongen van het eerder genoemde graszaadnest bij Sluiskil werden tot en met 16 september nog dagelijks bij het nest te gezien. Het oudste jong was toen 77 dagen oud! Op 21 september werd het laatste jong waargenomen. Het is bijzonder om zo laat in het seizoen nog aan de nestlocatie gebonden jongen te zien. En dat voor een nest waarin het eerste ei pas op 2 juni werd gelegd. Je zou denken dat jongen en ouders meer haast hebben om naar het overwinteringsgebied te trekken.

Gekleurmerkte juveniele Bruine Kiekendief. Eén van de vier bij Sluiskil in een graszaadveld geringde jongen (zie tekst). Kleine Zevenaarpolder Sluiskil, 10 september 2016. Foto Jaap Poortvliet.Gekleurmerkte juveniele Bruine Kiekendief. Eén van de vier bij Sluiskil in een graszaadveld geringde jongen (zie tekst). Kleine Zevenaarpolder Sluiskil, 10 september 2016. Foto Jaap Poortvliet.


[4] In de winters van 2011/12, 2012/13, 2013/14, 2014/15 en 2015/16 werden tijdens een slaapplaatstelling respec-tievelijk 88 ex., ≥67 ex., 91 ex., 103 ex. en 62 Bruine Kiekendieven op de slaapplaats in Saeftinghe waargeno-men. Bovendien wordt in het gebied in de winter maandelijks één hoog- en één laagwatertelling uitgevoerd. Aan zo’n telling nemen 3-5 (hoogwater) en 10-15 (laagwater) vogelaars deel. Ze bekijken telkens 20-50 vogels.