In 2014 werden 118 nesten gevonden en in totaal 137 broedparen opgespoord. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 325-460 paren. Het aantal broedparen in Zeeland neemt sinds de eeuwwisseling licht af (Figuur 15).

Figuur 17. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2013.

Gerekend vanaf 1997, het eerste jaar met een voldoende grote steekproef, begonnen Torenvalken nog nooit zo vroeg met de eileg: gemiddeld op 15 april (SD=11,3; N=62). Dat is 13 dagen eerder dan normaal en 25 dagen eerder dan in het recordlate jaar 2013. Van alle roofvogels hebben Toren¬valken de grootste spreiding in eilegdatum. In 2014 begon de eerste Torenvalk op 21 maart en de laatste op 22 mei. Een verschil van twee maanden, voor deze soort niet uitzonderlijk.

De gemiddelde legselgrootte was met 5,1 ei 0,3 ei hoger dan gemiddeld (SD=0,9; N=74). Enkel in 2007 deden Torenvalken het een fractie beter (Bijlage 2). Het aantal jongen was met 4,3 gelijk aan het vorige topjaar 2007 (SD=1,3; N=77).

Tabel 6. Prooien (exclusief braakballen!) van de Toren¬valk in Zeeuws-Vlaanderen in 2013 en 2014.Tabel 6. Prooien (exclusief braakballen!) van de Toren¬valk in Zeeuws-Vlaanderen in 2013 en 2014.In Tabel 6 wordt een overzicht gegeven van de prooiresten die in 2013 en 2014 in nestkasten van Torenvalken in de door de auteur gecontroleerde kasten werden aangetroffen. Braakballen worden niet op systematische wijze verzameld en zijn buiten de tabel gelaten. Plukresten geven een sterk vertekend beeld van het voedsel, vogels zijn oververtegen¬woordigd en muizen onderschat (alleen niet of gedeeltelijk opgegeten muizen worden opgemerkt). In goede muizenjaren is het aandeel muizen groter omdat er meer muizen worden gegeten, maar ook omdat naar de kast gebrachte muizen niet meteen worden opgegeten (jongen hebben dan niet continu honger) en laten muizen liggen die vervolgens tijdens een nestcontrole worden opgemerkt. Aan het op de juiste wijze interpreteren van prooi(rest)en zitten allerlei haken en ogen! Het is geen reden om het niet te doen! Doe het wel zo systematisch mogelijk.

De jaren 2013 en 2014 waren wat betreft voedsel elkaars tegenpolen. In 2013 bereikte, afgaand op het aantal jongen Torenvalken (een afgeleide parameter!), de muizenstand een dieptepunt terwijl 2014 een hoogtepunt was (Figuur 8 en Bijlage 2). Indien voorhanden eten Torenvalken muizen, als die er niet zijn behelpen ze zich met vogels, vooral jonge Spreeuwen, maar ook jonge lijsterachtigen (Merels) en een hele trits aan zangvogels.

 

Gerekend vanaf 1997, het eerste jaar met een voldoende grote steekproef, begonnen Torenvalken nog nooit zo vroeg met de eileg: gemiddeld op 15 april (SD=11,3; N=62). Dat is 13 dagen eerder dan normaal en 25 dagen eerder dan in het recordlate jaar 2013. Van alle roofvogels hebben Toren­valken de grootste spreiding in eilegdatum. In 2014 begon de eerste Torenvalk op 21 maart en de laatste op 22 mei. Een verschil van twee maanden, voor deze soort niet uitzonderlijk.

 

De gemiddelde legselgrootte was met 5,1 ei 0,3 ei hoger dan gemiddeld (SD=0,9; N=74). Enkel in 2007 deden Torenvalken het een fractie beter (Bijlage 2). Het aantal jongen was met 4,3 gelijk aan het vorige topjaar 2007 (SD=1,3; N=77).

In Tabel 6 wordt een overzicht gege­ven van de prooiresten die in 2013 en 2014 in nestkasten van Torenvalken in de door de auteur gecontroleerde kasten werden aangetroffen. Braakballen worden niet op systematische wijze verzameld en zijn buiten de tabel gelaten. Plukresten geven een sterk vertekend beeld van het voedsel, vogels zijn oververtegen­woordigd en muizen onderschat (alleen niet of gedeeltelijk opgegeten muizen worden opgemerkt). In goede muizenjaren is het aandeel muizen groter omdat er meer muizen worden gegeten, maar ook omdat naar de kast gebrachte muizen niet meteen worden opgegeten (jongen hebben dan niet continu honger) en laten muizen liggen die vervolgens tijdens een nestcontrole worden opgemerkt. Aan het op de juiste wijze interpreteren van prooi(rest)en zitten allerlei haken en ogen! Het is geen reden om het niet te doen! Doe het wel zo systematisch mogelijk.

 

 

Tabel 6. Prooien (exclusief braakballen!) van de Toren­valk in Zeeuws-Vlaanderen in 2013 en 2014.

De jaren 2013 en 2014 waren wat betreft voedsel elkaars tegenpolen. In 2013 bereikte, afgaand op het aantal jongen Torenvalken (een afgeleide parameter!), de muizenstand een dieptepunt terwijl 2014 een hoogtepunt was (Figuur 8 en Bijlage 2). Indien voorhanden eten Torenvalken muizen, als die er niet zijn behelpen ze zich met vogels, vooral jonge Spreeuwen, maar ook jonge lijsterachtigen (Merels) en een hele trits aan zangvogels.