Zeeuwse roofvogelaars behoren tot de fanatiekste in Nederland. Sinds 2010 is één op zes landelijk ingezonden nestkaarten Zeeuws (Bijlsma 2015). Een formidabele prestatie voor zo’n kleine provincie.

In 2014 werden in Zeeland 716 broedparen van roofvogels opgespoord waarvan in 583 gevallen ook het nest. In totaal werden 540 nestkaarten ingevuld [1]. In Zeeland gaat het om 1.100-1.500 broedparen. De helft daarvan staat dus onder een of andere vorm van controle. De onderzoeksinspanning is sinds 2010 redelijk stabiel. Er zijn wel wat verschuivingen: Meer activiteit op Walcheren en minder op Schouwen-Duiveland zijn de opvallendste.

De winter van 2013/14 was uitzonderlijk zacht, vrij zonnig en aan de droge kant. Daarop volgde een extreem zacht en zonnig voorjaar en een in het begin vrij warme zomer. Qua weersomstandigheden hadden roofvogels dus niet te klagen. De goede weersomstandigheden gingen gepaard met een gunstig voedselaanbod: veel woelmuizen, een redelijk goede Konijnenstand en vogels die er vanwege het gunstige weer vrolijk op los reproduceerden. Zie hier de ingrediënten voor het beste broedseizoen sinds 1995. Dat na 2013, het seizoen dat de boeken in is gegaan als het dieptepunt!

De start van de eileg is wat betreft de broedomstandigheden een veelzeggende maat. Alle soorten behalve de Bruine Kiekendief startten in 2014 vroeger dan het gemiddelde voor de periode 1995-2014. Bij de Havik ging het om zes dagen (acht dagen vroeger dan 2013), de Sperwer om vijf dagen (negen dagen vroeger dan 2013), de Buizerd om drie dagen (tien dagen vroeger dan 2013), de Torenvalk om twaalf dagen (25 dagen vroeger dan 2013) en de Slechtvalk om vijf dagen (vijf dagen vroeger dan 2013). De start van de Bruine Kiekendief was gemiddeld, terwijl je ook voor deze soort ‘vroeger dan gemiddeld’ zou verwachten. Dat was niet het geval omdat juist bij de Bruine Kiekendief het onderscheid tussen eerste en vervolglegsels lastig is te maken, terwijl het aandeel hiervan sterk is toegenomen. Dergelijke legsels vertroebelen het beeld (Castelijns et al. 2010).

Zowel het aantal eieren als het aantal jongen was voor alle hierboven genoemde soorten bovengemiddeld. Voor Havik en Slechtvalk ging het om het beste jaar sinds de vestiging van beide soorten. Bij de Sperwer, Buizerd en Torenvalk ging het om een evenaring van eerdere ‘beste jaren’. De Bruine Kiekendief vertoonde om hierboven genoemde reden een ietwat afwijkend beeld. Het aantal eieren was een fractie lager dan gemiddeld en het aantal jongen, vanwege gunstige omstandigheden tijdens het opgroeien, 10% hoger dan gemiddeld (beste jaar sinds 2004).

Behalve hierboven genoemde soorten broeden nog twee soorten roofvogels in Zeeland, namelijk de Wespendief en de Boomvalk. Van beide soorten zijn onvoldoende broedbiologische gegevens voorhanden om vergelijkingen met eerdere jaren te kunnen maken.

De totale roofvogelpopulatie in Zeeland zit nog steeds in de lift, hoewel er wel wat verschuivingen zijn. Hierna volgt per soort de meest recente schatting van het aantal broedparen en een korte karakterisering van de trend.

  • Wespendief 5-7 paren. Recente nieuwkomer. Gaat deze soort voor een verassing zorgen?
  • Bruine Kiekendief 205-250 paren. De maximale populatie werd bereikt rond de eeuw­wisseling, vervolgens een stevige afname maar recent stabiel op een lager niveau.
  • Havik 50-65 paren. Neemt nog in aantal toe. Broedt sinds 2012 in Zeeuws-Vlaanderen, waardoor het potentieel broedareaal flink is toegenomen.
  • Sperwer 120-195 paren. De populatie groeide naar een maximum in 2005, nam vervolgens af maar lijkt zich sinds 2013 te stabiliseren.
  • Buizerd 350-430 paren. Neemt nog steeds in aantal toe. Zit de Torenvalk als algemeenste soort op de hielen.
  • Torenvalk 320-460 paren. Neemt sinds de eeuwwisseling in aantal wat af. 
  • Boomvalk 40-65 paren. Status onduidelijk.
  • Slechtvalk 12-14 paren. Elk jaar wel een paar erbij.

Wensen voor 2015

  • Bruine Kiekendief. Oorzaken mislukkingen hard maken, op graanbroeders en op gewingtagde vogels letten.
  • Havik. Onderzoek naar prooien (geheel Zeeland) en meer nestcontroles op Schouwen, Duiveland, de Grevelingen het Krammer-Volkerak en in het Zoommeer.
  • Sperwer. Oorzaken mislukkingen vaststellen, meer nestcontroles in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek en vaste proefvlakken jaarlijks op nesten uitkammen.
  • Buizerd. Geen speciale wensen.
  • Torenvalk. Op systematische wijze prooiresten onderzoeken in braakballen. In een aantal vaste proefvlakken jaarlijks het aantal broedparen karteren.
  • Boomvalk. Opsporen van zo veel mogelijk broedparen en meer nestcontroles uitvoeren in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek.
  • Slechtvalk. Opsporen broedparen. Let vooral op bij hoge gebouwen en hoogspanningsmasten.
  • Wespendief. Controle van recente en potentiële broedlocaties. Het gaat om de Waterleidingbossen van Clinge en Sint Jansteen, de duinen van Schouwen en Walcheren, het Groot Eiland, De Ploate en het zandgebied in het zuiden en zuidoosten van Zeeuws-Vlaanderen.
  • Monitoring van potentiële roofvogelprooien. Meer telroutes Haas, Konijn en Fazant en een Veldmuizentrend.
  • Gebruik van de digitale nestkaart ontworpen door Mario Aspeslach. Ze is uitwisselbaar met die van Sovon, maar is een stuk gebruiksvriendelijker.

[1] In het landelijk overzicht wordt een aantal van 418 vermeld op een totaal voor Nederland van 2915 (Bijlsma 2015). Dit aantal is gebaseerd op de sluitingsdatum 1 december 2014. In dit rapport zijn nestkaarten verwerkt tot en met februari 2015.

 

Kyara du Burck met een jonge Bruine Kiekendief uit een wintertarweveld van de familie Dellaert uit IJzendijke op 30 juli 2014. Kyara heeft de  jongste  kiek vast uit een nest van vier. Door tussenkomst van roofvogelaars zijn alle vier de jongen uitgevlogen. In dit geval was het nodig het nest na maaien te omrasteren. De jongen waren drie weken na de oogst pas vliegvlug. Het ringen van dit nest was met dertien toeschouwers een hele belevenis. Bij uitgerasterde nesten doet het aantal toeschouwers er niet toe. De jongen werden overigens niet op het nest, maar aan de rand van het veld op circa 300 meter van  het nest geringd. Meteen na terugplaatsing op het nest, terwijl iedereen nog aan de akkerrand stond, landden beide ouders met prooi op het nest. Dat was snel, niet alle ouders durven dat. Sommige ouders komen pas weer op het nest nadat iedereen uit de omgeving ervan is vertrokken. Vouwtjes zijn in dit opzicht stuk voorzichtiger dan mannetjes. Kyara du Burck met een jonge Bruine Kiekendief uit een wintertarweveld van de familie Dellaert uit IJzendijke op 30 juli 2014. Kyara heeft de jongste kiek vast uit een nest van vier. Door tussenkomst van roofvogelaars zijn alle vier de jongen uitgevlogen. In dit geval was het nodig het nest na maaien te omrasteren. De jongen waren drie weken na de oogst pas vliegvlug. Het ringen van dit nest was met dertien toeschouwers een hele belevenis. Bij uitgerasterde nesten doet het aantal toeschouwers er niet toe. De jongen werden overigens niet op het nest, maar aan de rand van het veld op circa 300 meter van het nest geringd. Meteen na terugplaatsing op het nest, terwijl iedereen nog aan de akkerrand stond, landden beide ouders met prooi op het nest. Dat was snel, niet alle ouders durven dat. Sommige ouders komen pas weer op het nest nadat iedereen uit de omgeving ervan is vertrokken. Vouwtjes zijn in dit opzicht stuk voorzichtiger dan mannetjes.