In 2014 werden 184 broedparen vastgesteld waaronder in 164 gevallen ook het nest. Het aantal broedparen wordt geschat op 205-248. Dat is een lichte afname ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze komt vooral op conto van het Verdronken Land van Saeftinghe waar in 2014 slechts 12 broedparen aanwezig waren, terwijl het in 2012 nog om 28 paren ging. Sinds de crash van de populatie in 2003, die zich vooral in Zeeuws-Vlaanderen voordeed (Castelijns et al. 2010), is het aantal broedparen stabiel (Figuur 11).

Figuur 11. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2014.

 

De start van de eileg was met 25 april voor de periode 1995-2014 gemiddeld (SD=15; N=45), maar de vroegste sinds 2006 (Bijlage 2). Omdat na- en vervolglegsels moeilijk van eerste legsels zijn te onderscheiden en het aandeel daarvan is toegenomen, is tegenwoordig 25 april vroeg (zie ook Castelijns et al. 2010). De laatste drie jaren was het gebruikelijk om nog starters te hebben in juni. In 2014 was dat niet het geval. De laatste kiekendief die met de eileg begon deed dat op 29 mei.

De lesgelgrootte was met 4,5 een fractie lager dan gemiddeld (N=44, SD=1,1). Door het mooie weer en de gunstige voedselomstandigheden vlogen meer jongen uit dan gemiddeld: 3,5 (SD=0,9 N=66) (Bijlage 2). Het was wat betreft broedsucces het beste jaar sinds 2004. Dat blijkt ook uit het aantal nesten met vijf of meer jongen: in 2014 één op acht. In 2004 was dat eveneens één op acht, in 2005 zelfs één op vier, maar nadien gemiddeld één op dertien.

Tabel 2. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2014.Tabel 2. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2014.In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de prooien en prooiresten die bij en op de nesten van Bruine Kiekendieven zijn gevonden. Het gaat vooral om prooien die gevangen worden in de maanden juni-augustus, de periode dat kiekendieven jongen hebben. Op aantalsbasis zijn jonge hazen, (Veld)muizen en jonge Fazanten de belangrijkste prooien. Met uitzondering van muizen gaat het vooral om jonge dieren. Van 36 dieren is de leeftijd bekend: 78 % was pul of juveniel. Opvallend was dat vier van de zes Houtduiven adult waren. Een Houtduif is voor een Bruine Kiekendief een erg zware en daardoor moeilijk te bemachtigen prooi. Mogelijk gaat het om geschoten vogels die op akkers zijn blijven liggen. In 2014 werden bij toeval op twee verschillende locaties geschoten Houtduiven op een akker gevonden (HC, WVI). 

Van 14 paren is bekend dat ze in landbouwgewas broedden: tien in wintertarwe, één in wintergerst, één in tarwe, één in graan en één in graszaad. Van drie gevallen is het broedsucces niet bekend, één geval mislukte (vrouwtje door natuurlijke oorzaak dood op nest, LDW), de overige broedparen waren succesvol.

In vier gevallen lukte het nest dankzij tussenkomst van nestbeschermers. Eén keer volstond ‘toezicht’ tijdens het dorsen, één keer was het nodig een nest uit te rasteren en bij twee nesten werden de jongen tijdens het dorsen tijdelijk opgehokt. In één van de twee laatste gevallen leidde dat tot landelijke aandacht in het dagblad Trouw en op het blog van Koos Dijksterhuis.

In samenwerking met het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) wordt ecologisch onderzoek aan Bruine Kiekendieven uitgevoerd. In Vogelnieuws 23 (een uitgave van het INB) wordt verslag gedaan van de resultaten voor 2014 en in Vogelnieuws 21 zijn de resultaten van 2013 samengevat. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het aanbrengen van vleugelmerken (wing tags). Inmiddels zijn in Zeeland, vooral in Zeeuws-Vlaanderen, al 243 vogels gekleurmerkt.

In het Verdronken Land van Saeftinghe, waar de laatste vier winters telkens 70-105 Bruine Kiekendieven overwinterden, werd in de winter echter nog nooit een vogel met kleurmerken gezien[2]. Het idee dat het lokaal geboren juveniele Bruine Kiekendieven overwinteren, klopt dus niet (contra Castelijns & Castelijns 2008).

Bij Sint Annaland op Tholen werd een nest in een rietveld met jongen uitgemaaid. De jongen waren op 14 juni geringd en waren op dat moment 23-24 dagen oud waren. Twee jongen waren meteen dood het derde jong is dood gegaan in het vogelasiel De Mikke (DGU).

Op de linker foto Dini Helmers en Mario Aspeslach met een kooi om twee jonge Bruine Kieken van circa 30 dagen tijdelijk op te hokken. Rechts het resultaat na maaien. De foto’s zijn van 24 juli 2014. Dankzij de grondeigenaar en de nestbeschermers zijn beide jongen normaal uitgevlogen. Foto’s: Barbara Voogt.Op de linker foto Dini Helmers en Mario Aspeslach met een kooi om twee jonge Bruine Kieken van circa 30 dagen tijdelijk op te hokken. Rechts het resultaat na maaien. De foto’s zijn van 24 juli 2014. Dankzij de grondeigenaar en de nestbeschermers zijn beide jongen normaal uitgevlogen. Foto’s: Barbara Voogt.

  

[2]In de winters van 2011/12, 2012/13, 2013/14 en 2014/15 werden tijdens een slaapplaatstelling respectievelijk 88 ex., ≥ 67 ex., 91 ex. en 103 ex. waargenomen. Bovendien wordt in de winter maandelijks één hoog- en één laagwatertelling uitgevoerd. Aan zo’n telling nemen 3-5 (hoogwater) en 10-15 (laagwater) vogelaars deel. Ze bekijken telkens 20-50 vogels. Tijdens geen van deze tellingen werden gekleurmerkte vogels gezien.