In 2013 werden 108 nesten gevonden en in totaal 161 broedparen opgespoord. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 340-465 paren. Het aantal broedparen in Zeeland neemt sinds de eeuwwisseling af (Figuur 17). Als de trends bij Buizerd (toename) en Torenvalk (afname) doorzetten, is binnen enkele jaren de Buizerd de meest voorkomende roofvogel. Voor zover bekend heeft de Torenvalk altijd in Zeeland gebroed. Waarnemingen van de Buizerd tijdens het broedseizoen vonden pas plaats vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. In 1983 werd voor het eerste met zekerheid gebroed (Buise & Tombeur 1986, Vergeer & Van Zuijlen 1994).

Figuur 17. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2013.

In 2013 begonnen Torenvalken gemiddeld twaalf dagen later met de eileg dan normaal, namelijk op 9 mei (SD=11; N=44). Ze hadden last van het koude voorjaar (inclusief sneeuwval in maart) en de slechte voedselsituatie. Dat ze het niet gemakkelijk hadden, blijkt ook uit de legsel- en broedselgrootte. Het aantal eieren was in 2013, op dat van 1995 na, het laagste ooit en het aantal jongen was nog nooit zo laag (Figuur 18, Bijlage 2). Het ging per nest gemiddeld om 4,3 eieren (SD=0,8; N=48) en 3,0 jongen (SD=1,1; N=54). Tekenend zijn ook de resultaten voor Midden Zeeuws-Vlaanderen waar telkens dezelfde nestkasten worden gecontroleerd. In 2011 ging het om 41 eieren en 37 uitgevlogen jongen (N=8), in 2012 om 38 eieren en 26 jongen (N=8) en in 2013 om 30 eieren en 14 jongen (N=6). Voor Tholen bestaat ook een dergelijke reeks: in 2011 68 eieren en 57 jongen (N=16), in 2012 58 eieren en 20 jongen (N=16) en in 2013 25 eieren en 12 jongen (N=9).

Figuur 18. Aantal eieren en jongen bij de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2013.
Tabel 5. Prooiresten (exclusief braakballen!) bij de Toren-valk in Zeeland in 2013.Tabel 5. Prooiresten (exclusief braakballen!) bij de Toren-valk in Zeeland in 2013.

In Tabel 5 wordt een overzicht gegeven van de prooiresten die in 2013 in nesten van Torenvalken werden aangetroffen. Braakballen worden niet op systematische wijze verzameld en zijn buiten de tabel gelaten. Plukresten geven een sterk vertekend beeld van het voedsel, vogels zijn oververtegen-woordigd en muizen onderschat. Dat komt omdat van vogels plukresten op het nest worden gevonden en muizen in zijn geheel worden ingeslikt. Opvallende prooien waren: twee juveniele Dwergsterns gegrepen in het Vroon bij Westkapelle (zichtwaarnemingen van Corstiaan Beeke), twee volgroeide Holenduiven en een half opgevreten Gierzwaluw (HC). De meest gegrepen vogelsoort is de Spreeuw. In twee van de 24 gevallen waarvoor het bekend is, ging het om een adult exemplaar, de rest was juveniel.

In 2013 wist maar één paar Torenvalken zes jongen op de wieken te krijgen. Ze waren alle prima op gewicht. In totaal zat er in dit nest 1389 gram aan jonge Torenvalken, terwijl voor 2013 610 gram gemiddeld was SD=267; N=41) (gecorrigeerd voor leeftijd). Een ander paar met maar vijf jongen deed er met 1293 gram amper voor onder. Het geeft aan dat er grote individuele verschillen zijn tussen de ouders. De verschillen tussen de jaren zijn eveneens groot. In het gunstige jaar 2007 zat er gemiddeld 934 gram aan jonge Torenvalken in een nest (SD=286; N=57) (eveneens gecorrigeerd voor leeftijd).

Van eigenaren van nestkasten krijg je vaak te horen dat Torenvalken met Kauwen of Holenduiven vechten om een nestkast. Als Torenvalken in goede conditie zijn, winnen ze het van de Kauw en de Holenduif. Zo niet dan zijn het prutsers en kunnen ze zich beter niet voortplanten. Menselijk ingrijpen is daarom niet nodig. Holenduiven moeten zelfs oppassen dat ze niet opgevreten worden (zie hierboven). Een nieuwe trend is dat Nijlganzen bezit nemen van een nestkast. Voor wat betreft 2013 zijn daarvan twee gevallen bekend, allebei in de buurt van Axel. Met één van de twee Nijlganzenparen liep het niet goed af. De broedende gans werd namelijk geschoten (Wim Lansman). Het weren van Nijlganzen kan ook op diervriendelijke wijze, bijvoorbeeld door het verkleinen van de invliegopening.

 

 

 

Nestcontroles met de digitale camera. Elke week zette Theo Boone uit Lamswaarde de ladder tegen de muur en maakte een foto van het broedsel. Aan de hand van zijn foto’s werd een nestkaart ingevuld. Nestcontroles met de digitale camera. Elke week zette Theo Boone uit Lamswaarde de ladder tegen de muur en maakte een foto van het broedsel. Aan de hand van zijn foto’s werd een nestkaart ingevuld.