Opnieuw deden Zeeuwse roofvogelaars erg hun best. Er werden 724 broedparen opgespoord en een recordaantal van 538 nestkaarten ingevuld.

De winter van 2012/13 was vrij koud, met een normale hoeveelheid zon en wat meer neerslag dan normaal. Het voorjaar was zeer koud. Juni was vrij koel en aan de droge en sombere kant. Juli was zeer warm, zonnig en droog. Dat gold in iets minder mate ook voor augustus.

Alleen in Zeeuws-Vlaanderen vindt monitoring van enkele belangrijke prooisoorten plaats. Het aantal Hazen en Fazanten was nog nooit zo laag. De laatste tien jaar in ogenschouw nemend, is het Hazenstand sterk en het aantal Fazanten matig gedaald. De Konijnenstand is de laatste vijf jaar min of meer stabiel. Ze is een stuk hoger dan de periode daarvoor. De monitoring vindt plaats in het vroege voorjaar, dus nog voor het voortplantingsseizoen. Roofvogels moeten het vooral hebben van jonge dieren. Hoe het daarmee gesteld is, blijft buiten beeld. Bruine Kiekendieven grijpen vaak jonge Fazanten. In 2012 was één op de vijf prooien Fazant en in 2013 slechts één op de 27. Het is een teken aan de wand!

In Zeeland vindt helaas geen monitoring van muizen plaats. Torenvalken zijn echte woelmuizeneters, in Nederland vooral de Veldmuis. Gemeten aan het aantal jonge Torenvalken was de Veldmuizenstand nog nooit zo laag.

In 2013 hebben in Zeeland acht roofvogelsoorten gebroed, waaronder de Wespendief. Een soort die dat niet jaarlijks doet, tenminste dat denken we. Uit een nest bij Koewacht vlogen twee jongen uit die beide werden geringd, een novum voor Zeeland.

  • De totale roofvogelpopulatie in Zeeland zit nog steeds in de lift, hoewel er wel wat verschuivingen zijn. Hierna volgt per soort de meest recente schatting van het aantal broedparen en een korte karakterisering van de trend.
  • Bruine Kiekendief 230-270 paren. De maximale populatie werd bereikt rond de eeuwwisseling, daarna stevige afname maar recent stabiel op een lager niveau.
  • Havik 45-60 paren. Neemt nog in aantal toe. Broedt sinds kort in Zeeuws-Vlaanderen, waardoor het potentieel broedareaal flink is toegenomen.
  • Sperwer 105-175 paren. De populatie groeide naar een maximum in 2005, maar neemt sindsdien behoorlijk af.
  • Buizerd 325-405 paren. Neemt nog steeds in aantal toe. Zou in de toekomst de Torenvalk als algemeenste soort voorbij kunnen gaan.
  • Torenvalk 340-465 paren. Neemt sinds de eeuwwisseling in aantal af.
  • Boomvalk 35-65 paren. Status onduidelijk.
  • Slechtvalk 12-13 paren. Elk jaar wel een paar erbij.

Het slechte voorjaarsweer en de slechte voedselsituatie zorgden ervoor dat alle soorten in 2013 later met de eileg startten dan normaal. Dat was sinds 1995 niet eerder vertoond: Torenvalk 12, Bruine Kiekendief 9, Buizerd 6, Havik 4, Sperwer 3 en Slechtvalk begonnen 1 dag later dan normaal.

Bij de Torenvalk, de Buizerd en de Havik was het aantal eieren lager dan gemiddeld en bij de Sperwer en de Bruine Kiekendief gemiddeld. Voor wat betreft de Boomvalk en de Slechtvalk zijn te weinig gegevens voorhanden om te kunnen vergelijken. Dit geldt zo meteen ook voor het aantal uitgevlogen jongen.

Een laag aantal eieren en slechte weersomstandigheden tijdens het opgroeien van de jongen leidt uiteraard tot een laag broedsucces. Voor de Sperwer, de Buizerd en de Torenvalk was het nog nooit zo laag. Voor de Bruine Kiekendief viel het nog mee, iets lager dan gemiddeld, maar een stuk beter dan het voor deze soort bijzonder slechte jaar 2012. De soort kreeg toen te maken met uitzonderlijk nat weer tijdens het opgroeien van de jongen, waardoor er veel stierven

In 2013 zijn geen gedocumenteerde gevallen van roofvogelvervolging bekend. Het hoofdstuk hierover ontbreekt daarom in dit jaarverslag.

Wensen voor 2014

  • Bruine Kiekendief. Oorzaken mislukkingen hard maken en op graanbroeders en gewingtagde vogels letten.
  • Havik. Onderzoek naar prooien en meer nestcontroles op Walcheren en Schouwen-Duiveland.
  • Sperwer. Oorzaken mislukkingen vaststellen, meer nestcontroles in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek en een aantal vaste proefvlakken jaarlijks op nesten uitkammen.
  • Buizerd. Geen speciale wensen.
  • Torenvalk. Op systematische wijze prooiresten onderzoeken in braakballen. In een aantal vaste proefvlakken jaarlijks het aantal broedparen karteren.
  • Boomvalk. Opsporen van zo veel mogelijk broedparen en meer nestcontroles uitvoeren in verband met grotere steekproef broedbiologisch onderzoek.
  • Slechtvalk. Opsporen broedparen. Let vooral  op bij hoge gebouwen en hoogspanningsmasten.
  • Wespendief. Blijf alert!
  • Monitoring potentiële roofvogelprooien. Meer telroutes Haas, Konijn en Fazant en een Veldmuizentrend.
  • Stoppen met de digitale nestkaart. Het vehikel is niet geschikt voor roofvogelwerk. Veel details verdwijnen onder de radar en waarnemers raken gefrustreerd.

Boomvalkpul van circa één dag. Heinkenszand 15 juli 2013. Foto Peter Boelée en Izak Quist. De foto’s in hoofdstuk 8.8 hebben betrekking op hetzelfde jong. De jongen zijn kort na 17 augustus uitgevlogen.Boomvalkpul van circa één dag. Heinkenszand 15 juli 2013. Foto Peter Boelée en Izak Quist. De foto’s in hoofdstuk 8.8 hebben betrekking op hetzelfde jong. De jongen zijn kort na 17 augustus uitgevlogen.