Over geheel Zeeland beschouwd is de onderzoeksinspanning sinds 2010 vrijwel gelijk gebleven. In 2013 werden 724 broedparen opgespoord waarvan in 568 gevallen ook het nest (Figuur 8). Er werd een recordaantal nestkaarten ingevuld: 538 (Figuur 9).

De best onderzochte deelgebieden zijn (afnemende rangorde): Midden Zeeuws-Vlaanderen, Oost Zeeuws-Vlaanderen, de Hals van Zuid-Beveland, Noord Beveland, Tholen & Sint Philipsland en Walcheren (weinig nestkaarten).

Figuur 8. Aantal in de periode 1995-2013 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelnesten en roofvogelbroedparen.

 

Figuur 9. Aantal in de periode 1995-2013 in Zeeland ingezonden nestkaarten van roofvogels.

Zuid-Beveland (nogal wat nestkaarten), Schouwen-Duiveland, de Ooster- en Westerschelde nemen een tussenpositie in. De Grevelingen & Volkerak-Zoommeer (nauwelijks nestkaarten), het Veerse Meer en West Zeeuws-Vlaanderen zijn de minst onderzochte gebieden (Figuur 10).

In Bijlage 1 wordt voor de deelgebieden een schatting van het aantal broedparen gegeven. Schattingen komen tot stand door rekening te houden met jaarlijks goed onderzochte gebieden en het gegeven dat roofvogels jaren achtereen gebruik maken van hetzelfde broedgebied.

In Bijlage 2 wordt voor de periode 1995-2013 per soort een overzicht gegeven van de belangrijkste broedbiologische gegevens, namelijk de start van de eileg, het aantal eieren en het aantal uitgevlogen jongen. Ook wordt het aantal geringde jongen vermeld. Bij de soortbeschrijvingen zijn tabellen opgenomen over prooien die tijdens nestbezoeken op en/of nabij nesten zijn aangetroffen.

 Figuur 10. Roofvogelbroedparen in Zeeland in 2013.Figuur 10. Roofvogelbroedparen in Zeeland in 2013.