Sinds het ontstaan van Werkgroep Roofvogels Zeeland in november 1994 is vrijwel jaarlijks een
verslag opgesteld over broedende roofvogels in Zeeland. Dit is het zeventiende verslag (de jaren
2002-2003 en 2009-2010 zijn samengevoegd). Voor eerdere verslagen zie Jaarverslagen.

In de eerste maanden van 2013 werden op drie locaties in Zeeland cursussen roofvogelnestkartering
gegeven. De cursuslocaties waren zo gekozen dat adspirant roofvogelaars uit geheel Zeeland niet
ver hoefden te reizen om deel te kunnen nemen. De cursus bestond uit vijf avonden theorie, drie
veldexcursies en het zelfstandig uitvoeren van veldwerk in een gebied naar keuze. In totaal deden
55 personen mee; 23 in Tholen, 15 in Goes en 17 in Hoek. Hopelijk heeft een flink aantal cursisten
de smaak te pakken gekregen en houden ze zich nog jaren met roofvogels bezig.

Het veldwerk in 2013 vond plaats in het koudste voorjaar sinds 1970. Bovendien was de
voedselsituatie over het algemeen slecht. Roofvogels en roofvogelaars kregen daardoor te maken
met een ongekend slecht broedseizoen. Voor roofvogels betekent het weinig jongen en veel
verspilde energie. Voor roofvogelaars zijn de vele mislukkingen vaak frustrerend, maar is de
energie die ze in het onderzoek staken niet voor niets geweest. Van slechte jaren kun je namelijk
veel leren. Juist dan lopen roofvogels op het gebied van voortplanting tegen grenzen aan waaruit
vervolgens blijkt wat nog mogelijk is en wat niet. Na de winter van 2013/14, die de naam winter
niet eens verdient, zou het broedsucces wel eens heel anders uit kunnen pakken. Je kunt dit zelf
ervaren door de komende maanden het veld in te gaan en je bevindingen goed te documenteren, bij
voorkeur op een nestkaart.

Henk Castelijns, Philippine 15 maart 2014.