In 2013 werden 224 nesten en in totaal 273 broedparen opgespoord. De Zeeuwse broedpopulatie bedraagt 325-405 paren. Dat is vrijwel gelijk aan het jaar daarvoor (Figuur 15).

Figuur 15. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Buizerd in Zeeland in de periode 1995-2013.

Tijdens de eicontrole werden van 28 complete legsels de eieren opgemeten: hoogte 55,8 mm (SD=2,30), breedte 44,4 mm (SD=1,35) en inhoud 56,1 ml (SD=4,93).

Figuur 16. Aantal eieren en jongen bij de Buizerd in Zeeland in de periode 2000-2013. Vóór 2000 was de steekproef te klein.
Gemiddeld begonnen Buizerds op 11 april met de eileg (SD=5,8; N=37). Dat is zes dagen later dan normaal. Ze waren nog nooit zo laat. De koude in maart en de slechte voedselsituatie zijn daar debet aan. Het aantal eieren was met 2,3 wat lager dan gemiddeld (SD=0,71; N=34) (Figuur 16, Bijlage 2).

Het gemiddeld aantal uitgevlogen jongen was sinds 2000 (eerste jaar met relevante steekproef) niet zo laag: 1,7 (SD=0,6; N=85) (Figuur 16). Na het ringen stierven er meer jongen dan normaal. In Zeeuws-Vlaanderen ging het in 2013 om 10,2 % van de jongen (N=59), tegenover 4,0 % (N=679) in de periode vanaf 1997 (archief HC).

Dat Buizerds het in 2013 zwaar hadden, blijkt ook uit de resultaten voor Midden Zeeuws-Vlaanderen, het enige gebied waar jaarlijks van (bijna) alle broedparen het broedsucces bekend is. In totaal ging het om 25 paren, waarvan 22 een nest bouwden, 12-14 paren tot eileg over gingen en 27-29 eieren legden. Slechts zeven paren kregen in totaal 10 jongen op de wieken. Dat is maar 0,40 jong per broedpaar! In 2012 ging het om 23 broedparen waarbij 25 jongen uitvlogen (1,10 jong per paar) en in 2011 om 27 broedparen met 18-21 jongen (0,72 per paar).

Het opmeten van een ei van een Buizerd. Foto Johnny du Burck.Het opmeten van een ei van een Buizerd. Foto Johnny du Burck.
Tabel 4. Prooien van de Buizerd in Zeeland in 2013.Tabel 4. Prooien van de Buizerd in Zeeland in 2013.
De belangrijkste prooien tijdens het opgroeien van de jongen zijn: Fazanten, duiven, Hazen, Konijnen, kraaiachtigen, mollen en (woel)muizen (Tabel 4). Met uitzondering van de laatste twee gaat het bijna uitsluitend om jonge dieren. Opvallende prooien waren: twee pullen van een Kluut in
het Vroon bij Westkapelle (Floor Arts en Pim Wolf) en een kikker of pad op de Oranjeplaat in het Veerse Meer (Barbara Voogd).

Op 10 juni lagen op een nest bij Oostburg dertien Mollen, drie duiven en één pas geboren Fazantenjong. Geen van de prooien was aangevreten. De Buizerdjongen waren keurig op gewicht. Op het nest was het een gore stinkende boel. De rottende kadavers zijn verwijderd en er is vers groen op het nest gelegd (Johnny du Burck,  Sabine Rausch, Pepijn Calle en HC). Ook vorig jaar deed zich een soortgelijk geval voor, met veel niet opgevreten Mollen op het nest. Mollen hebben een taaie huid en hebben kennelijk niet des Buizerds voorkeur.

Bij Hoek werden bij een nest met drie jongen op 3 en 8 juni drie alarmerende ouders gezien. Ook in 2012 was dat bij dit nest het geval. Beide keren ging het om een vierlegsel (HC). Of dat er mee te maken heeft?

Bij Gemaal Kampen werd op 8 juni een jonge Buizerd van circa 20 dagen dood onder het nest gevonden. Op 2 juni was het jong nog in prima conditie: vleugellengte 120 mm, gewicht 562 gram. Het jong had geen uiterlijke beschadigingen en het nest was nog intact (geen hagelinslag). Ook was de boom niet opnieuw beklom¬men. De ring van het jong was verdwenen. Het nest zat op 21 meter hoogte in een 27 meter hoge populier en was degelijk gebouwd. Op 2 juni was de gehele dijk nog begroeid met één tot anderhalve meter hoge ruigtevegetatie, vooral Fluitenkruid. Op 8 juni was de dijk geklepeld, het raster hersteld en stonden er paarden op. Waarom het jong onder het nest lag en waar de ring is gebleven, is onduidelijk (Marian Sponselee, Wally Baaten).