In 2013 werden 172 broedparen opgespoord waaronder 155 gevallen met een nest (3). Het aantal nesten en broedparen was lager dan in 2012 vanwege het vrijwel ontbreken van meldingen uit het Verdronken Land van Saeftinghe (7). Het aantal broedparen wordt geschat op 230-270. Sinds de crash van de populatie in 2003, die zich vooral in Zeeuws-Vlaanderen voordeed (Castelijns et al. 2010), is het aantal broedparen stabiel (Figuur 11).

Figuur 11. Aantal nesten, broedparen en aantalsschatting van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2013.

De gemiddelde start van de eileg was met 4 mei negen dagen later dan normaal (SD=18; N=33) (Figuur 12, Bijlage 2). Dit is vooral een gevolg van het slechte voorjaarsweer en de belabberde voedselsituatie. Een toenemend aandeel na- en vervolglegsels speelt echter ook een rol (Castelijns et al. 2010). In tegenstelling tot de Buizerd en de Torenvalk (8.6 en 8.7), had het koude weer geen (aantoonbaar) effect op de legselgrootte en het aantal uitgevlogen jongen. Twee paren zijn pas in juni met de eileg gestart: 19 juni Kakkersweel bij Kerkwerve (Cock van Heukelen) en 29 juni Beoosten- Blij-benoordenpolder bij Axel (Willy Vink, HC). Afgaand op het kleed van het mannetje (superlicht exemplaar waarvan er bijna geen zijn), ging het in het laatste geval om een nalegsel van een paar dat op 7 juni werd uitgemaaid in een maaigrasveld aan de Oude Zeedijk Axel (nest niet tijdig gevonden).

 Jongste kuiken Bruine Kiekendief op een nest bij Sasput (Breskens). Ten opzichte van de drie andere jongen in het nest, had het een groeiachterstand van circa vier dagen opgelopen. Toch is het normaal uitgevlogen. Foto: Johnny du Burck. Jongste kuiken Bruine Kiekendief op een nest bij Sasput (Breskens). Ten opzichte van de drie andere jongen in het nest, had het een groeiachterstand van circa vier dagen opgelopen. Toch is het normaal uitgevlogen. Foto: Johnny du Burck.
Figuur 12. Aantal jongen en aantal eieren bij de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1997-2013.
 Tabel 1. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2013.Tabel 1. Prooien van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2013.
Het vervolglegsel zat in een wintertarweveld op 2,6 km van het eerste nest. De tarwe werd geoogst op 26 augustus. Om het te beschermen tegen grondpredatoren werd na het maaien het nest meteen omrasterd. Op dat moment zat nog maar één van de twee jongen op het nest. Het ging om een vrouwtje van 27 dagen oud. Het had tussen 21 en 26 augustus het andere jong opgevreten (veerresten op nest en veertje in braakbal). Voor het maaien werd ’s morgens door de man nog voedsel gebracht. Tijdens het maaien werd hij nog twee keer gezien, maar daarna niet meer (continue observatie op de maaidag en veelvuldige controles daarna). Om te voorkomen dat het jong verhongerde werden op de avond van 27 augustus voor het eerst eendagskuikens op het nest gelegd: tot en met 1 september in totaal zestien stuks. Het jong produceerde alleen nog maar bleke braakballen, kenmerkend voor resten met eendagskuikens. Door de ouders werd dus geen prooi meer aangebracht. Daarom is op 1 september het jong bijgeplaatst bij een nest in Watervliet (B) met daarin één jong vrouwtje van 38 dagen oud. Het leeftijdsverschil was op dat moment zeven dagen. Bij dit nest bracht het mannetje nog fanatiek muizen. Het met een logger uitgeruste vrouwtje was sinds 2 augustus niet meer waargenomen, eveneens een gevolg van bescherming van het nest met een raster (Kjell Janssens). Omdat de Vlaamse de Nederlandse dame niet accepteerde, werd de Nederlandse op 2 september overgebracht naar vogelasiel de Mikke in Middelburg. Op 12 oktober 2013 werd ze gelost op de zeedijk bij het Verdronken Land van Saeftinghe. Voor het lossen werd ze van wingtags voorzien. Bruine Kiekendieven leren jagen van hun ouders. Daarom is de kans groot dat een jonge, in een asiel grootgebrachte vogel, het alleen niet redt. In Saeftinghe, waar veel Bruine Kiekendieven overwinteren, had ze zich aan kunnen sluiten bij soortgenoten. Na het lossen vertrok ze in zuidelijke richting, weg van Saeftinghe. Ze is niet meer waargenomen (zie verderop).

Voor wat betreft het aantal eieren en het aantal jongen was 2013 een gemiddeld jaar. Legsels waren 4,5 ei groot (SD=0,9; N=35) en per nest vlogen 3,2 jongen uit (SD=0,9; N=52). Over een langere periode beschouwd, is de legselgrootte gelijk gebleven en het aantal uitgevlogen significant gedaald (Figuur 12). Voor oorzaken zie Castelijns et al. 2010.

In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de prooien en prooiresten die bij en op de nesten van Bruine Kiekendieven zijn gevonden. Er wordt bijna alleen maar wat gevonden als er jongen zijn. Daarom heeft het overzicht vooral betrekking op prooien die worden gevangen in de maanden juni-augustus. Op aantalsbasis zijn jonge hazen, konijnen en (veld)muizen de belangrijkste prooien. Het aantal jonge Fazanten was in 2013 een stuk lager dan vorig jaar. In 2012 was 1:5 Fazant en in 2013 nog maar 1:27. Bij Fazanten gaat het bijna altijd om jonge dieren. Waarschijnlijk was het broedsucces van de Fazant in 2013 slecht.

Van vijf paren is bekend dat ze in landbouwgewas broedden: drie in wintertarwe, één in maaigras en één in wintergerst. Alle broedgevallen mislukten. Binnendijks broedden 95 paren in riet (overschatting ten opzichte van landbouwgewas omdat veel aandacht naar riet uitgaat) en drie in een (riet)ruigte.

Adulte man Bruine Kiekendief met plantenstengel. De basis van het nest van een Bruine Kiekndief is van grof nestmetriaal. Daar bovenop komt fijner nestmateriaal. Als een Bruine Kiekendief met dergelijk materiaal vliegt, duidt dat erop dat de nestbouw nog maar net is begonnen. De foto is van 20 april 2013. Het eerste ei werd gelegd op 11 mei. Foto en informatie: Cock van Heukelen.Adulte man Bruine Kiekendief met plantenstengel. De basis van het nest van een Bruine Kiekndief is van grof nestmetriaal. Daar bovenop komt fijner nestmateriaal. Als een Bruine Kiekendief met dergelijk materiaal vliegt, duidt dat erop dat de nestbouw nog maar net is begonnen. De foto is van 20 april 2013. Het eerste ei werd gelegd op 11 mei. Foto en informatie: Cock van Heukelen.

In 2011 is in samenwerking met het Anny Anselin van het Vlaamse Instituut voor Natuur- en bosonderzoek (INBO) gestart met ecologisch onderzoek naar de Bruine Kiekendief. Als onderdeel van dit project worden vogels voorzien van vleugelmerken (wingtags). Tot en met 2013 zijn in Zeeland en Vlaanderen 299 vogels van zulke merken voorzien, waarvan 155 in Zeeland. In totaal leverde dat tot en met februari 2014 al 632 terugmeldingen op van 165 verschillende vogels. Het merendeel kort na het uitvliegen, maar er zijn tot en met februari 2014 al 27 meldingen van vogels van één jaar en ouder, waaronder drie uit Afrika: twee uit Senegal en één uit Sierra Leone. Van de 1720 in Zeeland met alleen metaal geringde vogels zijn slecht 13 terugmeldingen bekend. Het merken van jonge Bruine Kiekendieven met wingtags is daarmee al een succes.

In 2013 waren vier gemerkte vogels broedverdacht. Ze vestigden zich op 8, 33, 63 en 125 km van hun geboorteplaats. Drie daarvan helaas buiten het onderzoeksgebied, waardoor van deze vogels geen broedsucces bekend is (moeten we dus meer achteraan zitten). De vogel waarbij dat wel het geval was, was een vrouwtje geboren in 2011 en afkomstig uit een nest in een maaigrasveld bij Ossenisse. Het vestigde zich op 8 km vanaf haar geboorteplaats in een rietveld bij Terneuzen en bracht drie jongen groot. Een in 2012 geboren vrouwtje bracht de zomer door in Noord Engeland (David Carroll).

In het Verdronken Land van Saeftinghe, waar de laatste winters 70-90 Bruine Kiekendieven overwinterden, zijn tijdens de winter nog geen overwinterende vogels met kleurmerken gezien[2]. Het idee dat het lokaal geboren juveniele Bruine Kiekendieven overwinteren, klopt dus niet (contra Castelijns & Castelijns 2008).

Bijzondere waarnemingen

  • In de Catharinapolder bij Axel werd gebroed in een rietput van nog geen 0,2 ha. Het nest was vanaf de akkerrand zichtbaar. Er werden zes eieren gelegd, waarvan er drie uitkwamen. De niet uitgekomen eieren zijn geopend, ze waren alle drie onbevrucht. De uitgekomen jongen zijn alle drie uitgevlogen (Tonny de Caluwé, Willy Vink, en HC).
  • Bij Westdorpe werd een nest gevonden in een miezerige rietkraag van 1,5 meter breed. Het riet rondom het nest was begin juni c. 50 cm hoog. Het nest was gebouwd aan de waterkant en vanaf de tegenover gelegen akkerrand zichtbaar. Het leek wel een nest van een Meerkoet. Het nest is mislukt in de eifase (Willy Vink, HC).
  • Op 23 en 25 april baltste een gewingtagde vogel (niet afleesbaar) met twee andere exemplaren bij de Zwartenhoekse Kreek. De vogel werd later niet meer waargenomen (Ab Delzenne en Christiaan Hiensch).
  • Bij Hengstdijk werd gebroed in een klein rietveld op een woonerf. De bewoners en hun gasten bezochten het nest vaak. Op 12 juni werd vanaf de openbare weg geconstateerd dat er naar het nest een breed pad ging dat met een stok was gemarkeerd (HC). Het mannetje vloog toen nog in de omgeving. Op 10 juni, het oudste jong was toen 8 dagen oud, is het nest gepredeerd door de huiskat (Marian Sponselee en Wally Baaten).
  • De gewingtagde vrouw die in de Margarethapolder bij Terneuzen heeft gebroed (zie hierboven), is behalve bij het nest, twee keer foeragerend waargenomen: op 2 juli op 1,4 km van het nest (Jaap Poortvliet) en op 7 juli eveneens op 1,4 km van het nest (Willy Vink, HC).
  • Tijdens een nacontrole van een nest bij de Stierskreek in West Zeeuws-Vlaanderen (alle vier jongen uitgevlogen) begon het te regenen. Eén van de jongen ging op een paal zitten om een douche te nemen (foto’s hieronder). Het jong zat minutenlang met gespreide vleugels in de regen (HC).

082 Bruine Kiek regenbad1 082 Bruine Kiek regenbad2
Twee keer hetzelfde juveniele vrouwtje Bruine Kiekendief bij de Stierskreek in West Zeeuws-Vlaanderen. Het gaat om een gewingtagd exemplaar, het oudste uit een nest van vier. De foto is gemaakt op 11 augustus 2013. Het jong was toen 71 dagen oud en nam minutenlang een douche bij matige regen.

[2]In de winters van 2011/12, 2012/13 en 2013/14 werden tijdens een slaapplaatstelling respectievelijk 88 ex., = 67 ex en 91 ex. waargenomen. Bovendien wordt in de winter maandelijks één hoog- en één laagwatertelling uitgevoerd. Aan zo’n telling nemen 3-5 (hoogwater) en 10-15 (laagwater) vogelaars deel. Ze bekijken telkens 20-50 ex. Tijdens geen van de tellingen zijn gekleurmerkte vogels waargenomen.