Figuur 4. Doorlopend potentieel neerslagoverschot in Nederland op 20 juli 2012. Bron: http://www.knmi.nl. Figuur 4. Doorlopend potentieel neerslagoverschot in Nederland op 20 juli 2012. Bron: http://www.knmi.nl.

De winter van 2011/12 was de vierde op rij met winterse omstandigheden. In de periode 1998-2008 was er slechts één zo’n winter, namelijk die van 2002/03 (Figuur 3). Tot eind januari was het zacht. In de periode 30 januari tot en met 12 februari vroor het (vrijwel) continu met in Westdorpe in acht nachten strenge vorst. In Vlissingen en Wilhelminadorp was dat maar één nacht het geval. Er was geen gesloten sneeuwdek. Na deze periode was het gedaan met de koude en lagen de temperaturen vaak boven normaal.

In de periode 8-29 maart was het meestal mooi voorjaarsweer. April was te koud, te somber en te nat. Hierdoor waren de gemiddelde temperaturen van maart en april nagenoeg aan elkaar gelijk, in Westdorpe was maart zelfs een fractie warmer dan april! Vanaf eind maart tot aan de tweede helft van mei was het overwegend te koud, te somber en te nat voor de tijd van het jaar. In de tweede helft van mei was het fraai voorjaarsweer; warm, zonnig en weinig neerslag.

In tegenstelling tot grote delen van Nederland waren juni en juli in Zeeland zeer nat en bovendien te somber en te koud. In deze twee maanden viel bijna het dubbele van de normale hoeveelheid neerslag. Er viel 190-250 mm, binnen de provincie toenemend van noord naar zuid en west naar oost (Figuur 4). Vanaf eind juli knapte het weer wat op en regende het minder vaak. Augustus was in Zeeland een gemiddelde maand.

Figuur 3. Hellmann koude- en warmtegetal voor Vlissingen en Westdorpe in de periode 1995-2012. De winter van 1995 duurt van 1 november 1994 tot en met maart 1995, etc. Bron knmi