Figuur 15. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2012.
Tabel 6. Prooien en prooiresten in nesten van de Torenvalk in Zeeuws-Vlaanderen in 2012. Let op. Het betreft alleen plukresten waardoor (Veld)muizen sterk worden onderschat.Tabel 6. Prooien en prooiresten in nesten van de Torenvalk in Zeeuws-Vlaanderen in 2012. Let op. Het betreft alleen plukresten waardoor (Veld)muizen sterk worden onderschat.
In 2012 werden 154 nesten vastgesteld en inclusief de nesten 193 broedparen opgespoord. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 340-475 paren. Het aantal broedparen in Zeeland neemt wat af (Figuur 15). De komende jaren zal blijken of deze afname doorzet.

Gemiddeld begonnen Torenvalken in 2012 op 27 april met de eileg (SD=12; N=63). Dat wijkt niet af voor het gemiddelde voor de periode 1995-2012.

In 2012 werden gemiddeld 4,8 eieren gelegd (SD=0,7; N=72), een fractie meer dan gemiddeld. Het aantal jongen lag met 3,4 duidelijk onder het gemiddelde (SD=1,2; N=79). Ongetwijfeld een gevolg van de slechte weersomstandigheden tijdens het opgroeien van de jongen.

In Tabel 6 wordt een overzicht gegeven van de prooiresten die in 2012 door de auteur in nesten van Torenvalken in Zeeuws-Vlaanderen werden aangetroffen. Braakballen werden niet op systematische wijze verzameld. Torenvalken zijn echte Veldmuizeneters. Deze worden in zijn geheel doorgeslikt. Resten ervan komen terecht in een braakbal. Dat geldt ook voor insecten en regenwormen. Die vooral worden gegeten in tijden van voedselschaarste (Cramp & Simmons 1980, Village 1990, Bijlsma 1993, Bijlsma 2012). Plukresten geven daarom een sterk vertekend beeld van het voedsel, vogels zijn oververtegenwoordigd. Wat betreft onderzoek naar het voedsel van de Torenvalk in Zeeland valt er nog het een en ander te ontdekken.

Op 10 juni zag Alex Wieland een Torenvalk in een spijl van de draaibrug bij Sluiskil vliegen. Het is een uit vroegere jaren bekende broedplaats (HC).

Op 20 juli zag Rien Westsrate op een hoogspanningsmast nabij de Kreekrakbrug aan de A59 ten minste twee bijna vliegvlugge jongen en een ‘waaks’ vrouwtje. Hij schatte de nesthoogte op 45 m! Bij Sluiskil was ook een broedgeval op een hoogspanningsmast. Op 2 april werd er gebaltst, op 3 en 24 mei zat het vrouwtje op het nest. Op 18 en 19 juni was het nest verlaten; geen ouders en nest vervallen (HC).

Kort na 10 juli vloog het enige jong van een nest aan de Baaiweg Westkapelle uit. Het jong sliep ten minste tot en met 31 augustus dagelijks in een fruitboom dicht bij het nest (Wouter van Zandbrink).