Opnieuw deden Zeeuwse roofvogelaars erg hun best. Er werden 761 broedparen opgespoord  en een recordaantal van 526 nestkaarten ingevuld. Zeker de helft van de 1100-1450 Zeeuwse roofvogelparen wordt op een of andere wijze gevolgd (Tabel 1).

Het voorjaar en de zomer van 2012 waren uitzonderlijk nat, te somber en te koud. Nat weer betekent voor roofvogels minder tijd om te jagen en minder potentiële prooien omdat ook niet-roofvogels en zoogdieren met lagere reproductie te maken krijgen.

Afgaand op het aantal uitgevlogen jonge Torenvalken was 2012 een slecht muizenjaar. Het record hoge aantal eieren bij de Buizerd en het iets hogere aantal dan gemiddeld bij de Torenvalk, beide notoire muizeneters, duidt er op dat de muizenstand aan het begin van het seizoen (voorafgaand aan de eileg) nog goed was. Kennelijk is de stand in elkaar gestuikt door het slechte weer.

De Hazenstand sinds 2005, de Konijnstand sinds 2010 (na ernstige dip kort na de eeuwwisseling) en de Fazantenstand sinds 2007 zijn min of meer constant (zwaar doorwegende toename van de Fazant in 2012 in de Hedwigepolder buiten beschouwing latend). Overigens is de steekproef klein en heeft ze alleen betrekking op Zeeuws-Vlaanderen.

In Tabel 1 worden schattingen gegeven van het aantal broedparen voor de periode 1997-2012. De schattingen wijken wat af ten opzichte van eerdere jaarverslagen omdat de exacte provinciegrenzen zijn aangehouden. (zie Inleiding). Het aantal paren van de Havik, de Buizerd en de Slechtvalk neemt nog steeds toe. In 2012 heeft de Havik voor het eerst met zekerheid in Zeeuws-Vlaanderen gebroed. Door beter onderzoek op Zuid-Beveland en Walcheren is de schatting van het aantal Buizerds voor 2012 een stuk hoger dan die van 2011 (waarnemingseffect). Aan de populatiegroei van de Havik en Slechtvalk is zeker nog geen eind gekomen. De Havik heeft Zeeuws-Vlaanderen nog te koloniseren en de Slechtvalk Zeeland ten noorden van de Westerschelde. Of de Buizerd, zoals in de rest van Nederland, eens de talrijkste roofvogelsoort wordt zal de tijd leren. Voorlopig is dat nog de Torenvalk, maar het aantal paren neemt wel af. Het aantal Bruine Kiekendieven is na de crash van 2003 stabiel, maar het broedsucces is slecht (zie verderop). Verdere afname ligt daardoor in het verschiet. Het aantal Sperwers neemt af. Dit komt door concurrentie met de Havik (alleen noordelijk van de Westerschelde) en waarschijnlijk kraaiachtigen (overal).

Tabel 1: Geschat aantal broedparen van roofvogels in Zeeland voor de periode 1997-2012.

De start van de eileg week voor de Havik, Sperwer, Buizerd en Torenvalk amper af van het gemiddelde voor de periode 1995-2012. In vergelijking met de vijf voorgaande jaren gold dat ook voor de Bruine Kiekendief, maar ten opzichte van de 1995-2002 startte de soort acht dagen later. Dat komt omdat veel paren na een mislukking opnieuw beginnen. Voor oorzaken zie Castelijns et al. (2010) en 8.1. Voor wat betreft Boomvalk en Slechtvalk zijn er te weinig gegevens voorhanden om te kunnen vergelijken met eerdere jaren.

Het aantal eieren bij de Buizerd was nog nooit zo hoog. Het betekent niet dat er een groot verschil is met andere jaren, maar het ontbreken van éénlegsels en meer vierlegsels dan gemiddeld geeft aan dat ze goed de winter zijn doorgekomen en de voedselsituatie aan het begin van het seizoen niet slecht was. Ze eten dan vooral muizen. Torenvalken legden iets meer eieren dan gemiddeld en Bruine Kiekendieven een gemiddeld aantal. De Havik deed het wat betreft de eileg beter dan gemiddeld en de Sperwer minder. De Havik startte vroeg en de Sperwer laat. Kennelijk hebben Sperwervrouwtjes tijdens het opvetten in april/mei wel last gehad van het slechte weer en profiteerden Havikvrouwtjes tijdens het opvetten van het mooie weer in maart[1]. Overigens is het aantal gecontroleerde nesten van de Havik in de eifase gering.

Hoewel Buizerd en Havik een bovengemiddeld aantal eieren legden, kregen beide soorten slechts een gemiddeld aantal jongen op de wieken. Door het slechte weer stierven er meer jongen op het nest dan normaal. Ook het aantal jongen van de Bruine Kiekendief (niet eerder zo laag), Torenvalk en Sperwer bleef achter bij voor deze soort normale waarden. Bij de Bruine Kiekendief bleek de negatieve invloed van het weer uit het veelvuldig aanwezig zijn van hongermalieën en doorgroei van bloedspoelen.

In 2012 waren er twee gevallen van roofvogelvervolging, beide jachtgerelateerd. Bij Oostburg werden een met een hagelgeweer gedode Waterhoen en Wilde Eend gevonden, die waren bewerkt met carbofuran. Als je een hekel hebt aan roofvogels een uitstekende methode om er van af te komen. In dit geval kostte het twee Buizerds, die ervan gegeten hadden, het leven. Bij Heinkenszand werd door jagers een Buizerdnest doorschoten. Toen ze erop werden aangesproken hadden ze als aexcuus “We dachten dat het een kraaiennest was”. Het wordt hoogtijd dat aan deze Middeleeuwse traditie, he doorschieten van kraaiennesten, een eind komt.


[1] De periode voorafgaand aan de eileg sjouwen mannetjes prooien aan voor de vrouwtjes die in de buurt van het nest zitten. De vrouwtjes jagen dan niet, maar houden zich gedeisd om op te vetten en eieren te kunnen produceren.