Figuur 12. Aantal broedparen van de Havik in Zeeland in de periode 1995-2012.
 Drie van de vier jonge Haviken tijdens het ringen op 26 mei 2012 bij de Oosterschenge. Foto Izak Quist.Drie van de vier jonge Haviken tijdens het ringen op 26 mei 2012 bij de Oosterschenge. Foto Izak Quist.

In 2012 werden 32 nesten en in totaal 40 broedparen opgespoord. Het aantal broedparen in Zeeland wordt geschat op 40 45 (Figuur 12). Dat is exclusief acht broedparen in het Zuid-Hollandse deel van de Grevelingen (zie Intro en Het Zeeuwse landschap).

De Havik heeft in 2012 voor het eerst met zekerheid in Zeeuws-Vlaanderen gebroed. Op 15 april zat een vrouw op haar nest in de Braakmanpolder (Hoek). Op 29 april was het nest leeg en lag een kapotte eischaal onder het nest (HC).

Haviken begonnen gemiddeld op 5 april met de eileg (SD=6,0; N=7). Dat is één dag later dan het gemiddelde tot nu toe (Bijlage 2). De legselgrootte was met 4,0 hoger dan gemiddeld (SD=0,7; N=5), maar de steekproef is klein. Het aantal uitgevlogen jongen was gemiddeld: 2,2 (SD=0,9; N=10).

Tijdens de eicontrole op de Bevelanden en het Veerse Meer werden 17 eieren van vijf complete legsels opgemeten: hoogte 56,5 mm (SD=2,9), breedte 43,5 mm (SD=1,8) en inhoud 54,8 ml (SD=7,1).

In Tabel 3 wordt een overzicht gegeven van de bij nesten aangetroffen prooiresten. Bijzondere soorten waren: Grauwe Gans, Rotgans, Smelleken en Ransuil.

Op de Schotsman in het Veerse Meer werd tussen 15 april en 22 mei een nest vijf keer gecontroleerd, drie keer vanaf de grond en twee keer door het te beklimmen (20 en 27 april). Op 27 april zat een ouder in broedhouding op het nest, maar waren er geen eieren. Op 12 en 22 mei werd geen ouder meer waargenomen (Mark Hoekstein).

Op een nest bij Rilland had één van de drie jongen een ‘Kruisbeksnavel’ (Rinus Sinke).

Tabel 3. Prooi(rest)en op en nabij nesten van de Havik op Zuid-Beveland en in het Veerse Meer in 2012.Tabel 3. Prooi(rest)en op en nabij nesten van de Havik op Zuid-Beveland en in het Veerse Meer in 2012.