Figuur 13. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2011.Figuur 13. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2011.In 2011 werden 103 nesten gecontroleerd en 147 broedparen opgespoord. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 340-480 paar. Het wordt stilaan wel duidelijk dat de Torenvalk in Zeeland enigszins in aantal afneemt (Figuur 13). De komende jaren zal blijken of deze afname doorzet.

Gemiddeld begonnen Torenvalken in 2011 op 18 mei met de eileg (SD=9; N=54). Dat is op 2007 na de vroegste datum ooit. De winter en het voorjaar van 2007 waren de zachtste in 300 jaar en gemeten aan het aantal uitgevlogen jongen per nest in dat jaar was de voedselsituatie gunstig (Castelijns 2008). Dat was ook in 2011 het geval (Figuur 6). Voor een vroege start, zijn een goede muizenstand en mooi weer in deVijf jonge Torenvalken (vier paar ogen en een hoop dons) in een holte bij een schuur op Sint Philipsland op 14 juni 2011. De holte wordt al zeker sinds 2002 gebruikt als broedplaats. [i]Foto: Cock & Elly van Heukelen.[/i]Vijf jonge Torenvalken (vier paar ogen en een hoop dons) in een holte bij een schuur op Sint Philipsland op 14 juni 2011. De holte wordt al zeker sinds 2002 gebruikt als broedplaats. Foto: Cock & Elly van Heukelen. periode voorafgaand aan de eileg nodig. Zowel in 2007 als 2011 werd aan beide voorwaarden voldaan. Voor de Buizerd, eveneens een muizeneter, begon het mooie voorjaarsweer te laat.

In 2011 werden gemiddeld 5,1 eieren gelegd (SD=0,7; N=54) en vlogen 4,2 jongen uit (SD=1,1; N=74). Zowel het aantal eieren (+0,3) als het aantal jongen (+0,4) was hoger dan gemiddeld. Opvallend was dat 2011 het tweede opeenvolgende jaar was met een bovengemiddeld aantal jongen. Dat was in de periode 1995-2011 niet eerder voorgekomen (Figuur 7).

In Tabel 5 wordt een overzicht gegeven van prooiresten die in 2011 door de auteur in nesten van Torenvalken in Zeeuws-Vlaanderen werden aangetroffen. Omdat braakballen niet op systematische wijze worden verzameld, zijn de resultaten daarvan niet opgenomen in de tabel. Torenvalken zijn, indien voorhanden, echte Veldmuizeneters. Deze worden in zijn geheel doorgeslikt. Resten ervan komen terecht in een braakbal. Dat geldt ook voor insecten en regenwormen die vooral worden gegeten in tijden van voedselschaarste (Cramp & Simmons 1980, Village 1990, Bijlsma 1993). Een overzicht van alleen de plukresten geeft daarom een sterk vertekend beeld van het voedsel. Vogels zijn dan oververtegenwoordigd. Wat betreft onderzoek naar het voedsel van de Torenvalk in Zeeland valt er nog het een en ander te ontdekken.

Vier van de vijf uitgevlogen jonge Torenvalken bij Boerenhol (Breskens) op 25 juni 2011. [i]Foto: Jaap Poortvliet.[/i]Vier van de vijf uitgevlogen jonge Torenvalken bij Boerenhol (Breskens) op 25 juni 2011. Foto: Jaap Poortvliet.De in 2011 gevonden Huisspitsmuis was pas de derde op 957 prooien die in de periode 1995- 2011 door de auteur in Zeeuws-Vlaanderen in een Torenvalknest werd aangetroffen. In dezelfde periode werden 14 Gewone en/of Tweekleurige Bosspitmuizen Sorex araneus/ coronatus en drie Bosmuizen aangetroffen. Het onderscheid tussen de twee soorten bosspitsmuizen is lastig (zie ook Bekker et al. 2011). Bosspitsmuizen zijn zowel overdag als 's nachts actief, Huisspitsmuizen en Bosmuizen vrijwel alleen maar 's nachts (Lange et al. 1994). Nachtactieve dieren worden door de bij daglicht jagende Torenvalken maar weinig gevangen.

Bij de vier Fazanten in de tabel ging het om pullen. Dat is bij de Torenvalk meestal het geval als het grotere prooien betreft.

Opmerkelijk was een waarneming van een Torenvalk die in een rietkraag dook en eruit kwam met een pul van een Wilde Eend (Ellen Dieleman).

 

 

 

Tabel 5. Prooien en prooiresten in nesten van de Torenvalk in Zeeuws-Vlaanderen in 2011. Let op. Het betreft alleen plukresten waardoor (Veld)muizen sterk worden onderschat. Zie ook tekst.Tabel 5. Prooien en prooiresten in nesten van de Torenvalk in Zeeuws-Vlaanderen in 2011. Let op. Het betreft alleen plukresten waardoor (Veld)muizen sterk worden onderschat. Zie ook tekst.