Figuur 12. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Buizerd in Zeeland in de periode 1995-2011.Figuur 12. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Buizerd in Zeeland in de periode 1995-2011.In 2011 werden 208 broedparen van de Buizerd opgespoord en in 183 gevallen ook het nest. Vorig jaar leek het er nog op dat aan de jarenlange toename van de Buizerd een eind was gekomen. Omdat in 2011 in jaarlijks goed onderzochte gebieden nogal wat nieuwe broedlocaties werden opgespoord (Tholen, Hals van Zuid-Beveland, Midden Zeeuws-Vlaanderen en de omgeving van Axel, Koewacht en Zuiddorpe) is het verantwoord de schatting voor 2011 15% hoger uit te laten komen dan die voor 2010. Ze komt uit op 280-375 paar (Figuur 12).

In 2011 begonnen Buizerds gemiddeld op 4 april met de eileg (SD=7; N=41). Dat is precies het gemiddelde voor de periode 1996-2011. Het aantal eieren was met Tabel 4. Prooien en prooiresten op en nabij nesten van de Buizerd in Zeeuws-Vlaanderen in 2011. PL plukrest en BB braakbal.Tabel 4. Prooien en prooiresten op en nabij nesten van de Buizerd in Zeeuws-Vlaanderen in 2011. PL plukrest en BB braakbal.gemiddeld 2,6 (SD=0,6; N=42) een fractie hoger dan normaal. Uit 86 nesten vlogen gemiddeld 2,2 jongen uit (SD=0,8). Dat is 0,2 jong per nest meer dan normaal. Evenals de Torenvalk was het aantal uitgevlogen jongen per nest bovengemiddeld. Buizerd en Torenvalk zijn beide gebaat bij een goede muizenstand (Bijlsma 1993, Castelijns 2011). Voor Buizerds kwam het mooie voorjaarsweer te laat om de start van de eileg te beïnvloeden. Dit in tegenstelling tot de Torenvalk (8.5).

Een overzicht van de in 2011 in Zeeuws-Vlaanderen op systematische verzamelde prooien wordt gegeven in Tabel 4. Konijn, Haas, Fazant, duiven en muizen (waarschijnlijk vooral Veldmuizen) waren de belangrijkste prooien. Opmerkelijke prooien waren een Hermelijn (Foto bij werkwijze), een Gewone Pad en een kikker.

In het Smitschorrebos bij Axel was een Buizerd aanwezig die op een hardloper dook zodra die in de buurt van het nest kwam. De loper had er last van tijdens zijn dagelijks rondje. Eerst dacht hij dat het om de Slechtvalk van de watertoren Axel ging. Door plaatsing van een webcam bij dit nest, was het daar broedende valkenpaar nogal eens in het nieuws (8.7). Als je niet bekend bent met het gedrag van een roofvogel, kun je tot verkeerde conclusies komen. Zo ook in dit geval. Slechtvalken komen nooit in een bos en staan ook niet bekend als vogels die zoiets doen. Buizerds vertonen dat gedrag het vaakste, niet in het minst omdat het in Nederland de algemeenste roofvogel is (Bijlsma 2008).

In het geval van Axel werd de loper geadviseerd de route te verleggen totdat de jongen waren uitgevlogen. Ook aan de Oude Dijk Terneuzen was een Buizerd aanwezig die op mensen dook. In dit geval op een passerende tandem. Bij aanvallen van Nestcontrole bij het nest van een naar een hardloper agressieve Buizerd. Als de hardloper passeerde werd op hem gedoken. De Buizerd vertoonde naar de klimmer en de nestcontroleurs niet de minste agressie. [i]Foto: Co van Meurs.[/i]Nestcontrole bij het nest van een naar een hardloper agressieve Buizerd. Als de hardloper passeerde werd op hem gedoken. De Buizerd vertoonde naar de klimmer en de nestcontroleurs niet de minste agressie. Foto: Co van Meurs.Buizerds gaat het bijna altijd om schijnaanvallen op personen die zich snel voortbewegen. Gewone wandelaars hebben geen last. Ook een nestcontroleur niet, zelfs niet als hij naar het nest toe klimt. In 17 jaar onderzoek aan roofvogels heeft de auteur het maar één keer meegemaakt dat een roofvogel 'aanviel'. Het ging om een vrouwtje Sperwer (gewicht 300 gram!). De klimmer die er toen mee te maken kreeg, geniet er nog van na.

 

 

 

 

Aspirantringer Leonard Ketting verricht metingen aan een Buizerd. Rechtsboven het meten van de achterklauwlengte, daarnaast het meten van de laterale tarsus (pootdikte aan platte zijde). Onder links het meten van de vleugellengte en daarnaast het bepalen van het gewicht. De vleugellengte is een maat voor de leeftijd en het gewicht een maat voor de conditie van het jong. Uit de klauwlengte en de laterale tarsus kan het geslacht worden afgeleid. Dat lukt bij Buizerds meestal pas als de jongen vier weken of ouder zijn. Het jong op de foto is 25 dagen oud. Dat is vaak nog te jong om het geslacht te bepalen. Omdat de laterale tarsus en het gewicht hoger waren dan mannetjes van die leeftijd ooit kunnen bereiken, kon met zekerheid worden vastgesteld dat het om een vrouwtje ging. De foto‟s werden gemaakt op 2 juni nabij Axel. Er zaten drie jongen in het nest. Op 19 juni waren ze bijna vliegvlug en een week later waren ze alle drie uitgevlogen. [i]Foto's: Co van Meurs.[/i]Aspirantringer Leonard Ketting verricht metingen aan een Buizerd. Rechtsboven het meten van de achterklauwlengte, daarnaast het meten van de laterale tarsus (pootdikte aan platte zijde). Onder links het meten van de vleugellengte en daarnaast het bepalen van het gewicht. De vleugellengte is een maat voor de leeftijd en het gewicht een maat voor de conditie van het jong. Uit de klauwlengte en de laterale tarsus kan het geslacht worden afgeleid. Dat lukt bij Buizerds meestal pas als de jongen vier weken of ouder zijn. Het jong op de foto is 25 dagen oud. Dat is vaak nog te jong om het geslacht te bepalen. Omdat de laterale tarsus en het gewicht hoger waren dan mannetjes van die leeftijd ooit kunnen bereiken, kon met zekerheid worden vastgesteld dat het om een vrouwtje ging. De foto‟s werden gemaakt op 2 juni nabij Axel. Er zaten drie jongen in het nest. Op 19 juni waren ze bijna vliegvlug en een week later waren ze alle drie uitgevlogen. Foto's: Co van Meurs.