Figuur 9. Aantal broedparen van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2011.Figuur 9. Aantal broedparen van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2011.In 2011 werden 192 broedparen opgespoord. In 140 gevallen was sprake van een nest. In 44 nesten werd daadwerkelijk gekeken. Het aantal broedparen wordt geschat op 225-270. Sinds de crash van de populatie in 2003, is het aantal broedparen vrijwel stabiel gebleven (Figuur 9).

De gemiddelde start van de eileg was 2 mei acht dagen later dan gemiddeld (SD=16; N=27). Dit komt omdat legsels van Bruine Kiekendieven vaak mislukken en paren daarna opnieuw beginnen. Omdat het onderscheid tussen eerste legsels enerzijds en na- of vervolglegsels anderzijds vaak niet te maken is, valt de gemiddelde startdatum van de eileg later uit (zie ook Castelijns et al. 2010).

Tabel 1. Prooien en prooiresten op en nabij nesten van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2011. PL pluk- of prooirest of en BB braakbal.Tabel 1. Prooien en prooiresten op en nabij nesten van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 2011. PL pluk- of prooirest of en BB braakbal.Er was in 2011 een extreem laat nest in een wintergraanveld met een start op 20 juni. Ongetwijfeld een tweede legsel na een eerdere mislukking. Het nest mislukte omdat de grondeigenaar niet mee wilde werken aan nestbescherming (zie verderop).

Het aantal eieren per nest was met 4,7 (SD=0,8; N=23) gemiddeld en het aantal jongen met 3,1 0,2 jong lager dan normaal (SD=0,8; N=39).

In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de prooien en prooiresten die bij en op de nesten van Bruine Kiekendieven werden gevonden. Er wordt bijna alleen maar iets gevonden als er jongen zijn. Daarom heeft de tabel vooral betrekking op prooien die worden gevangen in de maanden juni en juli Jonge Hazen en Konijnen zijn dan de belangrijkste prooien.

Jonge Bruine Kiekendief aan de Wiebusweg Sint Maartensdijk op 8 augustus 2011. [i]Foto: Dick Gunst.[/i]Jonge Bruine Kiekendief aan de Wiebusweg Sint Maartensdijk op 8 augustus 2011. Foto: Dick Gunst.In 2011 broedden minstens 15 paren in landbouwgewas; zeven in luzerne, zes in graan, één in maaigrasland en één in een onbekend gewas. Van de zeven broedgevallen in luzerne lukte er slechts één, terwijl er van de zes in graan vijf lukten. Het zesde geval ging mis omdat de boer niet mee wilde werken aan nestbescherming (zie verderop).

Van 24 broedgevallen is met zekerheid bekend dat ze zijn mislukt. In acht gevallen werd dat vastgesteld van op afstand: Afwezigheid van de ouders tijdens opeenvolgende bezoeken. Hieronder waren drie gevallenDrie jonge Bruine Kiekendieven op 15 augustus 2011 na verplaatsing vanuit een graanveld in de Oranjepolder Breskens. Het nest werd omrasterd met een schrikhek. De ouders accepteerden de verplaatsing niet. Daarom zijn de jongen na anderhalve dag overgebracht naar een vogelasiel. Alleen de oudste twee jongen hebben het gehaald. Ze zijn op 18 oktober gelost in het Verdronken Land van Saeftinghe. [i]Foto: Jaap Poortvliet.[/i]Drie jonge Bruine Kiekendieven op 15 augustus 2011 na verplaatsing vanuit een graanveld in de Oranjepolder Breskens. Het nest werd omrasterd met een schrikhek. De ouders accepteerden de verplaatsing niet. Daarom zijn de jongen na anderhalve dag overgebracht naar een vogelasiel. Alleen de oudste twee jongen hebben het gehaald. Ze zijn op 18 oktober gelost in het Verdronken Land van Saeftinghe. Foto: Jaap Poortvliet. waarvan de ouders na het maaien van de luzerne niet meer werden gezien, terwijl eerder nestbouw en/of prooioverdracht was waargenomen. Bij de 16 mislukte nesten, waarbij het nest werd gecontroleerd, ging het vier keer mis in de eifase en drie keer in de jongenfase. Bij de overige gevallen is het tijdstip van mislukking niet bekend. Het betreft de volgende oorzaken; werkzaamheden in de buurt van het nest (Roggenplaat, Oosterschelde); plotselinge stijging van het waterpeil (Winkelzeesche Watergang, Stavenisse), predatie door een vogel (eieren met piksporen gezien) (Eerste Dijk, Sint Maartensdijk); luzerne gemaaid op het moment dat er pas geboren jongen waren en maar 4 m2 luzerne rondom het nest laten staan (Zandweg, Zierikzee); luzerne gemaaid in de eifase en twee dagen later schrikhek geplaatst, vervolgens verlaten of gepredeerd (Zurenhoekseweg, Sint Maartensdijk); predatie door Vos (loopsporen in vegetatie 'gemarkeerd' met nestdons van jonge Bruine Kiekendieven en afgebeten veren) (Grote Gat Koewacht); maaien van wintergraan (Oranjepolder, Breskens). In dit laatste geval wilde de boer geen gewas rondom het nest laten staan en geen rekening houden met de jongen tijdens het maaien. Daarom werden de jongen over een afstand van circa 200 m verplaatst naar een naastgelegen grasveld. De ouders accepteerden de verplaatsing niet. Toen ze na anderhalve dag nog niet bij het nest waren geweest, en de drie jongen dreigden te verhongeren, zijn ze naar het vogelasiel de Mikke in Middelburg gebracht. Twee van de drie jongen konden daar grootgebracht worden. Ze zijn op 18 oktober gelost in het Verdronken Land van Saeftinghe. Het idee is dat ze daar kunnen overwinteren in aanwezigheid van een honderdtal soort- en leeftijdsgenoten (Castelijns & Castelijns 2008). De start van de eileg van dit nest was met 20 juni extreem laat.

Twee jonge Bruine Kiekendieven in een graanveld aan de Wiebusweg in Sint Maartensdijk op 8 augustus 2011. [i]Foto: Dick Gunst.[/i]Twee jonge Bruine Kiekendieven in een graanveld aan de Wiebusweg in Sint Maartensdijk op 8 augustus 2011. Foto: Dick Gunst.

Nestbescherming door uitrasteren, laten staan van gewas rondom het nest en verplaatsen van de jongen omdat een veld wordt gemaaid, wordt bij de Grauwe Kiekendief vaak met succes toegepast (Van der Walle 2000, Koks en Visser 2002). Bij de Bruine Kiekendief wordt het ook gedaan (Degraeve 2010, Castelijns 2011), maar is de kans op succes geringer, waarschijnlijk omdat de ouders het raster niet accepteren (Ben Koks). Toch was er in 2011 ook een mooi voorbeeld van een geval waarbij het wel goed ging. In een maaigrasveld aan de Weverstraat Ossenisse werd door een boer op 28 april tijdens het maaien van het gras een van het nest afvliegend vrouwtje Bruine Kiekendief gezien. Er lagen twee eieren in het nest. De boer liet circa 30 m2 gras rondom het nest staan en vroeg via Stichting Landschapsbeheer Zeeland om nestbescherming. De daaropvolgende dag werd een schrikhek geplaatst. Er werd circa 150 m2 uitgerasterd. Er lagen toen drie eieren in het nest. Weer een dag later meldde de boer dat er door de ouders van en naar het nest werd gevlogen. De eerstvolgende controle vond plaats op 27 mei: Drie pasgeboren jongen en drie eieren (Erwin van de Broek). Er werden uiteindelijk zeker vijf jongen geboren, waarvan er vier zijn uitgevlogen. Het vijfde jong had in het begin een grote groeiachterstand, maar liep die later in. Bij het ringen had het een gewicht van 678 gram en een vleugellengte van 215 mm. Dat is voor een vrouwtje van die leeftijd een goed gewicht. Op 9 juli waren vier van de vijf jongen vliegvlug en het vijfde jong nog net niet. Tijdens observaties op die dag bleek dat de uitgevlogen jongen, zodra ze een ouder met prooi aan zagen komen, de ouder tegemoet vlogen en probeerden op die manier de broers en zussen te vlug af te zijn. Het kleinste jong, wat nog niet kon vliegen, kreeg geen voedsel (HC). Dat is overigens normaal. Een dergelijk jong krijgt pas voedsel als de andere verzadigd zijn. Als dat niet gebeurt, gaat het jong dood. Op 18 juni was het jong erg verzwakt en later op die dag was het dood.

Bruine Kiekendief met wingtags zittend op ringerstas op 29 juni 2011 in de Leendert Abrahampolder bij Kats. [i]Foto: Adri Joosse.[/i]Bruine Kiekendief met wingtags zittend op ringerstas op 29 juni 2011 in de Leendert Abrahampolder bij Kats. Foto: Adri Joosse.Het enige gelukte nest dat zich in een luzerneveld bevond, werd omstreeks 5 juli tijdens het maaien van de luzerne gevonden aan de Monnikendijk te Kattendijke. De jongen waren toen 20-25 dagen oud. De boer liet een pluk luzerne rondom het nest staan. Op 15 juli werden de jongen geringd en op 5 augustus werden ze alle drie vliegend bij het nest waargenomen. Het nest werd niet uitgerasterd (Bram Korteknie).

Bij Westdorpe werden op 20 augustus door een loonwerker vanaf de dorsmachine vier zo goed als vliegvlugge jongen op een nest gezien in een graanveld. Op 21 augustus werden ten minste drie en op 28 augustus ten minste twee vliegvlugge jongen bij het nest gezien. Er werden geen dode jongen in de buurt van het nest gevonden. Daarom wordt aangenomen dat ze alle vier zijn uitgevlogen (Eddy Matthijs).

In 2011 is in samenwerking met het Vlaamse Instituut voor Natuurbehoud gestart met ecologisch onderzoek naar de Bruine Kiekendief. Als onderdeel van dit project worden vogels gewingtagd volgens de methode die ontwikkeld is door het Franse Centre d?Etudes Biologiques te Chizé. Voor de eerste resultaten zie Vogelnieuws 17.