Figuur 17. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Slechtvalk in Zeeland in de periode 1995-2010.Figuur 17. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Slechtvalk in Zeeland in de periode 1995-2010.In 2009 werden zeven en in 2010 vijf broedparen van de Slechtvalk vastgesteld. In beide jaren waren er vier zekere broedgevallen, waarvan er drie slaagden. Het aantal broedparen wordt geschat op 7-9 (figuur 17). Verderop wordt een overzicht gegeven per broedpaar.

DOW Terneuzen
In deze nestkast werden in 2009 en 2010 vier eieren gelegd. Ook vlogen er telkens vier jongen uit. In 2009 ging het om drie mannen en één vrouw en in 2010 om twee mannen en twee vrouwen. Alle jongen werden van een metalen ring van het Vogeltrekstation en een kleurring voorzien. De eerste eieren werden gelegd op 7 maart 2009 en 11 maart 2010.

In 2009 werden 44 prooiresten verzameld en in 2010 53. In 2009 zaten daartussen 15 geringde Postduiven. De dichtstbij geboren duif was afkomstig van Sas Van Gent op 13 km van de nestkast. In 2010 ging het om 16 Postduiven waarvan de dichtstbije uit Philippine, op 7 km van de nestkast, kwam.

Cargill Sas van Gent
Op deze locatie is vanaf 2004 een broedpaar aanwezig, maar er zijn nog nooit jongen geboren. Ook in 2009 en 2010 niet. Tot en met 2008 zou dat het gevolg kunnen zijn van het ontbreken van isolatiemateriaal op de bodem van de kast. Het idee is dat de eieren dan niet uitkomen omdat de ouders ze niet warm kunnen houden. Dat komt omdat langs de wand van een hoog gebouw de wind een enorme versnelling krijgt, wat zorgt voor afkoeling aan de bodem van de kast. Daarom is in de winter van 2009 de kast voorzien van een vijf cm dikke laag kiezels. Half maart werden de ouders enkele keren bij de kast gezien. Op 4 april was er pal onder de nestkast een de hele dag durende brandweerwedstrijd met twaalf teams (PZC 5 april). Toen het nest op 19 april werd gecontroleerd, lagen er twee verlaten eieren in de nestkast. In 2010 werden de ouders tussen 2 en 13 maart een aantal keren bij de kast gezien. Op 11 maart werd er gebaltst. Op 18 maart bleek de nestkast leeg en was ze overgenomen door Kauwen. De valken zijn daarna niet meer gezien.

Centrale Borssele
De ‘hybride van Borssele’, waarschijnlijk een kruising tussen Gier- en Sakervalk, na preparatie door Wim Phaff. [i]Foto: Wim Phaff (BioArt).[/i]De ‘hybride van Borssele’, waarschijnlijk een kruising tussen Gier- en Sakervalk, na preparatie door Wim Phaff. Foto: Wim Phaff (BioArt).In 2007 en 2008 mislukte het broedgeval op deze locatie vanwege gedonder met een hybride valk (Castelijns 2008 en 2009). Daarom werd besloten deze valk weg te vangen. Dat lukte op 29 maart 2009. Van de vangers werd het volgende verslag ontvangen. “Een heel goed bericht uit Borsselse, we hebben de hybride gevangen. Het slechte deel van het bericht is, dat de hybride de pijp uit is. Mogelijke oorzaak zou kunnen zijn de grote stress waar de hybride aan bloot kwam te staan. We hadden twee vangpogingen nodig. Om 9.30 uur was het vangmechaniek operationeel gemaakt, getest en gereedgezet om de hybride te vangen. Vooraf was al gezien dat het Slechtvalkvrouwtje op het nest zat en we dachten nog even dat er al eieren in zouden liggen. Voordat de vangploeg op 142 m hoogte in de schoorsteen was, was het Slechtvalkvrouwtje weer vertrokken. Gelukkig waren er geen eieren en kon er gevangen worden. De vangploeg bestond uit Perry Quist, Niels de Schipper en Cees Lavooy. Cees stond beneden op ‘observatiepost’. Om 9.45 uur dienden drie valken zich aan. De hybride dook als eerste in de kast, achtervolgd door twee Slechtvalken. Via de webcam en de meegebrachte laptop werd de hybride herkend en werd direct de valklep bediend. Helaas haperde de valklep en kon ze ontsnappen. Dat was balen! Na een half uurtje kwamen de Slechtvalken toch weer terug en gingen pontificaal op het aanvliegrooster voor de kast zitten. Ondertussen had Cees bezoek gekregen van Wannes Castelijns. Samen werd de tactiek opnieuw besproken en de vangkans ingeschat. Het patroon dat de laatste dagen door Wannes gezien was, de hybride die als eerste de kast indook en meestal achtervolgd werd door de Slechtvalken, deed ons hoopvol stemmen. Er werden door de Slechtvalken een vijftal weg- en terugvliegacties uitgevoerd, waarbij het iedere keer spannend was of de hybride er bij zou komen. Rond 13:30 uur kwamen ze gedrieën als uit het niets opduiken. We stonden meteen op scherp. De hybride dook als eerste de kast in en het vangmechaniek werd meteen bediend. We hadden haar! Dan nog het ultieme moment; de hybride vanuit de kast in de transportzak. Niels nam dat met grote koelbloedig- en behendigheid op zich. Om 14:30 uur stond de vangploeg moe maar voldaan beneden. Echter de hybride was doodstil. We keken in de zak, helaas …., ze was overleden. Niels hield voor de zekerheid ruggespraak met experts. Die verzekerden hem dat er wettelijk niets aan de hand was en feliciteerden hem met het behaalde resultaat.”

De hybride ging de vriezer in en is later naar preparateur Wim Phaff van BioArt uit Middelburg gebracht. Hij constateerde dat het om een vrouwtje ging en nam de volgende maten: lengte 554 mm; gewicht 1675 gram; vleugellengte (P3) 396 mm; tarsuslengte 59,5 mm; snavellengte inclusief dop 33,5 mm; snavellengte exclusief dop 26,5 mm en staartlengte 198 mm. Het beest droeg een kwekersring met de inscriptie 0 (met daarin de letter "z") G HY 140 05 0592V. De 05 stond onder een hoek van 90°. Waarschijnlijk gaat het om het geboortejaar. Op basis van het verenkleed en het gewicht gaat het waarschijnlijk om een kruising tussen een Gier- en Sakervalk. Dergelijke kruisingen kunnen paren met in het wild voorkomende soorten en krijgen nakomelingen. Dat was onder andere het geval in Duitsland, Engeland en Zweden. Telkens werden de jongen uit de natuur verwijderd (Peter van Geneijgen).

Nadat de hybride was weggevangen zijn de ouders spoedig overgegaan tot eileg. Op basis van de vleugellengte van het oudste van de twee op 4 juni 2009 geringde jongen, is dat gebeurd op 6 april. De beide jongen zijn later uitgevlogen. In de nestkast werden 19 prooiresten verzameld waaronder zes postduiven. In de kast bevonden zich ook de resten van een Bonte Strandloper met een Noorse ring. Het ging om een mannetje dat was geringd op 15 september 2001 in More og Romsdal (circa 150 km ZW van Trondhiem) op 1297 km van Borssele. In 2020 werd opnieuw gebroed en werden eveneens twee jongen groot gebracht. Ze werden niet geringd omdat ze op het moment van afspraak te groot waren. Ze zijn uitgevlogen tussen 7 en 10 juni. Het betekent dat het eerste ei half maart werd gelegd.

Yara Sluiskil
In 2009 werd hier voor de tweede keer succesvol gebroed. Het nest bevond zich op dezelfde locatie: een nis op 54 m in een kraker. Het nest is niet bereikbaar. Er zijn twee jonge uitgevlogen. In 2010 werd op deze locatie niet (succesvol) gebroed.

Watertoren Axel
Tabel 6. In 2005-2010 op en nabij nesten van Slechtvalken in de maanden februari tot en met augustus verzamelde prooiresten. PR plukresten.Tabel 6. In 2005-2010 op en nabij nesten van Slechtvalken in de maanden februari tot en met augustus verzamelde prooiresten. PR plukresten.In de zomer van 2008 vestigde zich op deze locatie een nieuw broedpaar in een speciaal voor de soort opgehangen nestkast. Over de vestiging, broedbiologie en het voedsel is een artikel verschenen (Vink & Castelijns 2010). In december 2010 zijn twee webcams geplaatst: één in en één buiten het nest. Het broedproces is te volgen elders op deze onze website. Slechtvalken leven uitsluitend van vogels (tabel 6). Qua aantal zijn (Post)duiven veruit de belangrijkste prooi. Daarnaast worden veel steltlopers gegrepen. Bij de 120 verzamelde resten van Steltlopers ging het om 18 verschillende soorten, voor éénderde Tureluurs. Opmerkelijk zijn nachtactieve prooien zoals Dodaars (2x), Kwartel (9x), Waterral (5x) en Houtsnip (4x). Uit onderzoek naar het voedsel van op de Dikke Toren Zierikzee overwinterende Slechtvalken in de winters van 1999-2009 bleek dat, nadat de toren ’s avonds werd aangelicht, er voor het eerst resten van nachtactieve prooien werden gevonden (Van den Ende 1999-2008 in serie, Mellenberg 2009). Ook van andere locaties is nachtjacht bekend (Rejt 2004, DeCadido & Allen 2006, Peter van Geneijgen). In de nestkast van Axel zijn een infrarood lamp en webcam geplaatst. Omdat ook deze toren dagelijks tot 23:00 uur wordt aangelicht, krijgen we er vanzelf een vinger achter.

Lange Jan Middelburg
In het voorjaar van 2010 heeft zich hier een nieuw broedpaar gevestigd. Er werd gebaltst van 14

april tot en met 24 april. Waarschijnlijk is er niet gebroed.

Prooiresten verzameld bij en in de Slechtvalkennestkast van Axel op 18 mei 2010. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Prooiresten verzameld bij en in de Slechtvalkennestkast van Axel op 18 mei 2010. Foto: Henk Castelijns.

Resten van Postduiven uit de berg op de foto linksboven. Rechts van de poten, in de rode cirkel, ligt een door de duivenhouder zelf van gestripte elektriciteitskabel gemaakte ring. Daaronder liggen de vaste voetringen die bij de jonge duiven in het nest worden aangelegd. Rechtsonder liggen diverse soorten ringen, soms met een telefoonnummer, een transponder, etc. Op de veer in het midden is een telefoonnummer gestempeld. In dit geval werd het aantal Postduiven bepaald met behulp van het aantal vaste voetringen, meestal gebeurd dat aan de hand van het aantal schouders. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Resten van Postduiven uit de berg op de foto linksboven. Rechts van de poten, in de rode cirkel, ligt een door de duivenhouder zelf van gestripte elektriciteitskabel gemaakte ring. Daaronder liggen de vaste voetringen die bij de jonge duiven in het nest worden aangelegd. Rechtsonder liggen diverse soorten ringen, soms met een telefoonnummer, een transponder, etc. Op de veer in het midden is een telefoonnummer gestempeld. In dit geval werd het aantal Postduiven bepaald met behulp van het aantal vaste voetringen, meestal gebeurd dat aan de hand van het aantal schouders. Foto: Henk Castelijns.

 

 

 

 

 

 

Alle plukresten, behalve Postduiven, uit de berg op de foto hierboven. De resten zijn gesorteerd naar soort. De veer bij de rode pijl is een geruide handpen van een van de ouders. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Alle plukresten, behalve Postduiven, uit de berg op de foto hierboven. De resten zijn gesorteerd naar soort. De veer bij de rode pijl is een geruide handpen van een van de ouders. Foto: Henk Castelijns.