Volwassen man Bruine Kiekendief Plompe Toren 21 april 2010. Omdat de buik nog erg donkerbruin is, gaat het om een ex. van het “jongere type”. [i]Foto: Leo van Alem en Annemarie van Alem-Damen.[/i]Volwassen man Bruine Kiekendief Plompe Toren 21 april 2010. Omdat de buik nog erg donkerbruin is, gaat het om een ex. van het “jongere type”. Foto: Leo van Alem en Annemarie van Alem-Damen.Op 17 april cirkelt er een paar Bruine Kiekendieven boven een klein rietveld op het Eiland Tholen. De broedplaats is al een aantal jaren bij een koppel (dit koppel?) succesvol in gebruik. Op 24 april neem ik er nestbouw waar. Op 14 mei, als ik het nest voor een nestcontrole bezoek, vliegt de vrouw niet van het nest; zelfs niet als ik ze tot op vijf meter ben benaderd. Omdat het riet nog niet erg dicht op elkaar staat, kan ik met behulp van een lange uitschuifbare stok, die ik bij controles altijd bij me heb, het nest goed zien. Ik kan zien dat er op het nest nog geen eieren zijn gelegd. Dichterbij wil ik niet gaan. Waarom komt ze niet van het nest? Is ze te nat, vanwege de rijp van de late nachtvorst, is ze te koud, heeft ze te veel geruid of is ze gewond?

Op 15, 17 en 19 mei zie ik telkens de man, op de twee laatste dagen met prooi en op de 19-de zie ik dat hij de prooi op het nest aflevert. Op 20 mei voer ik weer een nestcontrole uit. Ik nader het nest op vier meter en weer vliegt de vrouw niet van het nest. Wel zit ze nu wat hoger boven het nest met een paar rietstengels tussen haar poten. Ze probeert weg te vliegen, maar dat lukt niet. Ze heeft iets aan haar linkervleugel die ze stijf tegen haar lichaam houdt en niet beweegt. Met haar rechtervleugel probeert ze weg te komen, maar dat lukt niet. Ik kan duidelijk zien dat er geen eieren op het nest liggen. Ze oogt overigens vrij fit en kijkt fel uit de ogen.

Op 24 mei zie ik een prooioverdracht. Ze kan dus weer vliegen, zij het wat gebrekkig en ze komt niet hoger dan enkele meters boven het rietveld. Op 8 juni voer ik opnieuw een nestcontrole uit. Er is een nieuw nest op 30 m van het oude nest, waarvandaan de vrouw enigszins moeizaam maar ogenschijnlijk genezen, opvliegt. Er liggen drie eieren in het nest. Op 22 juni zie ik de man in de omgeving van het nest en als ik op 3 juli in het nest kijk, zijn er drie jongen waarvan de oudste circa één week oud.

Op 30 juli ga ik samen met Adri Joosse naar het nest om de jongen te ringen. Het blijken drie vrouwtjes te zijn. Afgaand op het gewicht zijn ze alle drie in goede conditie. Uit de vleugellengte berekenen we dat het ei waaruit het oudste jong is gekropen, gelegd is omstreeks 24 mei. Dat was de dag dat ik het vrouwtje voor het eerst weer zag vliegen. Op 14 augustus ben ik nog eens naar het nest gelopen. Het was leeg en in de omgeving van het nest zag ik twee jongen vliegen. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat ze niet alle drie zijn uitgevlogen.

Dank aan Wim Beeke en Frans Bentschap Knook voor hun hulp bij het volgen van dit nest.