Figuur 10. Aantal broedparen van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2010.Figuur 10. Aantal broedparen van de Bruine Kiekendief in Zeeland in de periode 1995-2010.Er werden in 2009 en 2010 achtereenvolgens 149 en 233 broedparen vastgesteld. In 115 en 174 gevallen was zeker sprake van een nest (zie werkwijze). De Zeeuwse broedpopulatie wordt voor 2010 geschat op 240-255 paar (figuur 10). In figuur 13 wordt een overzicht gegeven van de verspreiding en het broedsucces in 2010. In het binnendijkse deel van Zeeuws-Vlaanderen is getracht het broedsucces te bepalen van alle daar aanwezige paren. In 2010 waren 72 broedparen aanwezig. Van 62 is het broedsucces bekend, slechts 23 daarvan lukten (figuur 11). De mislukkingen in 2010 vonden vooral plaats in de eifase. Van 24 nesten is het tijdstip van mislukking bekend: 16 keer in de eifase nog voor het eerste nestbezoek, zes keer in de eifase na het eerste nestbezoek, één nest met zowel Figuur 11. Verspreiding van de Bruine Kiekendief in Zeeland. Elke stip staat voor een broedpaar. Van groene (gelukt) en rode (mislukt) stippen is het broedsucces bekend, van oranje stippen niet.Figuur 11. Verspreiding van de Bruine Kiekendief in Zeeland. Elke stip staat voor een broedpaar. Van groene (gelukt) en rode (mislukt) stippen is het broedsucces bekend, van oranje stippen niet.eieren als pasgeboren jongen en één nest met jongen van circa 18 dagen. Vanaf 2003 is het broedsucces in Zeeuws-Vlaanderen sterk gedaald. Zie voor oorzaken Castelijns et al. 2010.

De gemiddelde start van de eileg was in 2009 met 29 april (SD=14; N=26) en in 2020 met 30 april (SD=14; N=15) zes en zeven dagen later dan normaal. Het aantal eieren per nest was met 4,5 (SD=0,9; N=35) en 4,6 (SD=0,8; N=21) weinig lager dan normaal. Het broedsucces was in 2009 met 2,9 (SD=1,0; N=46) lager dan normaal en in 2010 met 3,3 (SD=1,0; N=34) normaal. Gecorrigeerd voor de leeftijd (met behulp van de vleugellengte) waren in 2010 de jonge mannetjes op het nest gemiddeld 6% en de jonge vrouwtjes gemiddeld 12% zwaarder dan in 2009. Het iets betere broedsucces in 2010 en de hogere gewichten duiden erop dat de voedselsituatie niet slecht was.

Tabel 1. In 2005-2010 in het binnendijkse deel van Zeeuws- Vlaanderen nabij en op nesten van Bruine Kiekendieven verzamelde prooiresten. PR plukresten en BB braakballen.Tabel 1. In 2005-2010 in het binnendijkse deel van Zeeuws- Vlaanderen nabij en op nesten van Bruine Kiekendieven verzamelde prooiresten. PR plukresten en BB braakballen.In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van alle op en bij nesten van Bruine Kiekendieven in de periode 2005-2010 gevonden prooien. In tabel 1 zijn de gegevens samengevat van de in het binnendijks deel van Zeeuws-Vlaanderen verzamelde prooien. De belangrijkste prooien voor de Bruine Kiekendief zijn jonge Fazanten, duiven, jonge Konijnen (gemiddelde achtervoetlengte 64 mm, SD=12; N=51) en jonge Hazen (gemiddelde achtervoetlengte 66 mm, SD=19; N=18). Bijzondere prooien waren een Paling (lengte 500 mm), een Blauwborst, een Roodborsttapuit en twee keer een Wezel. Er zijn geen belangrijke verschillen tussen de periode 1995-2004 en 2005-2010 (vergelijk met Castelijns 2005).

Het broeden van Bruine Kiekendieven in landbouwgewas neemt in Zeeland enigszins toe. Het werd voor de eerste keer met zekerheid vastgesteld in 1998 tussen Zoutelande en Westkapelle op Walcheren: drie uitgevlogen jongen van een nest in een graanveld. Ook in 2009 en 2010 werd op deze locatie in graan gebroed. In 2009 vlogen vier jongen uit en in 2010 ging het mis in de kleine jongenfase. Op de Bevelanden werden in 1999 drie broedgevallen in landbouwgewas vastgesteld. Het ging om een geslaagd broedgeval in een graanveld in de Fredericapolder bij Krabbendijke, een mislukt broedgeval (uitgemaaid) in een luzerneveld bij Nisse en een broedpaar in een luzerneveld bij Colijnsplaat (broedsucces onbekend). Sindsdien is er op de Bevelanden nog maar één broedgeval in landbouwgewas vastgesteld. In 2009 was er in een luzerneveld bij Kruiningen een door oogstwerkzaamheden mislukt broedsel. Van Schouwen-Duiveland en Sint Philipsland zijn geen broedgevallen en van Jonge Bruine Kiekendief, Sint Kruis 3 juli 2009. [i]Foto: Eric Waals.[/i]Jonge Bruine Kiekendief, Sint Kruis 3 juli 2009. Foto: Eric Waals.Tholen één geval in landbouwgewas bekend. In 2001 vlogen tussen Sint Annaland en Oud Vossemeer zeker twee jongen uit van een nest in een graanveld. De meeste broedgevallen in landbouwgewas vonden plaats in Zeeuws-Vlaanderen, vooral in het westelijk deel. Daar werd het voor het eerst vastgesteld in 2007 en nadien jaarlijks. Het gaat achtereenvolgens om vijf, zes, vier en vijf paren. Het is aannemelijk dat broeden in landbouwgewas in West Zeeuws- Vlaanderen ook al vóór 2007 plaatsvond. Tot dan waren waarnemers er niet op bedacht. Dat geldt ook voor de rest van Zeeuws-Vlaanderen, waar pas in 2010 voor het eerst broedgevallen in landbouwgewas werden ontdekt. Tussen Sluiskil en Philippine was er een niet succesvol geval in een graanveld en bij Hulst vlogen drie jongen uit van een nest in eveneens een graanveld. Van de in totaal 20 nesten in West Zeeuws- Vlaanderen ging het één keer om luzerne (mislukt door maaien) en de rest om graan: 14 van de 16 gelukt. Let op, omdat graannesten meestal pas opgemerkt worden in de jongenfase, blijven vroege mislukkingen buiten beeld. Evenals in rietvelden vinden Vijf jonge Bruine Kiekendieven op een nest in wintertarwe in de Van der Lingespolder Nieuwvliet op 6 juli 2009. Alle jongen zijn later uitgevlogen. [i]Foto: Johnny du Burck.[/i]Vijf jonge Bruine Kiekendieven op een nest in wintertarwe in de Van der Lingespolder Nieuwvliet op 6 juli 2009. Alle jongen zijn later uitgevlogen. Foto: Johnny du Burck.broedgevallen in landbouwgewas nogal eens plaats op (nagenoeg) dezelfde locatie. In West Zeeuws-Vlaanderen gaat het om de omgeving van Ponte Avancé (tussen IJzendijke en Philippine), het gebied ten zuiden van Groede-Nieuwvliet, de driehoek Sint Kruis-Waterlandkerkje- Oostburg, het gebied ten zuiden van Schoondijke en ten noordwesten van Groede. Behalve in Zeeland neemt ook in West-Vlaanderen (B) (IJzervallei en Kustpolders) het aantal broedgevallen in landbouwgewas toe. Daar werd broeden in graan voor het eerst aangetoond in 1999. In 2009 broedde de helft van de 35 paren in graan (meestal wintergerst) (Degraeve 2010).

In Zeeland lijken broedgevallen in luzerne gedoemd te mislukken, terwijl het in een graanveld vaak wel lukt. Luzerne wordt veel vroeger (juni) geoogst dan graan (meestal begin augustus). De jongen van in graan broedende ouders vlogen meestal kort voor of na de oogst uit. In vier gevallen werd in samenwerking van de grondeigenaar het nest tijdens en na de oogst beschermd. Negen keer vlogen de jongen uit vóór de oogst. Van de overige gevallen is het moment van uitvliegen ten opzichte van de oogst niet bekend.

In 2009 werden vijf nesten in Zeebies in Saeftinghe verlaten na een uitzonderlijk zware hagelbui in de vroege ochtend van 26 mei 2009. Op de lijn Kieldrecht (B)-Woensdrecht (NL), waar Saeftinghe precies tussenin ligt, werd melding gemaakt van hagelstenen ter grootte van 3-5 cm (Gazet van Antwerpen en PZC van 27 mei 2010).

Jonge wezel op het nest van een Bruine Kiekendief in de Bierkreek IJzendijke op 11 juli 2008. De Wezel was inclusief staart 188 mm lang en woog 68 gram. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Jonge wezel op het nest van een Bruine Kiekendief in de Bierkreek IJzendijke op 11 juli 2008. De Wezel was inclusief staart 188 mm lang en woog 68 gram. Foto: Henk Castelijns.

Door een vrouw Bruine Kiekendief geplunderd nest van een Wilde Eend aan de Hogeweg Hulst op 31 maart 2007. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Door een vrouw Bruine Kiekendief geplunderd nest van een Wilde Eend aan de Hogeweg Hulst op 31 maart 2007. Foto: Henk Castelijns.