Figuur 6. Trend van het aantal Hazen (Lepus europaeus) langs polderroutes in Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2004-2008.Figuur 6. Trend van het aantal Hazen (Lepus europaeus) langs polderroutes in Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2004-2008.Van de in Zeeland voorkomende roofvogels zijn Havik, Sperwer, Boomvalk en Slechtvalk echte vogeleters. Bruine Kiekendief, Buizerd en Torenvalk eten ook wel vogels, maar hebben voor een goed broedseizoen een goed aanbod aan muizen (alle drie de soorten) en jonge Hazen, Konijnen en Fazanten (Bruine Kiekendief en Buizerd) nodig (Castelijns 2005).

Sinds 2004 vindt monitoring van enkele belangrijke prooisoorten plaats. Er zijn twee (polder)routes voor Hazen en Fazanten; één in Oost en één in Midden Zeeuws-Vlaanderen. De routes bevinden zich in de atlasblokken 5512/5513 en 5424/5425. Er wordt geteld in de periode half februari-half maart als de gewassen op de akkers nog kort zijn en de Hazen vanwege de paringstijd erg actief zijn. Figuur 7. Trend van het aantal Konijnen (Oryctolagus cuniculus) langs twee polderroutes, in het Braakmanbos en op de Gasdam Saeftinghe in de periode 2004-2008.Figuur 7. Trend van het aantal Konijnen (Oryctolagus cuniculus) langs twee polderroutes, in het Braakmanbos en op de Gasdam Saeftinghe in de periode 2004-2008.Op deze polderroutes worden ook Konijnen geteld, maar de aantallen zijn laag. Daarom worden in genoemde atlasblokken twee speciaal op deze soort afgestemde ‘routes’ geteld, namelijk de Gasdam Saeftinghe en de Braakmanpolder. Op de Gasdam worden half mei in de avondschemering vanaf een vast telpunt alle op dat moment bovengrondse Konijnen geteld. In de Braakmanpolder wordt in de tweede helft van maart rondom zonsondergang een vast traject over bospaden gelopen.

De Hazenstand was het hoogst in 2004, nam vervolgens twee jaar af en was in 2007 en 2008 weer op het niveau van 2005 (figuur 6).

Figuur 8. Trend van het aantal Fazanthanen en -hennen (Phasianus colchicus) langs polderroutes in Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2005-2008.Figuur 8. Trend van het aantal Fazanthanen en -hennen (Phasianus colchicus) langs polderroutes in Midden en Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2005-2008.De Konijnenstand was in 2004 en 2005 bijzonder laag en herstelde daarna (figuur 7). De populatie op de Gasdam leeft geïsoleerd en heeft daardoor niet te lijden gehad van de virusinfectie die de populatie in het begin van de eeuwwisseling heeft doen instorten. Hoewel niet gekwantificeerd, viel tijdens het veldwerk op dat op heel wat plaatsen waar al enkele jaren geen Konijnen meer waren gezien, er nu wel aanwezig waren.

Het aantal Fazanten was in 2007 en 2008 hoger dan in 2005 en 2006 (figuur 8). In het vroege voorjaar leven Fazanten vaak groepsgewijs op plaatsen met veel voedsel en dekking. Als een bepaalde groep tijdens de telling in Figuur 9. Trend van het aantal in Zeeland uitgevlogen Torenvalkjongen in de periode 1995-2008. Een goed broed-succes staat voor een goed muizenjaar.Figuur 9. Trend van het aantal in Zeeland uitgevlogen Torenvalkjongen in de periode 1995-2008. Een goed broed-succes staat voor een goed muizenjaar. dekking is, is dat van invloed op het resultaat.

In tabel 1 wordt voor de periode 1995-2007 een overzicht gegeven van de afschotcijfers voor Haas, Konijn en Fazant in Midden Zeeuws-Vlaanderen. Voor wat betreft Haas, Konijn en Fazanthen neemt het aantal af. Het aantal Fazanthanen is over de gehele periode bekeken min of meer stabiel.

Het broedsucces van de Torenvalk is een maat voor de muizenstand. 2006 was een erg slecht muizenjaar, 2007 een erg goed en 2008 was opnieuw een slecht muizenjaar (figuur 9).

 

 

 

 Tabel 1: Afschot van voor Bruine Kiekendief en Buizerd potentiële prooien in de periode 1995-2007. De aantallen zijn per km2. Bron: Leen de Jonge (secretaris WBE Midden Zeeuws-Vlaanderen).Tabel 1: Afschot van voor Bruine Kiekendief en Buizerd potentiële prooien in de periode 1995-2007. De aantallen zijn per km2. Bron: Leen de Jonge (secretaris WBE Midden Zeeuws-Vlaanderen).