In 2008 zijn zes broedparen van de Slechtvalk vastgesteld. Het aantal wordt geschat op 7-8 (figuur 21). Van vijf paren is het resultaat bekend; drie keer geen broedsucces en twee keer gelukt. Zoals elk jaar volgt ook nu weer een toelichting per broedpaar.

Figuur 21. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Slechtvalk in Zeeland in de periode 1995-2008.Figuur 21. Aantalsverloop van het aantal broedparen van de Slechtvalk in Zeeland in de periode 1995-2008.DOW Terneuzen
Bij deze nestkast zijn vier jongen uitgevlogen die op 20 mei werden geringd. Het ging om drie mannetjes en één vrouwtje. Ze zijn behalve van een metalen ring van het Vogeltrekstation ook van een oranjerode kleurring voorzien: de mannetjes met de codes DI, DJ en DK en het vrouwtje met de code AH. Op basis van de vleugellengte was het eerste ei van 4 maart (Peter van Geneijgen). Dat is voor Zeeland een vroegterecord. De jongen zijn eind mei uitgevlogen. Op 13 juni werden ze alle vier vliegend bij het nest gezien. Tijdens de ringcontrole werden de volgende prooien verzameld; Turkse Tortel 7, Zomertortel 4, Kwartel 3, Veldleeuwerik 1, Dodaars 1, Tureluur 11, Rosse Grutto 3, Kanoetstrandloper 6, Zanglijster 1, Oeverloper 3, Zilverplevier 1, Steenloper 3, Bontbekplevier 1, Bonte Strandloper 2, Groenpootruiter 1, Steltloper spec. (waarschijnlijk Paarse Strandloper) 1, Steltloper spec. 1 pul. Voorts werden ook nog 10 postduiven met een Nederlandse ring (geboortejaren 2004, 2007 3 keer en 2008 6 keer) en 1 postduif met een Belgische ring verzameld(geboortejaar 2007).

Op 10 oktober is de nestkast vervangen. Tot dan toe moest de kast circa één meter omhoog worden gehesen om de jongen er aan de voorkant uit te kunnen nemen. De nieuwe kast kan van boven worden geopend (zie foto’s).

Op 8 maart 2008 bleek dat de man van dit paar niet geringd was en de vrouw links een metalen en rechts geen ring droeg. Het jonge mannetje met code DI werd op 3 december 2008 door Corstiaan Beeke gezien aan de Noordzee-zijde van de Brouwersdam met een pas geslagen Steenloper.

Plaatsing van een nieuwe Slechtvalkkast bij DOW Terneuzen op 10 oktober 2008. Door een speciaal mechanisme is de kast van boven te openen (handgreep bij rode pijl). Links George van der Hel en rechts Jaap Poortvliet (bedenker van het mechanisme). [i]Foto: Bram Vroegindeweij.[/i]Plaatsing van een nieuwe Slechtvalkkast bij DOW Terneuzen op 10 oktober 2008. Door een speciaal mechanisme is de kast van boven te openen (handgreep bij rode pijl). Links George van der Hel en rechts Jaap Poortvliet (bedenker van het mechanisme). Foto: Bram Vroegindeweij.

Peter van Geneijgen haalt een jong vrouwtje Slechtvalk uit de nestkast bij Dow Terneuzen op 20 mei 2008. Omdat de kast niet van boven open kon, moesten de jongen vanaf de voorzijde uit de kast worden gehaald. Dat is nu verleden tijd. Zie de foto hiernaast. [i]Foto: Bram Vroegindeweij.[/i]Peter van Geneijgen haalt een jong vrouwtje Slechtvalk uit de nestkast bij Dow Terneuzen op 20 mei 2008. Omdat de kast niet van boven open kon, moesten de jongen vanaf de voorzijde uit de kast worden gehaald. Dat is nu verleden tijd. Zie de foto hiernaast. Foto: Bram Vroegindeweij.


Hooge Platen
Op 27 februari, 17 maart, 9 en 15 april werd een paar waargenomen. De eerstvolgende waarneming was pas van 12 mei; 1 ex (Fred Schenk, Jaap Poortvliet, Corné Stam). De aanwezigheid van 2-3 Zwarte Kraaien op 24 en 25 april en 2, 3, 4, 5 en 10 mei maakt aannemelijk dat er op dat moment geen Slechtvalk broedde. In 2006 en 2007 was gebleken dat Slechtvalken geen Zwarte Kraaien in de nabijheid van hun nest dulden. Mogelijk dat het legsel in de beginfase tijdens hoogwater is weggespoeld. Duidelijkheid hierover is er niet, omdat in die periode het gebied niet wordt betreden. Op 3 en 6 mei werd de ‘hybride van Borssele’ op deze locatie gezien (Fred Schenk).

Het op 2 juli 2007 op de Hooge Platen met een oranjerode kleurring met code Z1 geringde mannetje, werd op 9 juli 2008 door Corstiaan Beeke waargenomen aan de Zandvoortseweg ten NW van Middelburg en op 5 december 2008 door Floor Arts zittend op een akker nabij Westkapelle.

Cargill Sas van Gent
Vanaf 24 februari werd het paar geregeld bij de nestkast gezien. Op 10 en 19 april werd het nest gecontroleerd, beide keren lagen er twee koude eieren in de kast en was er geen ouder in de kast aanwezig. Deze broedplaats is bezet sinds 2004, maar er zijn nog nooit jongen geboren. Mogelijk komt dat door het ontbreken van isolatiemateriaal op de bodem van de nestkast. Als isolatie daar ontbreekt, komen de eieren niet uit omdat de ouders ze niet warm kunnen houden. Dat komt omdat langs de wand van een hoog gebouw de wind een enorme versnelling krijgt en voor afkoeling van de bodem van de kast zorgt. Op 19 april is provisorisch isolatiemateriaal aangebracht. Kort na het aanbrengen hiervan zat het vrouwtje op het plateau voor de kast. Toch waren de eieren op 10 mei verdwenen. Op 26 december is de kast voorzien van een laag kiezels, zoals bij Slechtvalknestkasten gebruikelijk (HC, JC en WC). Op 6 juni werden de plukresten van een Torenvalk onder de kast gevonden. De Slechtvalkkast hangt aan een gebouw op 38 m hoogte. Aan hetzelfde gebouw, maar op 16 m hoogte hangt een Torenvalkkast. Deze kast was in 2008 bezet, maar vanwege predatie door de Slechtvalk niet succesvol. Op 12 april werden de plukresten van drie postduiven bij de kast gevonden. Het ging om een duif uit België met een ring van 2006 en twee duiven uit Nederland met ringen van 2007 en 2008. De man van dit broedpaar draagt een smalle rode kleurring zonder inscriptie.

De “hybride van Borssele” is waarschijnlijk een kruising tussen een Giervalk en een Sakervalk. Het beest valt voort¬durend het Slechvalkenpaar bij de Centrale Borssele lastig. Het is er voor verantwoordelijk dat het paar in 2007 en 2008 geen broedsucces had. [i]Foto: Mark Hoekstein.[/i]De “hybride van Borssele” is waarschijnlijk een kruising tussen een Giervalk en een Sakervalk. Het beest valt voort¬durend het Slechvalkenpaar bij de Centrale Borssele lastig. Het is er voor verantwoordelijk dat het paar in 2007 en 2008 geen broedsucces had. Foto: Mark Hoekstein.Centrale Borssele
Op 10 maart werd het vrouwtje liggend in de kast waargenomen, terwijl het mannetje bovenop de kast zat (Mark Hoekstein). Op 26 maart was er een half uur durend gevecht tussen het Slechtvalkenpaar en de een stuk grotere hybride (zie foto). Het mannetje en vrouwtje Slechtvalk voerde schijn- en contactaanvallen op de hybride uit. Vooral het mannetje weerde zich danig en viel de hybride continu aan (Cees Lavooy). Op 31 maart was er weer een gevecht tussen het Slecht-valkenpaar en de hybride. Nadat alle drie de vogels waren verdwenen, arriveerde de hybride als eerste en ging met een prooi op de kast zitten. De vogel werd opnieuw aangevallen, vermoedelijk door het mannetje. Na een keer of vijftien staakte hij de aanvallen en kon de hybride rustig aan de prooi beginnen. Na afloop maakte ze de snavel schoon aan een stang boven de kast en ging daarop vervolgens zitten uitbuiken (WC). Op 9 april melden Cees Lavooy en Perry Quist dat ze al enkele dagen het vrouwtje niet hadden gezien, terwijl ze het mannetje regelmatig op een van de lampen aan de schoorsteen hadden zien zitten. Ook de hybride was al enige tijd niet meer waargenomen. Ze hebben die dag van afstand in de kast gekeken en zagen af en toe een ouder bewegen. Ook op 12 april werd iets in de kast waargenomen, waarschijnlijk het vrouwtje. Na 40 minuten posten verscheen als uit het niets de hybride en ging op de kast zitten. Wat later werd ze door de een stuk kleinere man Slechtvalk aangevallen. De hybride ging ter verdediging de lucht in. Even later ging ze voor de kast zitten en kroop er zelfs half in om te schuilen tegen de aanvallen van het mannetje. Hij gaf het na nog wat duiken op. De hybride keek af en toe achterom in de kast, maar ging niet naar binnen (WC). Op 11 mei was Peter van Geneijgen in de gelegenheid om de kast te inspecteren. Bij zijn bezoek kwam de hybride uit de kast. Kort daarna arriveerden de beide Slechtvalken. Ze probeerden het beest te verjagen, maar zonder resultaat. In de kast lagen drie Slechtvalkeieren en één ei van de hybride dat duidelijk groter was en opvallend lichter gekleurd (zie foto). Eén Slechtvalkei was licht aangepikt. Desondanks was er geen gepiep te horen, wat tijdens het uitkomen wel zo hoort te Drielegsel van een Slechtvalk met één ei van een hybride valk, waarschijnlijk een kruising van een Saker- en een x Giervalk. Borssele 11 mei 2008. [i]Foto: Peter van Geneijgen.[/i]Drielegsel van een Slechtvalk met één ei van een hybride valk, waarschijnlijk een kruising van een Saker- en een x Giervalk. Borssele 11 mei 2008. Foto: Peter van Geneijgen.zijn. Een ander Slechtvalkei was licht beschadigd, waardoor het geen kans maakte om uit te komen. Dit ei en dat van de hybride heeft Peter meegenomen. Arnold van den Burg heeft de eieren voor hem onderzocht. Het Slechtvalkei bevatte een volgroeid kuiken dat kort voor het uitkomen dood was gegaan. Normaal hoort het kopje onder de rechtervleugel te liggen. In dit geval lag het links langs het lichaam en was met de snavel achter een pootje gehaakt. In deze ligging had het niet uit het ei kunnen komen. Het hybride-ei was vers gelegd. De hybride is dus een vrouwtje en was nog maar net met de eileg begonnen. Ze broedde op dat moment dus nog niet en het betekende dat er weinig kans was dat de resterende twee Slechtvalkeieren nog uit zouden komen. Het was bovendien maar de vraag of de kuikens in het ei op 11 mei nog in leven waren. Het kan zijn dat de hybride nog meer eieren heeft gelegd. Hybride vrouwtjes zijn onvruchtbaar (Peter van Geneijgen). In de nestkast werden de volgende prooien verzameld; Kievit 2, Kokmeeuw 3, Kanoetstrandloper 3, Smient 1, Houtsnip 1, Waterral 1, Waterhoen 1, Bontbekplevier 1, Tureluur 1, Spreeuw 2, Zanglijster 1, Houtduif 1, postduif 8 (1 plukrest en 8 ringen uit braakballen).

Op 6 december werd een poging gedaan om de hybride te vangen. Niels de Schipper postte die dag op enige afstand voor het algemene overzicht. Hij had een telescoop en portofoon bij zich. Cees Lavooy en Perry Quist zorgden voor de montage van de webcamera en hebben het klapluik dat bij de nestkast was aangebracht bediend. Tijdens de montage kwam het Slechtvalkvrouwtje met veel commentaar en schijnaanvallen op de aspirant “hybridevalkvangers" af. Nadat alles was gemonteerd vlogen de Slechtvalken regelmatig langs de kast, maar maakten geen aanstalten om naar binnen te gaan. De hybride werd niet gezien! Rond 17.00 uur werd via de webcamera een kleine valk op het rooster gezien. De valk dook direct achter in de kast op een daar liggende duif. Het klapluik werd bediend, maar al snel bleek dat er een (ongeringd) mannetje Torenvalk was gevangen. Het bewijs dat het een en ander werkte was geleverd. Later zal een nieuwe poging worden ondernomen. Overigens is vanwege de bedrijfsvoering de toren waaraan de kast hangt, niet altijd toegankelijk. Het aantal controle- en vangdagen is daardoor beperkt.

Broedplaats van een Slechtvalk bij Yara Sluiskil. De toren is 80 m hoog. Er werd gebroed in een onbereikbare nis op een hoogte van 54 m (rode cirkel). [i]Foto: Fons Agterhuis & Harry Polderman. [/i]Broedplaats van een Slechtvalk bij Yara Sluiskil. De toren is 80 m hoog. Er werd gebroed in een onbereikbare nis op een hoogte van 54 m (rode cirkel). Foto: Fons Agterhuis & Harry Polderman. Yara Sluiskil
Er werd gebroed op een industrieterrein op 54 m hoogte in een kraker met een totale lengte van 80 meter. Het nest bevond zich in een voor mensen onbereikbare nis (zie foto). Het broedgeval werd opgemerkt toen de beide jongen pas waren uitgevlogen(Fons Agterhuis & Harry Polderman). Ze werden voor het eerst gezien op 14 juni en voor het laatst op 1 juli (zie foto). Naar schatting is het ouderpaar op 28 maart met de eileg begonnen.
Eén van de twee jonge Slechtvalken bij Yara Sluiskil. De foto is genomen op 14 juni 2008, de dag waarop de jongen voor het eerst werden opgemerkt. [i]Foto: Fons Agterhuis & Harry Polderman.[/i]Eén van de twee jonge Slechtvalken bij Yara Sluiskil. De foto is genomen op 14 juni 2008, de dag waarop de jongen voor het eerst werden opgemerkt. Foto: Fons Agterhuis & Harry Polderman.

Markiezaatsmeer
In het Markiezaatsmeer was een territoriaal paar nabij hoogspanningsmasten aanwezig. Jongen werden niet gezien (Hans Potters, Ray Teixeira).

Westerschelde
Op een zandplaat met een kunstmatige verhoging in het middendeel van de Westerschelde werd vanaf de winter tot en met 21 april een Slechtvalkenpaar waargenomen. Op 21 april leek de vogel zelfs in broedhouding te zitten (Mark Hoekstein, Niels de Schipper). Omdat na die datum geen enkel exemplaar meer werd gezien en het een niet eerder bezet territorium betreft, wordt dit geval niet als broedpaar aangemerkt.