Evenals de winter van 2007 was die van 2008 zacht. Het voorjaar en de zomer waren gemiddeld genomen normaal. Roofvogels hebben tijdens het broedseizoen van 2008 geen aanwijsbare last of voordeel van het weer gehad.

Gemeten aan het aantal uitgevlogen jonge Torenvalken was de muizenstand in 2008 slecht. De Hazenstand was op hetzelfde niveau als die van 2005-2007, maar een stuk lager dan 2004. Het aantal Konijnen neemt na het ineenstorten van de populatie rondom de eeuwwisseling weer toe. Ook het aantal Fazanten lijkt toe te nemen.

In 2008 was de start van de eileg bij de Buizerd en de Sperwer vrijwel normaal. De Torenvalk was zes dagen later dan gemiddeld en de Bruine Kiekendief vier dagen later. Bij de Sperwer en Torenvalk was het verschil met 2007 groot. Beide soorten profiteerden toen van het uitzonderlijke mooie voorjaarsweer en (waarschijnlijk) een goed prooiaanbod en begonnen daardoor recordvroeg.

Het aantal eieren was voor alle vier hierboven genoemde soorten gemiddeld. Het aantal uitgevlogen jongen was voor de Sperwer normaal, voor de Buizerd iets hoger dan normaal en voor de Bruine Kiekendief en de Torenvalk lager dan normaal. Bij de Torenvalk komt dat waarschijnlijk door een slechte muizenstand. Vaak reageert de Buizerd daar op dezelfde wijze op, maar vanwege de aantrekkende Konijnenstand lukte het deze soort een meer dan gemiddeld aantal jongen op de wieken te krijgen. Over wat langere periode gemeten, is het aantal uitgevlogen jongen bij de Sperwer, de Buizerd en de Torenvalk stabiel en neemt het aantal bij de Bruine Kiekendief significant af.

Het aantal broedparen van de Torenvalk en de Boomvalk is sinds 1995, het eerste onderzoeksjaar van de Roofvogelwerkgroep Zeeland, stabiel en het aantal Sperwers is dat sinds de eeuwwisseling. Het aantal broedparen van de Buizerd is sinds 1995 verdrievoudigd. De Havik, die zich rond de eeuwwisseling definitief heeft gevestigd, doet het vooral goed in de moerasbossen in de voormalige intergetijdengebieden. De helft van de populatie broedt daar. Het aantal broedparen van de Bruine Kiekendief is sinds 2002 met meer dan 40% gedaald.

Het Zeeuwse roofvogelbestand is een afspiegeling van de habitat en het landschap dat wij mensen hebben gecreƫerd. De Zeeuwse eilanden bestaan niet meer en grote stukken intergetijdengebied zijn meren geworden, met op de voormalige zand- en slikplaten moerasbos. Binnendijks is de laatste tientallen jaren het oppervlak aan opgaande beplanting sterk toegenomen. Boombroedende soorten zoals Havik, Sperwer en Buizerd varen er wel bij, terwijl het aantal broedparen van de Bruine Kiekendief, een vogel van het open landschap met (riet)moerassen, sterk afneemt. Het einde van genoemde trends is nog niet in zicht.

In 2008 werden twee gevallen van roofvogelvervolging bewezen. In een geval ging het om twee vergiftigde Buizerds nabij Sluis. Ze hadden gegeten van met carbofuran bewerkt aas. Bij Sint Annaland werd het nest van en Buizerd vernield. In twee verdachte gevallen kon geen bewijs worden geleverd. Een vergiftigingsgeval met carbofuran van een Vos bij Philippine houdt vermoedelijk verband met het verdwijnen van een Buizerdbroedpaar daar. Twee bij elkaar gevonden dode Buizerds bij Boerengat Hoek waren in te vergaande staat van ontbinding om toxicologisch onderzoek te kunnen doen. Op Schouwen-Duiveland vonden een aantal gevallen van afschot en het uithalen van eieren plaats. Nadere details, en dus keihard bewijs, ontbreekt.

Eerste winter Buizerd. Sint Laureins (B). [i]Foto: Ludo Goossens.[/i]Eerste winter Buizerd. Sint Laureins (B). Foto: Ludo Goossens.