Figuur 10. Aantal in de periode 1995-2008 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen.Figuur 10. Aantal in de periode 1995-2008 in Zeeland per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen.In 2008 was de onderzoeksinspanning op één gebied na vrijwel gelijk aan die van 2007. Omdat er geen onderzoeksvergunning was, werd in het Verdronken Land van Saeftinghe geen onderzoek uitgevoerd. Het in 2008 ten opzichte 2007 wat lagere aantal opgespoorde broedparen, is daarmee vrijwel verklaard (figuur 10 en 11). Wat betreft het Markiezaats- en Zoommeer werden in 2008 zowel de gegevens van 2007 als van 2008 ontvangen. Zoals met alle na het verschijnen van een jaarverslag nog ontvangen gegevens, worden deze alsnog verwerkt. Daardoor ontstaan verschillen met vorige verslagen. Soms leveren nagekomen gegevens verrassingen op. Zo kwam er op 14 augustus 2008 van Henny Smet uit Nieuw Figuur 11. Aantal in de periode 1995-2008 in Zeeland inge-stuurde nestkaarten van roofvogels.Figuur 11. Aantal in de periode 1995-2008 in Zeeland inge-stuurde nestkaarten van roofvogels.Namen een melding van een zeker broedgeval van de Bruine Kiekendief aan de Veerstraat bij Nieuw Namen voor de jaren 1996-1998. Van 1997 had hij een foto met drie kleine jongen, waarvan later twee jongen zijn uitgevlogen. Omdat het rietveld is veranderd in een wilgenbosje, is de locatie voor de Bruine Kiekendief niet meer geschikt. Sinds 2006 broedt er jaarlijks een Buizerd met succes.

Voor wat betreft 2008 werden vooral van Walcheren, maar ook van Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland aanvullingen gekregen via waarneming.nl (box 1).

In totaal zijn 651 broedparen geregistreerd, waarvan in 518 gevallen ook het nest (figuur 10). Het aantal broedparen wordt geschat op 1.000-1.400 en is daarmee gelijk aan 2007. Zie ook hoofdstuk 9.

In 2008 werden 432 nestkaarten ingevuld, één meer dan in het recordjaar 2007 (figuur 11).

In bijlage 1 wordt voor de deelgebieden een schatting van het aantal broedparen gegeven (zie ook hoofdstuk 4).

In bijlage 2 wordt voor de periode 1995-2008 per soort een overzicht gegeven van de belangrijkste broedbiologische gegevens zoals de start van de eileg, het aantal eieren en het broedsucces. Bovendien wordt het aantal geringde jongen vermeld.