Twee jonge Haviken van 8 en 10 dagen oud nabij Sint Philipsland op 7 juni 2008. Op 31 juli was het nest leeg en alarmeerden de ouders. Conclusie beide jongen uitgevlogen. [i]Foto: Leonard Ketting & Jeroen Castelijns.[/i]Twee jonge Haviken van 8 en 10 dagen oud nabij Sint Philipsland op 7 juni 2008. Op 31 juli was het nest leeg en alarmeerden de ouders. Conclusie beide jongen uitgevlogen. Foto: Leonard Ketting & Jeroen Castelijns.Het aantal broedparen van de Havik voor 2008 wordt geschat op 32-42 (figuur 14). De soort doet het vooral goed in gebieden die als gevolg van de uitvoering van het Deltaplan zijn droog gevallen. In deze gebieden is door (spontane) bosvorming volop broedgelegenheid ontstaan. Bovendien is het voedselaanbod er hoog (vooral watervogels, zie verderop) en is de rust er gewaarborgd. In de Grevelingen waren in 2008 8-9, in het Veerse Meer 5, in het Markiezaats- en Zoommeer 2-3 en op de Slikken van de Heen 1-2 paren aanwezig. De soort heeft zich nog steeds niet in Zeeuws-Vlaanderen gevestigd.

Van slechts twee nesten is de start van de eileg bekend; 23 maart en 10 april. De gemiddelde datum van alle tot heden in Zeeland gecontroleerde nesten was 1 april (n=8). In 2008 werd van eveneens twee nesten de legselgrootte bepaald; 2 en 3 eieren. Van zeven nesten is het broedsucces bekend; één keer één, vier keer twee en twee keer drie jongen. In de periode 2002-2008 vlogen per nest gemiddeld 2,3 jongen uit (s=0,68, n=31).

Figuur 14. Aantal broedparen van de Havik in Zeeland in de periode 1995-2008.Figuur 14. Aantal broedparen van de Havik in Zeeland in de periode 1995-2008.In 2008 werden enkel in de Grevelingen prooiresten verzameld. Kees de Kraker schreef daarover het volgende. “Gevonden Havikprooien tijdens het broedseizoen op de Hompelvoet waren; Grauwe Gans 3 (oudere kuikens/jongen), Bergeend 9 (merendeels vrouw), Middelste Zaagbek 2 (vrouw), Wilde Eend 6, Krakeend 1, Scholekster 3, Kievit 1, Visdief 2 (volwassen en jong) en Houtduif 2. Het slaan van eenden, merendeels vrouwtjes, gebeurt nabij de broedgang aan de rand van het struweel. Het blijkt van invloed op de lokale populaties van desbetreffende soorten. Het grasland raakt binnen een straal van 500 meter vanaf het struweel grotendeels weidevogelvrij. De stand van Zwarte Kraai en nog meer die van de Ekster, hoewel weinig als prooi gevonden, is in de Grevelingen sterk afgenomen. Ook de Houtduif is duidelijk afgenomen en de Ransuil is dit jaar zelfs als broedvogel uit de Grevelingen verdwenen. Op de Slikken van Bommenede zijn herhaaldelijk plukresten gevonden. Ook aan het eerdere verdwijnen van de Grote Stern uit de Grevelingen heeft de komst van de Havik zeker bijgedragen. Op de Veermansplaat lagen nogal wat plukresten door Havik van de Geoorde Fuut, die hier voor het broedseizoen geslagen waren. Op de Kabbelaarsbank vallen de plukresten van witte sierduiven uit Port Zélande altijd op.”