Tabel 1: Aantal van enkele voor roofvogels belangrijke prooisoorten in Oost (OZV, Gasdam Saeftinghe) en Midden Zeeuws-Vlaanderen (MZV, Braakmanbos) in de periode 2004-2007.Tabel 1: Aantal van enkele voor roofvogels belangrijke prooisoorten in Oost (OZV, Gasdam Saeftinghe) en Midden Zeeuws-Vlaanderen (MZV, Braakmanbos) in de periode 2004-2007.Van de in Zeeland voorkomende roofvogels zijn Havik, Sperwer, Boomvalk en Slechtvalk echte vogeleters. Bruine Kiekendief, Buizerd en Torenvalk eten ook wel vogels, maar hebben voor een geslaagd broedseizoen een goed aanbod aan muizen (alle drie de soorten) en jonge Hazen, Konijnen en Fazanten (Bruine Kiekendief en Buizerd) nodig (Castelijns 2004).

Sinds 2004 vindt op beperkte schaal monitoring van enkele belangrijke prooisoorten plaats. Er zijn twee (polder)routes voor Hazen; één in Oost en één in Midden Zeeuws-Vlaanderen. De routes bevinden zich in de atlasblokken 5512/5513 en 5424/5425. Er wordt geteld in de periode half februari/half maart als de gewassen op de akkers nog kort zijn en de Hazen vanwege de paringstijd erg actief zijn. Op deze polderroutes worden ook Konijnen, Fazanten en Figuur 2. Trend van het aantal Hazen Lepus europaeus langs een polderroute in Midden en in Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2004-2007.Figuur 2. Trend van het aantal Hazen Lepus europaeus langs een polderroute in Midden en in Oost Zeeuws-Vlaanderen in de periode 2004-2007.Patrijzen geteld.

Omdat het aantal Konijnen op de polderroutes gering is, worden in genoemde atlasblokken twee speciaal op deze soort afgestemde gebieden geteld, namelijk de Gasdam Saeftinghe en de Braakmanpolder. Op de Gasdam worden half mei in de avondschemering vanaf een vast telpunt alle op dat moment bovengrondse Konijnen geteld en in de Braakmanpolder wordt aan het begin van de avond een vast traject over bospaden gelopen en worden alle met een zaklamp waargenomen Konijnen genoteerd.

De Hazenstand was het hoogst in 2004, nam vervolgens twee jaar af en was in 2007 weer op het niveau van 2005 (tabel 1, figuur 2). De Konijnenstand was in 2004 en 2005 bijzonder laag en is daarna (lokaal) hersteldFiguur 3. Trend van het aantal Konijnen Oryctolagus cuniculus langs twee polderroutes, in het Braakmanbos en op de Gasdam Saeftinghe in de periode 2004-2007.Figuur 3. Trend van het aantal Konijnen Oryctolagus cuniculus langs twee polderroutes, in het Braakmanbos en op de Gasdam Saeftinghe in de periode 2004-2007. (tabel 1, figuur 3). In de polder is daar overigens nog niet veel van te merken. De populatie op de Gasdam leeft geïsoleerd en heeft daardoor niet te lijden gehad van de virusinfectie die de populatie in het begin van de eeuwwisseling heeft doen instorten. Deze populatie is min of meer stabiel.

Op beide routes samen werden in 2005 55 mannetjes‚ en 26 vrouwtjes, in 2006 31 mannetjes‚ en 38 vrouwtjes en in 2007 70 mannetjes‚ en 57 vrouwtjes Fazant geteld (figuur 4). In het vroege voorjaar leven Fazanten vaak groepsgewijs op plaatsen met veel voedsel en dekking. Als een bepaalde groep tijdens de telling in dekking is, is dat Figuur 4. Trend van het aantal Fazanthanen en -hennen Phasianus colchicus langs twee polderroutes in de periode 2005-2007. Figuur 4. Trend van het aantal Fazanthanen en -hennen Phasianus colchicus langs twee polderroutes in de periode 2005-2007. uiteraard van invloed op het resultaat. In hoeverre dit een rol speelt, is (nog) niet duidelijk.

Tijdens de tellingen worden ook Patrijzen genoteerd (tabel 1). Het aantal waargenomen exemplaren is te gering om er conclusies aan te verbinden.

In tabel 2 wordt voor de periode 1995-2007 een overzicht gegeven van de afschotcijfers voor Haas, Konijn en Fazant in Midden Zeeuws-Vlaanderen. Voor wat betreft Haas, Konijn en Fazanthennen neemt het aantal af. Het aantal Fazanthanen is min of meer stabiel.

Het broedsucces van de Torenvalk isFiguur 5. Trend van het aantal in Zeeland uitgevlogen Torenvalkjongen in de periode 1995-2007. Een goed broedsucces staat voor een goed muizenjaar.Figuur 5. Trend van het aantal in Zeeland uitgevlogen Torenvalkjongen in de periode 1995-2007. Een goed broedsucces staat voor een goed muizenjaar. een maat voor de muizenstand. 2006 was een erg slecht muizenjaar en 2007 juist een erg goed jaar (figuur 5).Op de Slikken van Flakkee Noord, was de stand van de Noordse Woelmuis Microtus oeconomus eind 2006 bijzonder gunstig. Dat leverde daar in het voorjaar van 2007 een paar extra broedparen van de Bruine Kiekendief ende Buizerd op (Kees de Kraker). De Noordse Woelmuis komt in Zeeland slechts op een beperkt aantal plaatsen voor.(zie http://www.zoogdiervereniging.nl/noordsewoelmuis.)

 

Tabel 2: Afschot van voor Bruine Kiekendief en Buizerd potentiële prooien in de periode 1995-2007. De aantallen zijn per km2. Bron: Leen de Jonge (secretaris WBE Midden Zeeuws-Vlaanderen).Tabel 2: Afschot van voor Bruine Kiekendief en Buizerd potentiële prooien in de periode 1995-2007. De aantallen zijn per km2. Bron: Leen de Jonge (secretaris WBE Midden Zeeuws-Vlaanderen).