Staart van Bruine Kiekendiefjong met hongermaliën. Het is een teken van (tijdelijk) voedselgebrek, bijvoorbeeld tijdens een periode van slecht weer. Dergelijke veren breken gemakkelijk af. Dat verkleint de overlevingskans van zo’n jong. Verdronken Land van Saeftinghe 8 juli 2006. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Staart van Bruine Kiekendiefjong met hongermaliën. Het is een teken van (tijdelijk) voedselgebrek, bijvoorbeeld tijdens een periode van slecht weer. Dergelijke veren breken gemakkelijk af. Dat verkleint de overlevingskans van zo’n jong. Verdronken Land van Saeftinghe 8 juli 2006. Foto: Henk Castelijns.De winter van 2005/06 was er een met een opvallend vlak temperatuurverloop. Er waren geen echte koude en geen echte zachte periodes. Gemiddeld was het wat aan de koude kant. De relatieve koude duurde voort tot ver in maart, waardoor pas erg laat in april de bladeren aan de bomen kwamen. De temperatuur was in april vrijwel normaal, terwijl mei, juni en juli achtereenvolgens zeer warm, warm en uitzonderlijk warm waren. Augustus was dan weer wat te koud voor de tijd van het jaar.

Voor de meeste roofvogelsoorten is de temperatuur tijdens het broedseizoen van minder belang dan de hoeveelheid en vooral de duur van de neerslag. Tot augustus was het vrij droog, met uitzondering van de tweede helft van mei toen in Vlissingen bijna 100 mm neerslag viel. Dat was meer dan gedurende de rest van het voorjaar. Augustus was in Zeeland record nat met in Schoondijke 320 mm en in Vlissingen 210 mm. Van de natte periode in mei kunnen vooral Sperwers (net op eieren) en Boomvalken (kort voor de eileg) last hebben gehad en van die in augustus Boomvalken (laatste jongenfase).