Figuur 9: Aantalsverloop van de Torenvalk in Zeeland in de periode 1995-2006. In 2006 werden 115 nesten en in totaal 163 broedparen opgespoord. De broedpopulatie wordt geschat op 345-505 paren. Het aantal broedparen blijft stabiel (figuur 9).

Gemiddeld werd acht dagen later met de eileg gestart dan normaal: 6 mei versus 28 april, acht dagen later dan normaal. Het gemiddelde aantal eieren was met 4,4 aan de lage kant (s=0,8, n=61). Slechts 1 op 15 was een zeslegsel, terwijl in de twee voorgaande jaren dat bij 1 op 4 het geval was. Het late legbegin en het geringe aandeel zeslegsels duidt op een slechte voedselsituatie, lees muizenstand. In de loop van het seizoen verbeterde dat niet, Jonge Torenvalk in een nestkast in de Kleine Albertpolder (mzv) nabij Zandstraat. De foto is gemaakt op 7 juli, kort voor het uitvliegen Het gaat om het enige jong van een vijflegsel, waarvan ten minste drie eieren zijn uitgekomen. Het jong werd op 22 juni 2006 geringd en was op basis van de vleugellengte toen 18 dagen oud . Het werd op 27 december 2006 als verkeersslachtoffer in de Braakmanpolder gevonden. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Jonge Torenvalk in een nestkast in de Kleine Albertpolder (mzv) nabij Zandstraat. De foto is gemaakt op 7 juli, kort voor het uitvliegen Het gaat om het enige jong van een vijflegsel, waarvan ten minste drie eieren zijn uitgekomen. Het jong werd op 22 juni 2006 geringd en was op basis van de vleugellengte toen 18 dagen oud . Het werd op 27 december 2006 als verkeersslachtoffer in de Braakmanpolder gevonden. Foto: Henk Castelijns.want het aantal uitgevlogen jongen was met 3,1 recordlaag (s=1,0, n=65) (figuur 2).

Voor de periode 1995-2006 is van 1393 keer de nestplaats bekend. In 94% van de gevallen ging het om een nestkast. Dat is erg geflatteerd. In Midden Zeeuws-Vlaanderen waar elk jaar alle nestkasten worden gecontroleerd en bovendien alle broedparen worden gekarteerd, broedden de laatste drie jaar 50% van de Torenvalken in nestkasten. Dat is dichter bij de waarheid, maar afhankelijk van het aantal opgehangen nestkasten kunnen zich plaatselijk flink afwijkingen voordoen. Van de 84 meldingen die geen betrekking hadden op een nestkast, ging het 65 keer om een wildnest en 19 keer om een nest in een gebouw of kunstwerk. Bij de wildnesten ging het om Ekster (37 %), Zwarte Kraai (36 %), kraaiachtige (12 %), duif (8 %) en Buizerd (7 %). De Tabel 5: Nestbomen van wildnesten van TorenĀ¬valken in Zeeland in de periode 1995-2006.Tabel 5: Nestbomen van wildnesten van Torenvalken in Zeeland in de periode 1995-2006.gebruikte nesten bevonden zich vooral in populier (tabel 5).

De gemiddelde hoogte van wildnesten bedroeg 13,2 m (s=6,5, n=44, variatie 4-40). Het hoogste nest bevond zich in een hoogspanningsmast. De gemiddelde kasthoogte bedroeg 5,4 m (s=2,7, n=754, variatie 2-50) De hoogst opgehangen kast waarin werd gebroed, is die aan de watertoren Axel op circa 50 m hoogte.