Figuur 7: Aantalsverloop van de Sperwer in Zeeland in de periode 1995-2006. Figuur 7: Aantalsverloop van de Sperwer in Zeeland in de periode 1995-2006. Door een fikse inspanning op de Bevelanden werden in 2006 veel meer nesten gevonden dan het jaar daarvoor: 70 versus 49. Bovendien werden nog eens 17 broedparen vastgesteld. Het aantal broedparen wordt geschat op 185-260 en is sinds 2001 vrijwel stabiel (figuur 7).

De start van de eileg was met 2 mei een paar dagen later dan gemiddeld (n=7). Het aantal eieren en het aantal jongen week met achtereenvolgens 4,5 (s=1,4, n=8) en 3,1 (s=1,0, n=36) nauwelijks af van normaal. Dat gold ook voor het aantal mislukte nesten 25% (n=51) in 2006 tegen 26% normaal Sperwer met volle krop op 18 oktober 2005. [i]Foto: Niels de Schipper.[/i]Sperwer met volle krop op 18 oktober 2005. Foto: Niels de Schipper.(n=287). In werkelijkheid zullen beide percentages een stuk hoger liggen (Castelijns 2006).

Sperwers broeden overal waar bos of bosjes zijn. Er wordt nooit gebroed in smalle windsingels of bomenrijen. De omgeving van menselijke bewoning wordt niet gemeden.

Het nest wordt bij voorkeur tegen een stam gebouwd. Dat gaat het makkelijkst als er behoorlijk wat takken zijn die bij voorkeur in een krans rond de stam staan, zoals vooral bij den en spar en in mindere mate bij eik het geval is. Hoewel niet rechtstreeks uit de tabel 3 af te leiden, hebben Sperwers een voorkeur Tabel 3: Nestbomen van Sperwers in Zeeland in de periode 1995-2006. Tabel 3: Nestbomen van Sperwers in Zeeland in de periode 1995-2006. voor het broeden in naaldbomen. Naaldbomen zijn in Zeeland vrij schaars, toch broedt 30% van de Zeeuwse Sperwers in zo’n boom. Hoewel populieren als nestboom niet zo geschikt zijn, wordt er toch relatief vaak in gebroed. Dit komt omdat in Zeeland de populier veruit de algemeenste boom is. Nesten in populieren bevinden zich bijna altijd in een vork en niet zoals bij de meeste andere bomen het geval is op zijtakken tegen de stam.

De gemiddelde nesthoogte bedraagt 8,1 m (s=2,8, n=255, variatie 3-21 m). Dat is in vergelijking met Drenthe, Engeland en Schotland een normale hoogte (Bijlsma 1993, Newton 1986). Het hoogste nest werd gevonden in een klein bosje, waarin eigenlijk geen voor de Sperwer geschikte nestbomen stonden. Bij gebrek aan beter was het nest daarom gebouwd in een top van een wilg. Sperwers bouwen elk jaar een nieuw nest. Als er weinig beschikbare nestplaatsen zijn, gebruiken ze soms een oud nest (11 keer op 210) of een nest van een andere soort (5 keer op 210).