Torenvalk op 26 december 2005. Foto: Niels de Schipper. Torenvalk op 26 december 2005. Foto: Niels de Schipper. Dit is het elfde jaarverslag van de Roofvogelwerkgroep Zeeland. In dit verslag ligt de nadruk op het habitat en de keuze van de broedplaats van de in Zeeland broedende roofvogels. In het jaarverslag 2005 lag de nadruk op de aantalsontwikkeling, in 2004 op het voedsel en in het dubbelverslag 2002/2003 op roofvogelvervolging. Dat laatste onderwerp blijft actueel. In dit verslag wordt er een apart hoofdstuk aan besteed. Waarnemers worden opgeroepen alle (verdachte) gevallen te melden bij het Regionaal Milieuteam (RMT) op 0900 8844. Bij hen heeft roofvogelvervolging de hoogste prioriteit.

2006 was een bijzonder jaar. Torenvalken deden het vanwege de lage muizenstand zeldzaam slecht, terwijl de Buizerd en de Bruine Kiekendief die toch ook de nodige muizen eten, het redelijk deden en meestal wel een paar jongen wisten groot te brengen. Was dat mogelijk door enig herstel van de Konijnenstand en een redelijk aanbod aan jonge Fazanten? Het aantal per nest uitgevlogen jongen was vooral bij de Bruine Kiekendief lager dan gemiddeld.

De vogeletende roofvogels Sperwer en de Boomvalk deden het ook al niet best. Bij beide soorten zijn nogal wat mislukkingen vastgesteld. Kennelijk was de voedselsituatie voor ze onder de maat.

Bij de nieuwkomers Havik en Slechtvalk zit het aantal broedparen nog in de lift. Verschillen tussen goede en minder goede jaren vallen dan minder op. Helaas wordt vooral voor wat betreft de Havik, maar weinig systematisch onderzoek gedaan. Erg jammer want het gaat toch om een toppredator die ongetwijfeld in de toekomst met zijn aanwezigheid een stempel op de Zeeuwse avifauna zal gaan drukken.

In het voorjaar werd in Goes een cursus roofvogelnestkartering gegeven. Veldwerk en het gebruik van nestkaarten vormen daarbij een verplicht onderdeel. Daardoor was het aantal ingestuurde nestkaarten nog nooit zo hoog. Nu maar hopen dat een aantal van de geslaagden ook de komende jaren met het roofvogelwerk verder gaan. Het zou goed zijn zulke cursussen ook te doen op Walcheren, waar helaas bijna niemand meer naar roofvogels kijkt, en Schouwen-Duiveland, waar het werk door een enkeling gebeurd. Belangstelling is er genoeg, het lespakket en het draaiboek liggen klaar, maar wie neemt het initiatief?

De laatste twee winters zijn heel wat tellingen op slaapplaatsen van kiekendieven uitgevoerd. De voorlopige resultaten daarvan zijn hier te vinden.Op dit moment worden zo veel mogelijk gegevens van de afgelopen 25 jaar verzameld en in een database gestoken. Voor wat betreft de Bruine Kiekendief is dat al zo goed als gebeurd, voor wat de Blauwe moet nog een deel van de gegevens worden verwerkt. Het gaat daarbij vooral om de resultaten van een landelijk project uit de jaren tachtig. Aanvullingen zijn nog steeds welkom. De gegevens zullen worden gepubliceerd in een landelijk tijdschrift.

Philippine 25 februari 2007, Henk Castelijns.