De winter van 2004/05 was vrij zacht. De koudste periode was die van 26 februari tot en met 6 maart toen het in Vlissingen ‘s nachts tot -5°C vroor. In het zuiden en oosten van de provincie vroor het zelfs een enkele nacht meer dan -10°C. Het was tevens een periode waarin er voor Zeeuwse begrippen veel sneeuw lag. In het grootse deel van Zeeland gedurende enkele dagen zelfs 5-10 cm.

Vanwege een onderzoekje naar de aankomst van Bruine Kiekendieven in het broedgebeid en het gedrag in de vestigingsfase wordt ingezoomd op het weer in maart. Zoals al eerder vermeld, was het begin maart nog erg koud. De overheersende windrichting was NO. Op 7 maart draaide de wind naar NW waardoor de temperatuur naar boven nul stegen. Vorst van betekenis zou zich dat voorjaar niet meer voordoen. Tot 15 maart kwam de wind vooral uit W en NW en bedroeg de maximumtemperatuur circa 6°C. Vanaf 15 maart brak een periode met uitzonderlijk zacht weer aan die duurde tot in mei. De wind varieerde vooral tussen Z en O.

Tot begin mei lag de temperatuur vrijwel voortdurend ruim boven normaal. Daardoor kwam april als uitzonderlijk zacht te boek. Droog was het allerminst. Regelmatig viel er behoorlijk wat neerslag. Ondanks de neerslag kwam het aantal zonuren ruim boven normaal uit. Mei begon uitzonderlijk warm, maar vanaf de 5-de tot en met 18-de lagen de temperaturen beneden normaal. Door opnieuw een warme periode op het einde van de maand kwam de temperatuur voor mei toch nog op gemiddeld uit. Ook de hoeveelheid neerslag was normaal, maar het aantal uren zon was wat hoger dan gemiddeld. Juni was zeer warm, zonnig en vrij droog.

In de eerste week van juli viel in Zeeland 100 tot 150 mm neerslag en in Biervliet (wzv) zelfs 165 mm. Daarna brak een droge sombere periode aan die met een onderbreking van 25-31 juli, toen er dagelijks neerslag viel, duurde tot half augustus.