Figuur 4. Aantal in de periode 1995-2005 per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen in Zeeland.Figuur 4. Aantal in de periode 1995-2005 per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen in Zeeland.In 2005 waren evenals in 2004 de Grevelingen, Schouwen-Duiveland, Tholen, het Markiezaat-Zoommeer en Zeeuws-Vlaanderen (gre, sch, dui tho, mar, wzv, mzv en ozv) de best onderzochte gebieden. Omdat voor 2005 van de Bevelanden nauwelijks gegevens werden ontvangen, viel de totale onderzoeksinspanning wat lager uit dan in 2004. Dat gold ook voor het aantal ingestuurde nestkaarten (figuur 4 en 5).

In Zeeuws-Vlaanderen werd in 2005 voor het eerst gebruik gemaakt van de digitale nestkaart. Het leidde tot een reeks van onverwachte problemen. Het draaide er uiteindelijk op uit dat bijna alle broedbiologische gegevens die tijdens het ringen waren verzameld en al waren vertoetst, nog eens opnieuw ingevoerd moesten worden.

In de winter 2005/06 werd verder gewerkt aan de opslag en verwerking van de gegevens in een database (digitale kaartenbak). Het is een enerverende bezigheid om alles daarin op te slaan en door middel van query’s (computertaal voor vragen) de tabellen automatische te genereren. Het Figuur 5. Aantal ingestuurde nestkaarten van roofvogels in Zeeland in de periode 1995-2005.Figuur 5. Aantal ingestuurde nestkaarten van roofvogels in Zeeland in de periode 1995-2005.betekent dat zodra je nieuwe gegevens van eerdere jaren binnenkrijgt, en die aan het bestand hebt toegevoegd, de tabellen automatisch worden gewijzigd. Zodra je door hebt hoe het werkt, is het onverstelbaar veel handiger dan al dat geklooi in een spreadsheet (computertaal voor automatisch rekenblad).

In bijlage 1 wordt voor 2005 per deelgebied een schatting van het aantal broedparen gegeven (zie ook werkwijze). In bijlage 2 wordt voor de periode 1995-2005 per soort een overzicht gegeven van een aantal broedbiologische gegevens: start van de eileg, het aantal eieren en het broedsucces. Tevens wordt in het aantal geringde jongen vermeld.

In dit verslag wordt in alle gevallen met het rekenkundig gemiddelde gewerkt. Er is een uitzondering gemaakt voor de start van de eileg. Daar staat de mediaan voor het ‘gemiddelde’. De mediaan oftewel de p50 is de middelste datum in een van vroeg naar laat gesorteerde datumrij. De p25 en p75 hebben in diezelfde rij respectievelijk 25% van de datums boven en 25% van de datums onder zich.