Een het verenkleed poetsende man Bruine Kiekendief. Terwijl het vrouwtje broedt, zorgt het mannetje voor voedsel. In het voorjaar zijn de dagen lang en is het voedselaanbod goed. Daarom heeft hij volop tijd voor zichzelf. Een op een paal of in een struik nabij de broedplaats wakende mannetje, geeft aan dat het vrouwtje broedt of kleine jongen heeft. Mannetjes leveren de prooi pas op het nest af als de jongen twee tot drie weken oud zijn. Mauritsfort Midden Zeeuws-Vlaanderen. [i]Foto: Ludo Goossens.[/i]Een het verenkleed poetsende man Bruine Kiekendief. Terwijl het vrouwtje broedt, zorgt het mannetje voor voedsel. In het voorjaar zijn de dagen lang en is het voedselaanbod goed. Daarom heeft hij volop tijd voor zichzelf. Een op een paal of in een struik nabij de broedplaats wakende mannetje, geeft aan dat het vrouwtje broedt of kleine jongen heeft. Mannetjes leveren de prooi pas op het nest af als de jongen twee tot drie weken oud zijn. Mauritsfort Midden Zeeuws-Vlaanderen. Foto: Ludo Goossens.Voor u ligt het tiende jaarverslag van de Roofvogelwerkgroep Zeeland. Het is het kleurrijkste verslag tot nu toe. Door verspreiding via het internet, hoeft er namelijk niet op een fotootje gekeken te worden.

Ook dit jaar zijn de belangrijkste gegevens weer samengevat in bijlagen. Per soort wordt een korte toelichting gegeven. Lag in het vorige jaarverslag de nadruk op het voedsel, in dit verslag gaat het over het aantal in Zeeland broedende roofvogels.

Op dit moment loopt er een cursus roofvogelnestkartering in Goes. De deelnemers zijn vooral afkomstig uit Zuid-Beveland, maar er zijn er ook die op Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland wonen. De vorige cursussen op Tholen en in Zeeuws-Vlaanderen, die in 2004 werden gegeven, waren een succes. Door de cursus zijn een vijftal nieuwe groepjes roofvogelaars ontstaan. Zij staan garant voor een aantal jaren degelijk veldwerk. Dat staat ongetwijfeld ook op de Bevelanden te gebeuren. Tijdens het geven van de cursus proef je het ongeduld van de deelnemers om het veld in te gaan en de opgedane theoretische kennis in de praktijk te brengen.

Zeeland is een kleine provincie. Eén op de veertig Nederlanders woont er. Toch is één op de twaalf landelijk ingestuurde nestkaarten Zeeuws! Daarmee is Zeeland een van de best onderzochte provincies. Van elke vier Zeeuwse roofvogelbroedparen staat er één onder controle. Dat kan alleen dankzij de vele vrijwilligers die belangeloos het veld ingaan. Door hen weten we dat in Zeeland het aantal broedparen van de meeste roofvogelsoorten nog toeneemt, of op zijn minst stabiel is, terwijl in grote delen van Nederland het aantal behoorlijk afneemt (Bijlsma 2006). De afname elders in Nederland heeft vooral van doen met de sterke afname van het aantal middelgrote prooien, waarvan we er in Zeeland gelukkig nog redelijk wat hebben. Maar ook bij ons is er wat dat betreft een dalende trend. Het gaat immers niet goed met veel potentiële prooisoorten zoals het Konijn, de Fazant, de Patrijs, de Tortel en de Houtduif die in het cultuurland leven Je hoort wel eens dat de afname daarvan het gevolg is van het toegenomen aantal roofvogels. Laat je niks wijsmaken. De afname is vooral een gevolg van verschraling van het cultuurland door te intensieve gebruik ervan. Hoewel het er op de korte termijn voor de meeste rooofvogelsoorten in Zeeland niet slecht uitziet, is de wat verder gelegen toekomst daarom onzeker. De Zeeuwse roofvogels halen immers hun meeste voedsel uit het cultuurland.

De Volwassen man (≥3kj) Bruine Kiendief vliegt van de paal waarop hij waakt terwijl het vrouwtje broedt. Het is dezelfde vogel die op de vorige pagina staat afgebeeld. Mauritsfort Midden Zeeuws-Vlaanderen. [i]Foto: Ludo Goossens.[/i]Volwassen man (≥3kj) Bruine Kiendief vliegt van de paal waarop hij waakt terwijl het vrouwtje broedt. Het is dezelfde vogel die op de vorige pagina staat afgebeeld. Mauritsfort Midden Zeeuws-Vlaanderen. Foto: Ludo Goossens.enige soort die het in Zeeland niet goed doet, is de Bruine Kiekendief. In enkele jaren nam het aantal broedparen met eenderde af. Niet niks, als je bedenkt dat tot voor kort een kwart van de Nederlandse populatie in Zeeland broedde. Is het een voorbode wat ons bij de andere soorten te wachten staat?

Niet iedereen is blij met de toename van het aantal roofvogels. Sommige zeggen dat niet alleen, maar nemen ook maatregelen. Ze leggen gif uit of schieten jonge roofvogels van het nest. Plaatselijk kan hierdoor de stand instorten, zoals in Midden Zeeuws-Vlaanderen bij de Bruine Kiekendief en de Buizerd het geval is. Maar ook op Schouwen-Duiveland weten ze wel raad met al die roofvogels. Daar ‘bestrijden’ ze ze, door het uithalen van de nesten. Roofvogels zijn bij wet beschermd, maar als er nauwelijks controle is, heb je daar geen donder aan.

Er is de afgelopen winter hard gewerkt aan een de website waar u zich nu op bevindt. Op de website zijn de jaarverslagen te raadplegen. Ook is er informatie over roofvogels en roofvogelonderzoek in Zeeland te vinden. Die informatie dient als basis voor informatiekaarten. Roofvogelaars kunnen die kaarten geven aan iemand die wat voor een roofvogelpaar of uilenpaar heeft betekend. Denk daarbij aan een fruitteler met een Torenvalknestkast in zijn boomgaard, een boer met een Steenuil op zijn erf, een jager met een Buizerd in zijn bosje of iemand die een oogje in het zeil houdt bij het nest van een Bruine Kiekendief. De realisatie van die kaarten was mogelijk door een financiële bijdrage van DOW Benelux en de Provincie Zeeland. Binnenkort worden de eerste exemplaren van vier van de acht te realiseren kaarten aan een vertegenwoordiger van DOW en de Provincie uitgereikt.

Philippine 15 maart 2006, Henk Castelijns.