Figuur 8. Aantalsverloop van de Havik in Zeeland in 1995-2005.Figuur 8. Aantalsverloop van de Havik in Zeeland in 1995-2005.In 2005 werden negen nesten van de Havik gevonden en werden op nog eens drie locaties broedparen vastgesteld. Er van uitgaand dat eenmaal bezette locaties niet zo maar worden verlaten, neemt het aantal broedparen nog steeds toe. Voor 2005 wordt de Zeeuwse populatie geschat op 13-19 paren (figuur 8). Dat is 1% van de Nederlandse populatie. De Havik zal ongetwijfeld de komende jaren nog in aantal toenemen. St. Philipsland, Tholen en Zeeuws-Vlaanderen zijn nog leeg, terwijl in de gebieden waar al wordt gebroed verdichting mogelijk is. De Grevelingen lijkt echter al vol. De soort vestigde zich daar in 2002. In 2003 ging het al om vier paren en zowel in 2004 als 2005 om vijf paren (Kees de Kraker).

In het vorige verslag stond dat het eerste bewezen broedgeval in 2002 plaatsvond. Dat was niet helemaal juist. In de winter van 2001/02 werd door Mark Hoekstein op de Goudplaat in het Veerse Meer een Haviksnest gevonden dat gebouwd was in het voorafgaande broedseizoen.

Jonge Havik uit een nest nabij Renesse Schouwen-Duiveland. Het nest bevond op 7 m hoogte in een Schietwilg (Salix alba). Het territorium was voor het tweede jaar bezet. Zowel in 2004 als in 2005 vlogen drie jongen uit. Nabij het nest werden plukresten gevonden van een jonge Houtduif (Columba palumbus), een Merel (Turdus merula), een jonge Zwarte Kraai (Corvus corone), een jonge Kauw (Corvus monedula) en een Ekster (Pica pica). Renesse 18 juni 2005. [i]Foto: Rinus van ’t Hof & Theo de Kuijper.[/i]Jonge Havik uit een nest nabij Renesse Schouwen-Duiveland. Het nest bevond op 7 m hoogte in een Schietwilg (Salix alba). Het territorium was voor het tweede jaar bezet. Zowel in 2004 als in 2005 vlogen drie jongen uit. Nabij het nest werden plukresten gevonden van een jonge Houtduif (Columba palumbus), een Merel (Turdus merula), een jonge Zwarte Kraai (Corvus corone), een jonge Kauw (Corvus monedula) en een Ekster (Pica pica). Renesse 18 juni 2005. Foto: Rinus van ’t Hof & Theo de Kuijper.In 2005 werd in Zeeland voor het eerst een nestcontrole uitgevoerd waarbij biometrische gegevens van de jongen werden verzameld (zie foto). Tot en met 2005 is van drie legsels het aantal eieren bekend: twee, drie en vier. Uit twaalf nesten vlogen gemiddeld 2,4 jongen uit (s=0,64).

Om kustbroedvogels ongestoord te laten broeden, bewaakt Kees de Kraker in het broedseizoen een aantal gebieden in de westelijke Grevelingen. Hij is daardoor in de gelegenheid Haviken van nabij te observeren. Voor wat betreft het broedseizoen 2005 schreef hij “prooien die regelmatig werden aangetroffen zijn: Wilde Eend (enige 10-tallen), Krakeend (>10), Middelste Zaagbek (>10), Bergeend (<10), Slobeend (<10), Houtduif (>10), sierduif (< 10), Grauwe Gans (1 bijna vliegvlug jong) en Zwarte Kraai (1 juveniel). Het beeld in het veld is dat doorgaans wat grotere prooien die niet gemakkelijk meegenomen worden ter plaatse zijn opgegeten. Daarnaast zijn er waarnemingen van Havik jagend op Spreeuwen (voornamelijk door het mannetje), Kieviten, jongen van weidevogels, Kokmeeuwen en Visdiefjes.”