Figuur 6. Aantalsverloop van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 1995-2005. Figuur 6. Aantalsverloop van de Bruine Kiekendief in Zeeland in 1995-2005. In 2005 werden 123 broedparen opgespoord, waarvan in 110 gevallen sprake was van een nest (zie werkwijze). Het aantal broedparen wordt voor 2005 geschat op 190-260. Ten opzichte van 2000-2002 is dat een forse achteruitgang (figuur 6).

Anno 2005 broedt in Zeeland 20% van de Nederlandse populatie. Dat was een paar jaar geleden nog bijna 30%. Het is dan ook de hoogste tijd om maatregelen te nemen waarmee de achteruitgang tot stilstand kan worden gebracht. Maatregelen ten gunste van de Bruine Kiekendief zijn; (a) het verwijderen van opgaande beplanting nabij de broedplaatsen; (b) vernatting van natuurgebieden en (c) het staken van het schudden van ganzeneieren. Zie Vijf jonge Bruine Kiekendieven op 21 juni 2005 in een nest in de St. Pieterspolder bij Philippine. Het kleinste jong, rechtsvoor op de foto, is door de broers en zussen behoorlijk toegetakeld. De kop zit onder het bloed. Bij het eerstvolgende nestbezoek was het jong verdwenen Op 4 juli werden de jongen geringd. Door zware regen, meer dan 70 mm in de uren voorafgaand aan het ringen, was het riet omgeslagen. De jongen zaten op en onder het riet en waren drijfnat. De veren kleefden zelfs aan de huid. Op 4 juli zijn ze gewoon uitgevlogen. Bruine Kieken zijn bepaald geen mietjes! [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Vijf jonge Bruine Kiekendieven op 21 juni 2005 in een nest in de St. Pieterspolder bij Philippine. Het kleinste jong, rechtsvoor op de foto, is door de broers en zussen behoorlijk toegetakeld. De kop zit onder het bloed. Bij het eerstvolgende nestbezoek was het jong verdwenen Op 4 juli werden de jongen geringd. Door zware regen, meer dan 70 mm in de uren voorafgaand aan het ringen, was het riet omgeslagen. De jongen zaten op en onder het riet en waren drijfnat. De veren kleefden zelfs aan de huid. Op 4 juli zijn ze gewoon uitgevlogen. Bruine Kieken zijn bepaald geen mietjes! Foto: Henk Castelijns.voor achtergronden het vorige jaarverslag (Castelijns 2005).

In 2005 werd de Zeeuws-Vlaamse roofvogelaars gevraagd speciaal te letten op de aankomst van Bruine Kiekendieven op de broedplaatsen en op het gedrag in de vestigingsfase. Omdat Bruine Kiekendieven in Zeeuws-Vlaanderen op een aantal plaatsen overwinteren en het daarbij vooral om onvolwassen (=2 kj) vogels gaat, zijn als eerst aankomenden alleen volwassen (+2 kj) exemplaren beschouwd. De eerste waarnemingen van volwassen Bruine Kiekendieven waren van 11 maart: één langstrekkend ex. bij de trektelpost Breskens (wzv) en een volwassen paar op een broedplaats bij Terneuzen (ozv). Op 12 maart werd een volwassen man gezien op een broedplaats bij Vogelwaarde (ozv). Op 13 maart werd de tweede langstrekkende vogel van 2005 bij Breskens gezien, Stefan Deuninck (links) en Wouter Heetesonne nemen de nestgeur van de Bruine Kiekendief in zich op. Bruine Kiekendieven brengen tijdens het broeden en het grootste deel van de jongenfase dagelijks vers nestmateriaal aan. Daarmee houden ze het nest schoon. In Zeeuws-Vlaanderen is dat bijna zonder uitzondering hooi dat ze oppikken langs akkerranden die door akkerbouwers worden gemaaid om te voorkomen dat onkruid in het zaad schiet. Zeeuws-Vlaamse Kiekendiefjongen ruiken daardoor naar hooi. Sint Kruiskreek 9 juli 2004. [i]Foto: Jan Janssens.[/i]Stefan Deuninck (links) en Wouter Heetesonne nemen de nestgeur van de Bruine Kiekendief in zich op. Bruine Kiekendieven brengen tijdens het broeden en het grootste deel van de jongenfase dagelijks vers nestmateriaal aan. Daarmee houden ze het nest schoon. In Zeeuws-Vlaanderen is dat bijna zonder uitzondering hooi dat ze oppikken langs akkerranden die door akkerbouwers worden gemaaid om te voorkomen dat onkruid in het zaad schiet. Zeeuws-Vlaamse Kiekendiefjongen ruiken daardoor naar hooi. Sint Kruiskreek 9 juli 2004. Foto: Jan Janssens.bovendien was er een volwassen vrouw bij het Zwarte Gat (wzv), een volwassen man in de Cletemspolder (wzv) en een volwassen man in de Proostpolder (wzv). In Saeftinghe, een van de bolwerken voor de Bruine Kiekendief in Zeeland, vond op 12 maart een laagwatertelling plaats. In verband daarmee waren vier groepjes vogelaars gedurende 5-6 uur actief. Door hen werden die dag alleen maar onvolwassen (dus overwinterende) Bruine Kiekendieven gezien. Op 19 maart werd er de eerste volwassen man waargenomen en vanaf 26 maart waren verschillende volwassen mannen en vrouwen aanwezig. Van heel wat andere broedplaatsen werden omstreeks die datum ook volwassen vogels gemeld. Samengevat de eerste Zeeuws-Vlaamse Kiekendieven arriveerden in 2005 in de tweede decade van maart. In de laatste week van maart werden veel broedplaatsen bezet. Vervolgens rijst de vraag of dit normale cijfers zijn, of was het voorjaar van 2005 een uitzondering. Om dat te achterhalen, zijn de gegevens van het Canisvliet (ozv) op een rijtje gezet. Het Canisvliet is ongetwijfeld het meest systematisch op vogels onderzochte gebied in Zeeuws-Vlaanderen en daarom relevant. De gemiddelde aankomstdatum op de broedplaats voor de periode 1996-2004 was 14 maart en voor de periode 1986-1995 23 maart. Sinds 1995 worden in Zeeland broedbiologische gegevens verzameld. Daaruit blijkt dat de start van de eileg in die periode 1995-2005 gelijk is gebleven (bijlage 2). Op basis van de in Canisvliet verzamelde gegevens blijken Bruine Kiekendieven tegenwoordig een week vroeger aan te komen dan 10-20 jaar geleden. Uit diezelfde waarnemingenreeks blijkt dat er geen noemenswaardig verschil in aankomst tussen man en vrouw is: in 1985-2005 was vijfmaal een man het eerst, negenmaal een vrouw en zesmaal beide tegelijk (Franklin Tombeur).

Zodra beide vogels op de broedplaats aanwezig zijn, start vrijwel onmiddellijk de balts en na één tot vier weken wordt begonnen met de eileg (bijlage 4). Volgens de literatuur worden de eieren gelegd met tussenpozen van één tot drie dagen (Clarke 1995). In het Canisvliet stelde Franklin Tombeur vast dat het laatste ei van een vierlegsel zeker negen dagen na het voorlaatste was gelegd. Omdat in Zeeland nestbezoeken tijdens de eilegfase vanwege het verstoringgevaar nauwelijks plaatsvinden, is moeilijk te zeggen of het om een uitzondering gaat of niet.

Figuur 7. Sexratio van jonge Bruine Kiekendieven tijdens het ringen in Zeeland in de periode 1995-2005.Figuur 7. Sexratio van jonge Bruine Kiekendieven tijdens het ringen in Zeeland in de periode 1995-2005.In 2005 was de gemiddelde start van de eileg in Zeeland met 17 april drie dagen vroeger dan normaal (n=29). Nabij Terneuzen werd een recordvroeg nest gevonden: start eileg 24 maart!

Het gemiddeld aantal eieren was met 5,2 (s=1,5 n=28) nog nooit zo hoog. Er werden zelfs een negen- en een tienlegsel gevonden (zie foto bij literatuur). Bij het tienlegsel werden de oudervogels in de vestigingsfase frequent geobserveerd. Er werd steeds maar één vrouwtje gezien, waardoor het zeer waarschijnlijk niet om een nest met eieren van twee verschillende vrouwtjes ging (Vroegindewei & Sol 2005). Het negenlegsel was op exact dezelfde locatie waar in 2004 een achtlegsel werd gevonden (Wim Lansman & Henk Castelijns). Het was niet alleen door deze twee grote legsels dat de legselgrootte zo hoog was: 32% van de legsels was zes of groter (bijlage 2). Grote legsels en een vroege start van de eileg duiden op een goede voedselsituatie aan het begin van het seizoen.

Het broedsucces was met 3,4 uitgevlogen jong gemiddeld (s=1,2 n=38). Dat was een trendbreuk met voorgaande jaren toen telkens sprake was van een afnemend broedsucces (Castelijns 2005).

In 2005 was sprake van een behoorlijk groot mannenoverschot (figuur 7). Mogelijk is een mannenoverschot een gevolg van een goed aanbod van prooien en gunstige foerageeromstandigheden. Bij ongunstige omstandigheden hebben de wat zwaardere en daardoor sterkere vrouwtjes een grotere overlevingskans dan de 25% lichtere mannetjes.

Jaap Poortvliet komt uit het riet na een bezoek aan een Bruine Kiekendiefnest. Het controleren van dergelijke nesten is specialistenwerk. De vegetatie, meestal riet, dient zo weinig mogelijk te worden beschadigd zodat anderen mensen het spoor niet zien. Bovendien wordt het nest altijd via een omweg benaderd en bij voorkeur via vegetatie die in het water staat. In Zeeland worden nestcontroles pas uitgevoerd vanaf midden mei. Op dat moment is de groei van de vegetatie maximaal, waardoor het loopspoor al snel niet meer is te zien. Bovendien zitten de vrouwtjes dan nog op het nest; ze broeden of hebben pas geboren jongen. Dat maakt het opsporen van het nest makkelijker. Lukraak naar het nest zoeken is er niet bij. Nesten worden van te voren uitgepeild of opgespoord door een bezoek te brengen aan de nestlocatie van het voorgaande jaar. De eerste controle wordt uitgevoerd door twee personen. De een geeft van buiten het rietveld, meestal vanuit een hoger gelegen standpunt, aanwijzingen aan degene die het riet ingaat. Een omhooggehouden rietstengel of een vlaggetje op een stok komen daarbij goed van pas. Omdat vaak van enige afstand de inhoud van het nest is te bepalen, worden de laatste meters naar het nest meestal niet gemaakt. St. Kruiskreek voorjaar 2004. [i]Foto: Jan Janssens.[/i]Jaap Poortvliet komt uit het riet na een bezoek aan een Bruine Kiekendiefnest. Het controleren van dergelijke nesten is specialistenwerk. De vegetatie, meestal riet, dient zo weinig mogelijk te worden beschadigd zodat anderen mensen het spoor niet zien. Bovendien wordt het nest altijd via een omweg benaderd en bij voorkeur via vegetatie die in het water staat. In Zeeland worden nestcontroles pas uitgevoerd vanaf midden mei. Op dat moment is de groei van de vegetatie maximaal, waardoor het loopspoor al snel niet meer is te zien. Bovendien zitten de vrouwtjes dan nog op het nest; ze broeden of hebben pas geboren jongen. Dat maakt het opsporen van het nest makkelijker. Lukraak naar het nest zoeken is er niet bij. Nesten worden van te voren uitgepeild of opgespoord door een bezoek te brengen aan de nestlocatie van het voorgaande jaar. De eerste controle wordt uitgevoerd door twee personen. De een geeft van buiten het rietveld, meestal vanuit een hoger gelegen standpunt, aanwijzingen aan degene die het riet ingaat. Een omhooggehouden rietstengel of een vlaggetje op een stok komen daarbij goed van pas. Omdat vaak van enige afstand de inhoud van het nest is te bepalen, worden de laatste meters naar het nest meestal niet gemaakt. St. Kruiskreek voorjaar 2004. Foto: Jan Janssens.Een onverantwoord breed spoor naar een nest van een Bruine Kiekendief in de Valeiskreek nabij St. Kruis Nederland op 10 juli 2004. Op het nest zaten twee bijna vliegvlugge jongen: één man en één vrouw. Beide waren voorzien van een 8 mm ringen uit Brussel! In Nederland worden voor mannetje ringen van 9 en voor vrouwtjes ringen van 11 mm voorgeschreven. De 8 mm ring voor het mannetje was perfect passend, maar die van het vrouwtje zat te strak. Beide ringen zijn verwijderd en vervangen door Nederlandse ringen. In velerlei opzichten was hier een grens overschreden. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Een onverantwoord breed spoor naar een nest van een Bruine Kiekendief in de Valeiskreek nabij St. Kruis Nederland op 10 juli 2004. Op het nest zaten twee bijna vliegvlugge jongen: één man en één vrouw. Beide waren voorzien van een 8 mm ringen uit Brussel! In Nederland worden voor mannetje ringen van 9 en voor vrouwtjes ringen van 11 mm voorgeschreven. De 8 mm ring voor het mannetje was perfect passend, maar die van het vrouwtje zat te strak. Beide ringen zijn verwijderd en vervangen door Nederlandse ringen. In velerlei opzichten was hier een grens overschreden. Foto: Henk Castelijns.