Figuur 12. Aantalsverloop van de Boomvalk in Zeeland in 1995-2005.Figuur 12. Aantalsverloop van de Boomvalk in Zeeland in 1995-2005.In 2004 werden 20 broedparen opgespoord, waarvan in 14 gevallen ook het nest.

Op de Bevelanden (nbe, zbe en hzb) neemt het aantal broedparen wat af. In 1998-2001 ging het om 12-14 paren en in 2002-2005 om 7-9 paren (Rozemeijer 2005). Omdat in het bijzonder op Tholen en in Zeeuws-Vlaanderen geregeld Boomvalkparen van nieuwe locaties worden gemeld en bij gericht onderzoek op oude locaties meestal opnieuw de aanwezigheid van een Boomvalkenpaar kan worden vastgestel, lijkt de totale Zeeuwse populatie stabiel, zij het met een grote marge: 40 tot 70 paren.

In Drie jongen Boomvalken nabij Axel. Het nest werd op 17 juli 2005 ontdekt door Willy Vink en Ko Koekkoek. Daar kan je als vogelaar natuurlijk alleen maar van dromen. Van zulke mooie namen natuurlijk. Op basis van de vleugellengte waren de jongen 20-21 dagen oud. Ze wogen 233, 239 en 245 gram. Heel normale gewichten voor vogels van die leeftijd. Axels Bos 2 augustus 2005. [i]Foto: Wannes Castelijns[/i]Drie jongen Boomvalken nabij Axel. Het nest werd op 17 juli 2005 ontdekt door Willy Vink en Ko Koekkoek. Daar kan je als vogelaar natuurlijk alleen maar van dromen. Van zulke mooie namen natuurlijk. Op basis van de vleugellengte waren de jongen 20-21 dagen oud. Ze wogen 233, 239 en 245 gram. Heel normale gewichten voor vogels van die leeftijd. Axels Bos 2 augustus 2005. Foto: Wannes CastelijnsZeeland broedt 8% van de landelijke Boomvalkpopulatie. Het aandeel is de laatste 20 jaren toegenomen, omdat de populatie in Oost Nederland drastisch is afgenomen (Bijlsma 2006). In 2005 werden twee nesten beklommen: beide in de jongenfase. Op basis van de vleugellengte van het oudste jong was de start van de eileg 10 en 18 juni. Van zeven nesten is het broedsucces bekend: viermaal twee, tweemaal drie en éénmaal vier jongen. Slechts in één geval werd vermeld in wat voor nest werd gebroed. Het ging om een oud nest van de Zwarte Kraai. Dat is in Zeeland gebruikelijk (Castelijns 2005).

In het vorige jaarsverslag werd een overzicht van het voedsel van de Boomvalk gegeven. Voor wat betreft de Bevelanden mag niet onvermeld blijven dat in 2005 in de Takkeling een veel uitgebreider voedseloverzicht verscheen (Rozemeijer 2005). Daaruit bleek dat in het broedseizoen zwaluwen de belangrijkste voedselbron vormen. In afnemend belang gaat het om 32% Gierzwaluw (Apus apus), 20% Boerenzwaluw (Hirundo rustica) en 9% Huiszwaluw (Delichon urbica).