Sperwerman gevangen op de ringbaan van Nebularia bij Westenschouwen op 20 september 2003 [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Sperwerman gevangen op de ringbaan van Nebularia bij Westenschouwen op 20 september 2003 Foto: Henk Castelijns.In 2004 werden 97 broedparen vastgesteld en 67 nesten gevonden. De Zeeuwse populatie wordt geschat op 200-260 paren. In 2004 struinde Niels de Schipper een groot aantal bosjes op Zuid-Beveland af. Dat leverde ongeveer hetzelfde aantal Sperwers op als in de jaren 2000-2003 (Rozemeijer en de Schipper 2001, 2002 en 2003). Ook in Midden Zeeuws-Vlaanderen is het aantal Sperwers al enkele jaren stabiel (Hen Castelijns). Daaruit blijkt dat de spectaculaire toename van de Sperwer, waarvan het aantal broedparen in 1995 nog maar 50-70 bedroeg al enkele jaren tot stilstand is gekomen.

De Sperwerlegsels waren in 2004 met 4,2 van gemiddelde grootte (s=1,11 n=17). Gemiddeld werd drie dagen eerder met de eileg begonnen dan de voorgaande jaren (n=11). Het verschil is niet significant. Uit 22 nesten vlogen gemiddeld 3,5 jongen uit (s=1,08). Dat is een fractie meer dan gemiddeld. Evenals in andere jaren mislukte een groot deel van de gevonden nesten: 14 van de 40. Vrijwel steeds gaat het mis in de eifase en soms als er kleine jongen zijn. Uit onder nesten gevonden eischalen blijkt dat de legsels worden gepredeerd Figuur 10: Prooien van Sperwers op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen tijdens het broedseizoen in de periode 1995-2004.Figuur 10: Prooien van Sperwers op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen tijdens het broedseizoen in de periode 1995-2004.door kraaiachtigen. Sperwers bouwen hun nesten in (dichte) bosjes meestal onder de kruin van een boom: ruwweg op de scheiding van dode en levende takken. Onder de kraaiachtigen zijn het vooral Gaaien en in minder mate Eksters die tijdens de nestcontroles vaak in dergelijke bosjes worden aangetroffen. Zij zijn dan ook de eerste verdachten en niet de Zwarte Kraai die weliswaar in bosjes broedt, maar vooral daarbuiten naar voedsel zoekt en al helemaal niet de Kauw die groepsgewijs foerageert in het cultuurland.

Wat betreft het voedsel zijn systematisch verzamelde gegevens voorhanden van Walcheren (Floor Arts) en Zeeuws-Vlaanderen (Henk Castelijns). Sperwers zijn echte vogeljagers. Op 515 prooien werd slechts één Bosmuis vastgesteld (figuur 10). Bij roofvogels die jagen op vogels zijn vrouwtjes aanzienlijk zwaarder dan mannetjes waardoor een breder prooispectrum ter beschikking staat (Newton 1979). Sperwervrouwtjes wegen zelfs 75% zwaarder dan mannetjes. Vrouwtjes vangen prooien tot de grootte van een Houtduif en mannetjes tot die van een Merel. In totaal werden prooiresten van 50 verschillende vogelsoorten verzameld. De belangrijkste prooien zijn: Hout-, Holen- en Postduif, Spreeuw, Zanglijster, Merel, Grote Bonte Specht en Huismus. Bijzondere prooien waren Gierzwaluw (1x), Ransuil (1x pul), Roodborsttapuit (1x) en Patrijs (2x pul).