Conflict tussen een Zwarte Kraai en een naar het nest vliegende Bruine Kiekendief. Zwarte Kraaien maar ook Buizerds opereren meestal vanuit (te) dicht bij rietvelden staande bomen. [i]Foto: Ludo Goossens.[/i]Conflict tussen een Zwarte Kraai en een naar het nest vliegende Bruine Kiekendief. Zwarte Kraaien maar ook Buizerds opereren meestal vanuit (te) dicht bij rietvelden staande bomen. Foto: Ludo Goossens.In 2004 werden 140 broedparen vastgesteld waarvan in 118 gevallen sprake was van een nest (zie werkwijze). Voor 2004 wordt het totaal aantal broedparen geschat op 200-290 een pak minder dan in de jaren 2001 en 2002 toen het nog om 300-360 paren ging. Zoals altijd is er niet één duidelijk aanwijsbare oorzaak voor de afname. Hierna volgende zaken spelen in elk geval een rol. Er is sprake van voedselconcurrentie met de Buizerd. Beide soorten eten uit dezelfde ruif (figuur 8 en 11). Bovendien vallen Buizerds de met prooi naar het nest vliegende Bruine Kiekendieven vaak lastig en maken ze soms zelfs hen de prooi afhandig. De aanvallen geschieden meestal vanuit bomen die (te) dicht bij het kiekendiefnest staan. Dergelijke aanvallen veroorzaken stress en kosten een Kiekendief energie die niet in de jongen gestoken kan worden. Ook Zwarte Kraaien dragen daar aan bij (zie foto). Bovendien roven die soms de eieren en kleine jongen van de Bruine Kiekendief.

Een zeldzaam achtlegsel in de kreek van de Hulsternieuwlandpolder op Bruine Kiekendieven slepen ook tijdens het broeden nog nestmateriaal aan. Hier te zien aan de groen stengels die werden opgeraapt vanaf een pas gemaaide akkerrand. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Een zeldzaam achtlegsel in de kreek van de Hulsternieuwlandpolder op Bruine Kiekendieven slepen ook tijdens het broeden nog nestmateriaal aan. Hier te zien aan de groen stengels die werden opgeraapt vanaf een pas gemaaide akkerrand. Foto: Henk Castelijns.In Zeeuws-Vlaanderen werd het broedproces van 22 paren gevolgd. Twee van de legsels werden door kraaiachtigen gepredeerd. Op heel wat plaatsen is de vestiging van Buizerd en Zwarte Kraai dichtbij de broedplaatsen van de Bruine Kiekendief mogelijk omdat er bomen (populieren) staan. Die zijn de laatste dertig jaar van de vorige eeuw met overheidssubsidie op grote schaal aangeplant op agrarisch gezien waardeloze grond. Dus ook vaak op kreekoevers nabij de broedplaatsen van Bruine Kiekendieven. Dat het zonder concurrentie de Bruine Kiekendief voor de wind kan gaan, blijkt in het buitendijkse en dus boomloze Verdronken Land van Saeftinghe. Daar nam in de periode 1997-2004 het aantal broedparen toe van 17 tot 26! Voor de duidelijkheid: er wordt hier geen pleidooi gehouden voor het inperken van de stand van Zwarte Kraai en/of Buizerd. Een oproep om natuurgebieden zodanig in te richten dat de bij Zeeland horende vogelsoorten er zich thuis voelen is wel op zijn plaats. Omdat ook de populaties van weide- en kustbroedvogels onder druk staan, is dat gelukkig in Zeeland de nieuwe trend. Er is nog veel te doen!

Bij de afname van de Bruine Kiekendief spelen opzettelijke Figuur 6: Broedsucces van de Torenvalk en de Bruine Kiekendief in Zeeland voor de periode 1996-2005.Torenvalken zijn een indicator voor de muizenstand.Een goed muizenjaar 2004 betekent niet automatisch een hoog broedsucces voor de Bruine Kiekendief (zie ook tekst).Figuur 6: Broedsucces van de Torenvalk en de Bruine Kiekendief in Zeeland voor de periode 1996-2005.Torenvalken zijn een indicator voor de muizenstand.Een goed muizenjaar 2004 betekent niet automatisch een hoog broedsucces voor de Bruine Kiekendief (zie ook tekst).menselijke verstoring (Schouwen-Duiveland) en niet bedoelde verstoring door ganzeneierschudders ook een rol. Om opzettelijke nestverstoorders te kunnen betrappen werd in 2004 op Duiveland een ‘kritisch’ nest met een camera bewaakt. Het resultaat was 4 uitgevlogen jongen op een plaats waar het in het verleden bijna altijd misging (Rinus van ’t Hof). Het eierschudden gebeurt met een provinciale ontheffing jaarlijks geldig tot en met 8 april. Het vindt dus plaats in de vestigingsperiode van de Bruine Kiekendief. De schade is moeilijk te kwantificeren omdat Bruine Kiekendieven geconfronteerd met activiteit nabij de potentiële broedplaats verdwijnen zonder een spoor van aanwezigheid na te laten. Om zo veel mogelijk eieren te schudden, worden alle rietvelden grondig doorzocht. Hierdoor ontstaan om de 10 tot 15 meter looppaden. Voor dat het riet in mei begint te groeien is het voor grondpredatoren zoals de Vos makkelijk zich in rietvelden te verplaatsen. Bruine Kiekendieven kiezen juist rietvelden als broedplaats omdat ze bescherming tegen grondpredatoren bieden! Overigens zijn tot nu toe nog geen door Vossen gepredeerde legsels gevonden. De kans dat zo’n legsel wordt gevonden is echter klein omdat de nestcontroles pas plaatsvinden nadat de legsels compleet zijn, meestal vanaf de tweede decade van mei. Zeeuwse roofvogelaars hebben dat afgesproken omdat Bruine Kiekendieven in de vestigingsfase gevoelig voor verstoring zijn (Clarke 1995, Simmons 2000).
Figuur 8: Voedsel van Bruine Kiekendieven tijdens het broedseizoen in Zeeuws-Vlaanderen in de periode 1995-2004. Figuur 8: Voedsel van Bruine Kiekendieven tijdens het broedseizoen in Zeeuws-Vlaanderen in de periode 1995-2004. Figuur 7: Sexratio van jonge Bruine Kiekendieven tijdens het ringen in Zeeland in de periode 1995-2004.Figuur 7: Sexratio van jonge Bruine Kiekendieven tijdens het ringen in Zeeland in de periode 1995-2004.De start van de eileg was met 22 april gemiddeld (n=44). Dat gold ook voor het aantal eieren: 4,6 (n=43). Ofschoon 2004 een goed muizenjaar was, was het broedsucces van de Bruine Kiekendief niet bijzonder (figuur 6). De afname van het broedsucces is evenals de afname van het aantal broedparen een gevolg van toenemende concurrentie.

In 2004 was er weer sprake van een licht mannenoverschot (figuur 7). Zoals al eens eerder geopperd, zou de voedselsituatie hier mee te maken kunnen hebben. Vijf jonge Kiekendieven op een nest aan de Vuilmuil (Nieuw-Namen) op 21 juni 2004. Het kleinste jong, die met de meeste donsjes op zijn kop is, 29 dagen oud en het grootste jong, het jong daarnaast met amper donsjes op zijn kop, is 35 dagen. Dergelijke jongen gaan al aan de wandel. Als je zeker wilt weten hoeveel jongen er zijn, moet je een rondje om het nest maken! In dit stadium kan dat geen kwaad omdat de jongen al behoorlijk zelfstandig zijn. [i]Foto: Henk Castelijns.[/i]Vijf jonge Kiekendieven op een nest aan de Vuilmuil (Nieuw-Namen) op 21 juni 2004. Het kleinste jong, die met de meeste donsjes op zijn kop is, 29 dagen oud en het grootste jong, het jong daarnaast met amper donsjes op zijn kop, is 35 dagen. Dergelijke jongen gaan al aan de wandel. Als je zeker wilt weten hoeveel jongen er zijn, moet je een rondje om het nest maken! In dit stadium kan dat geen kwaad omdat de jongen al behoorlijk zelfstandig zijn. Foto: Henk Castelijns.In slechte voedseljaren overleven de wat sterkere vrouwtjes. In figuur 8 wordt een overzicht gegeven van het voedsel van Bruine Kiekendieven tijdens het broedseizoen. Er zijn alleen gegevens van Zeeuws-Vlaanderen gebruikt omdat daar telkens alle bij het nest aanwezige prooien werden verzameld. Voor andere regio’s is niet bekend op welke wijze de prooien zijn verzameld. Daardoor kan overschatting van makkelijk te herkennen prooien ontstaan. Er is een groot verschil of braakballen of plukresten worden beschouwd. Bij braakballen gaat het vooral om zoogdieren en bij plukresten om vogels. In totaal werden 37 verschillende vogelprooien genoteerd. De meest bijzondere prooien waren vier Gewone Padden, een Fazantenei en een onvolwassen Kruisbek. De Kruisbek lag op een nest in het buitendijkse Verdronken Land Saeftinghe op 3 km van de zeedijk. Kiekendieven doen hun naam eer aan. Tijdens het broedseizoen worden vooral jonge prooien gepakt. Zo ging het bij de Fazant op 48 prooien waarvan de leeftijd werd genoteerd 44 keer om een pul en vier keer om een volgroeid beest, bij de meerkoet ging het 29 keer om een pul en twee keer om een volgroeid beest. Bij het Konijn was de gemiddelde pootlengte 62 mm (s=13 n=39). Konijnen zijn dan zo’n 30 dagen oud en wegen zo’n 200-250 gram (Bijlsma 1997). Daaruit blijkt dat Bruine Kiekendieven uit dezelfde ruif eten als de in Zeeland de laatste 15 jaar sterk in aantal toegenomen Buizerd (vergelijk figuur 8 en 11).