Figuur 4: Aantal in de periode 1995-2004 per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen in ZeelandFiguur 4: Aantal in de periode 1995-2004 per jaar opgespoorde roofvogelbroedparen in ZeelandIn 2004 waren de Grevelingen, Schouwen-Duiveland, Tholen en Zeeuws-Vlaanderen (deelgebieden gre, sch, dui tho, ws, wzv, mzv en ozv) de best onderzochte regio’s. Op de Bevelanden werd in 2004 enkel aandacht geschonken aan de Sperwer. Vooral door een forse toename van de onderzoeks-inspanning in West Zeeuws-Vlaanderen viel de totale Zeeuwse onderzoeksinspanning wat hoger uit dan in 2003.

In figuur 4 wordt een overzicht gegeven van het aantal opgespoorde roofvogelbroedparen en nesten en in figuur 5 van het aantal inge-zonden nestkaarten. Ondanks dat er geen nestkaarten van Walcheren (wal) en de Bevelanden (nbe, zbe en hzb) binnen-kwamen, is het aantal vergelijkbaar met eerdere jaren, toen er nog volop onderzoek op de Bevelanden werd gedaan. Het naar verhouding hoge aantal nestkaarten is een gevolg van de Figuur 5. Aantal ingestuurde nestkaarten van roofvogels in Zeeland in de periode 1995-2004.Figuur 5. Aantal ingestuurde nestkaarten van roofvogels in Zeeland in de periode 1995-2004.cursussen roofvogelnest-kartering op Tholen en Zeeuws-Vlaanderen waarbij het verplicht was gegevens op nestkaarten vast te leggen.

In bijlage 1 wordt voor 2004 per deelgebied een schatting van het aantal  broedparengegeven (zie ook 2). In bijlage 2 en 3 wordt voor de periode 1995-2004 per soort een overzicht gegeven van de aantalschattingen het aantal ingezonden nestkaarten en een aantal op nestkaarten vermelde resultaten, zoals de start van de eileg, het aantal eieren, het broedsucces en het aantal uitgevlogen en geringde jongen.